Vrij Nederland Teflon Bram
Komt Moszkowicz overal mee weg?
Foto: Lenny Oosterwijk
Teflon Bram
Komt Moszkowicz overal mee weg?
Niets lijkt ’s lands bekendste advocaat te deren. Bram Moszkowicz pareert, dreigt of zwijgt op kritiek van collega’s, rechters, toezichthouders en de media. Alleen de belastingdienst blijft hardnekkig in zijn broekspijp hangen.
De advocaat in het boek heeft de naam ‘Bram Horowitz’ gekregen. De crimineel moet het doen met ‘Willem de Leder’. Ze zijn samen verdacht in een witwasaffaire en komen in die context tot leven in De Bonusmaffia van Joop van Riessen. De auteur schrijft zinnen als: ‘Jarenlang had Bram alles voor die man gedaan, hem op alle mogelijke manieren tegen politie en justitie beschermd, zijn geld gewit en zijn belangen behartigd. En nu eiste de schoft per direct al zijn geld op.’
De derde politieroman van Van Riessen, voormalig hoofdcommissaris in Amsterdam, verscheen op 1 mei 2011. Enkele weken later kreeg de oud-politieman het volgende mailtje van strafpleiter Bram Moszkowicz: ‘Onlangs nam ik kennis van het feit dat er van uw hand een boek is verschenen. De wonderen zijn de wereld kennelijk nog niet uit. […] Afgezien van het feit dat uw creatieve geest zeer beperkt blijkt te zijn […] is de beschrijving van de advocaat en de crimineel zo evident dat de willekeurige lezer niet anders kan begrijpen dan dat u mij en mijn voormalige cliënt Willem Holleeder voor ogen heeft.’ Daarna dicht hij Van Riessen nog ‘een laffe inborst’ toe, zegt zich te beraden op ‘in rechte te nemen stappen’ en dreigt zijn mening over de oud-commissaris ‘in het openbaar open en bloot te geven.’ Moszkowicz: ‘Dat zal er niet om liegen.’
Gezeten aan een kroegtafeltje in de Amsterdamse Jordaan moet Van Riessen er opnieuw om lachen. ‘Doe niet zo mal, heb ik teruggemaild. Het gaat om een fictieve figuur in een thriller. Waar maak je je druk om?’ En daarna? ‘Niets meer van gehoord.’
Zo zijn er meer. Eind vorig jaar, in de nasleep van het Wilders-proces, eiste Moszkowicz in een uitzending van Pauw & Witteman dat de Amsterdamse rechtbankpresident Carla Eradus haar excuses aan hem zou aanbieden. Ze had hem ten onrechte van spionage beticht, beweerde de strafpleiter. Ze moest voor het eind van de week haar spijt betuigen, anders zou hij een klacht tegen haar indienen bij de Hoge Raad. ‘Ik zag en zie geen aanleiding excuses te maken en heb deze dan ook nooit gemaakt,’ liet Eradus nadien weten. Haar woordvoerder: ‘We hebben tot nu toe niets van Moszkowicz vernomen.’
Ook advocaat Nico Meijering ontving ooit een boze fax van zijn collega-strafpleiter. ‘Iemand die Moszkowicz goed kende had bij mij laten vallen dat Fred Teeven (de huidige demissionaire staatssecretaris van Veiligheid & Justitie en voormalig officier van justitie, red.) rond 2000 gesprekken had gehad met Moszkowicz voor een mogelijke betrekking op diens kantoor. Teeven had het in die periode moeilijk bij het openbaar ministerie. Ik liet weten dat verhaal al te kennen. Wat schets m’n verbazing? Kort daarop rolt er een fax binnen waarin Bram met schadeclaims dreigde omdat ik informatie verspreidde die ik onrechtmatig zou hebben verkregen. Flauwekul natuurlijk.’
Meijering vernam nooit meer iets. ‘Ik kreeg het op een andere manier wel voor de kiezen. Hij heeft me bij gelegenheid op tv twee keer, waarvan een keer met zijn vader, de meest overschatte advocaat van Nederland genoemd. En tot op de dag van vandaag ontvang ik signalen die niet per se wijzen op een warm hart dat hij mij zou toedragen.’
Met Willem Holleeder in de P.C. Hooftstraat, voor kledingzaak Oger, in 2003. Foto: ANP
Maffiamaatje
Dat het niet altijd blijft bij dreigen met claims, ondervond Jort Kelder. Begin 2007 was het land in de ban van de zaak-Holleeder en de voormalige Quote-hoofdredacteur mengde zich in de discussie over de delicate rol van advocaat Moszkowicz. Die was voorheen ook de raadsman was geweest van Holleeders afpersslachtoffer Willem Endstra. Kon niet, zei Kelder in het televisieprogramma De Wereld Draait Door. ‘Hij gaat nu de man die misschien Endstra vermoord heeft, lopen verdedigen, het is gewoon een schande. Hij moet uit het ambt van advocaat worden gezet. En wel onmiddellijk.’
Moszkowicz sloeg terug in het actualiteitenprogramma Nova en noemde Kelder een ‘quizmaster die op de televisie met wat dames babbelt’ en ‘een geborneerde pseudojournalist’. Na een paar weken beet Kelder vilein van zich af en beweerde op de radio dat Moszkowicz een ‘beroepsleugenaar’ is, een in zwart geld uitbetaald ‘maffiamaatje’. Het in de pers breed uitgemeten hanengevecht was de prelude voor een gang naar de rechter. Moszkowicz pikte het niet langer en deed aangifte tegen Kelder wegens smaad, laster en belediging. ‘Nooit eerder vond ik het nodig de halve waarheden en leugens die men in de media over mij debiteerde op andere wijze dan met het woord tegen te gaan’, schrijft de advocaat in het vorige maand verschenen boek van zijn hand Abraham Moszkowicz: Liever rechtop sterven dan op je knieën leven. ‘Maar ik vond, en vind, dat er met deze term (maffiamaatje, red.) een grens werd overschreden.’
En dus koos Moszkowicz voor een arena die hij goed kent: de rechtbank. Nu niet als advocaat, maar, zoals hij het zelf omschreef, als ‘rechtzoekende’. Echter zonder het gewenste resultaat. De voorzieningenrechter stelde de strafpleiter op pijnlijke wijze in het ongelijk. De term maffiamaatje was weliswaar ‘uiterst schadelijk’ voor een advocaat, oordeelde rechter Poelman, ‘maar daarmee nog niet onrechtmatig.’ Ze noemde vervolgens een waslijst aan zaken waaruit Kelder heeft kunnen concluderen dat de contacten tussen advocaat Moszkowicz en zijn cliënt Holleeder niet strikt zakelijk waren. Holleeder had een bankrekening gesteld op Moszkowicz’ kantoor, ze werden ‘op vriendschappelijk wijze’ samen gezien in Zuid-Frankrijk, Moszkowicz verkocht een scooter aan Holleeder. Het vonnis: ‘Gelet op deze omstandigheden kan dan ook gezegd worden dat in het toen beschikbare feitenmateriaal, waarvan een deel al in de openbaarheid was gebracht, de door Kelder geuite beschuldiging voldoende steun vond.’
Pas maanden later, in mei van dat jaar, kreeg Moszkowicz een pleister – weliswaar een heel kleintje – op de wonde. In hoger beroep oordeelde het Amsterdamse hof dat de journalist met de term ‘maffiamaatje’ over de schreef was gegaan. De geplaagde advocaat claimde dit als een overwinning, maar in feite wees het hof al zijn eisen af: Kelder hoefde niet te rectificeren, noch schadevergoedingen te betalen en mocht Moszkowicz een ‘beroepsleugenaar’ blijven noemen.
Hanengevecht met Jort Kelder, 2007. Foto: Herman Wouters/HH
Dinges
Het was een cockfight van formaat, en over de ware motieven ervan is nadien nog flink gespeculeerd. Waarom waren deze twee goed geklede en zorgvuldig gecoiffeerde heren zo te keer gegaan? Mannen die elkaar nu ‘dinges’ (Bram over Jort) of ‘geparfumeerd poepje’ (Jort over Bram) noemen? Een jaar eerder had Jort Kelder bij de recherche een tipje van de sluier opgelicht. Hij werd in het Holleeder-onderzoek verhoord over een schietincident. In november 2003 was de redactie van Quote ’s nachts met kogels doorzeefd en Kelder kwam jaren na dato zelf met een motief op de proppen. ‘Moszkowicz zat achter [een meisje] aan en was geïrriteerd geraakt omdat ik met haar aan het daten was.’ Bij de recherche vertelde Kelder hoe hij met het meisje uit eten gaat bij het Amsterdamse restaurant Cinema Paradiso: ‘Ze kwam op een gegeven moment terug aan tafel en zei dat Bram in de hoek zat en gezegd had dat ze bij mij weg moest. Het was vol daar, ik had hem niet gezien. Ze wist geen reden en vroeg: wat zullen we doen? Ik zei: niks. Toen kreeg ze een sms’je “weg bij die Kelder” of zo, zei ze. Een uurtje later zijn we weg gegaan. Later kreeg ik telefoon van iemand die zei: “Je bent te ver gegaan, je hebt Bram beledigd, je moet je realiseren dat je hier een prijs voor gaat betalen, kom bij de maffia nooit aan hun meisjes”.’
Een paar dagen later stond Holleeder ineens bij Quote voor de deur te posten en te kijken, zegt Kelder. Toen hij naar het nabijgelegen café Luxembourg ging, kwam de Heineken-ontvoerder achter hem aan. ‘Toen zat hij tien meter verderop. Hij sprak me niet aan. Maar er werden wel ineens een aantal mensen bang. Hij stond met een fietsje hier voor de Bloemenmarkt (bij de redactie van Quote, red.)’
Kelder vertelt verder dat hij door mensen ‘uit de Amsterdamse vastgoedwereld’ is gewaarschuwd. ‘Je hebt Bram beledigd, je moet publiekelijk je excuses aanbieden.’ Op de vraag waarom kreeg de Quote-hoofdredacteur te horen: ‘Dit ligt gewoon gevoelig, het is ijdelheid, hij is de sleutel, als je het met Bram verpest dan krijg je Holleeder achter je aan, dus zorg nou dat je weer goed wordt met Bram.’
De beruchte persconferentie van 2007. Foto: Gerard Til/HH
Belangenverstrengeling
Het is onbekend of de impliciete beschuldiging van Kelder dat Moszkowicz opdrachtgever voor de beschieting van Quote was, ooit tot verder onderzoek heeft geleid. En Moszkowicz heeft zich er nooit publiekelijk over uitgelaten. Maar de advocaat is de explosieve verklaring van zijn opponent ongetwijfeld tegengekomen toen hij door het strafdossier van Holleeder bladerde.
Hoe dan ook, na het kort geding stond het 1-0 voor Kelder. Die nederlaag was slechts een van de graten die Moszkowicz begin 2007 in de keel bleven steken. In diezelfde periode diende de familie Endstra een klacht in tegen Holleeders raadsman bij de orde van advocaten. Moszkowicz had zich volgens de nabestaanden van de vastgoedhandelaar schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling en schending van het beroepsgeheim. Hij zou onder meer informatie van Endstra hebben doorgespeeld aan misdaadverslaggever Peter R. de Vries en zich in diens programma negatief hebben uitgelaten over oud-cliënt Endstra. Dat alles ten faveure van Willem Holleeder.
Daar bleef het niet bij. Vrijwel gelijktijdig voegde het OM oude onderzoeksgegevens toe aan het Holleeder-dossier, waarin de verdenking werd geuit dat Moszkowicz jaren eerder voor Endstra belastende stukken had gelekt naar het televisieprogramma Nova.
De gelauwerde strafpleiter kreeg die hele strontkar in zijn schoot gekieperd. Moszkowicz vond de geur zo onwelriekend dat hij op 19 februari 2007 zijn – inmiddels legendarische – persconferentie in het Holiday Inn hield. Daar nam hij afscheid van cliënt Holleeder. Hij kon hem niet meer verdedigen, want dat was niet in het belang van de verdachte crimineel. Dat alles was de schuld van een ‘tripartite kongsi’, bestaande uit Jort Kelder, de Endstra’s en het openbaar ministerie. Ook mevrouw Poelman, de rechter die hem in de vete met Kelder met lege handen naar huis had gestuurd, kreeg er van langs. Hij noemde haar oordeel: ‘teleologisch, infaam en abject.’
Het was een schitterende vertoning, daar in het Holiday Inn in Amsterdam-Buitenveldert. De voltallige pers zag een getormenteerde Moszkowicz die een klinkend pleidooi voor zichzelf hield. De media, de rechters, de officieren van justitie, de collega-advocaten, allen kregen ze een oorvijg van de meester.
Moszkowicz heeft de persconferentie integraal opgenomen in zijn onlangs verschenen boek. Hij hoopt dat zijn lezer ‘sceptischer wordt over álles wat u leest of hoort’ en uiteraard niet per se alles gelooft wat er over ‘Bram’ wordt gezegd en geschreven. Toch vraagt hij zich af of hij het nu weer zo zou doen. Hij is naar eigen zeggen milder geworden. ‘Veel glijdt tegenwoordig van me af, en ik denk zelfs dat ik me, mocht een soortgelijke situatie zich vandaag opnieuw voordoen, minder persoonlijk gekrenkt zou voelen.’
Prettig excuus
Dat is het beeld dat Moszkowicz graag uitdraagt: een onheus bejegende man. De onberispelijke strafpleiter, de pure jurist, de man met de passie voor recht, werd onderuit geschoffeld door valsspelers en messetrekkers. Maar wie nu een rondje langs de advocatuur maakt, hoort ook een ander verhaal.
Het is heel simpel, zegt een confrère: ‘Het kwam Bram heel goed uit om de verdediging van Holleeder neer te moeten leggen. Hij kon gewoon niet verder in de verhoren van getuigen. Het was voor de verdediging van Holleeder uiteraard zaak om Endstra in een zo kwaad mogelijk daglicht te plaatsen. Dat hebben Moszkowicz’ opvolgers ook gedaan. Maar Bram had dat als oud-advocaat van Endstra nooit kunnen en mogen doen.’
Een andere strafpleiter, die regelmatig heeft samengewerkt met Moszkowicz maar ook anoniem wenst te blijven, zegt: ‘De affaire rond het “maffiamaatje” was een prettig excuus om de verdediging neer te leggen. Ook als er niets over Moszkowicz in het strafdossier was gestopt, had hij nog steeds het probleem gehad dat hij niet over Endstra kon praten. En hoe had dat gekund in een zaak die grotendeels is gebaseerd op de Achterbank-gesprekken? Onmogelijk.’
Het staat ook met zoveel woorden in de Advocatenwet: ‘De advocaat die de belangen van twee of meer partijen behartigt, is in het algemeen verplicht zich geheel uit de zaak terug te trekken zodra een niet aanstonds overbrugbaar belangenconflict ontstaat.’ Eerder beweerde Moszkowicz dat de advocatuur aan zijn kant stond. De toenmalige Deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten, Hans van Veggel, zag destijds ‘geen problemen’ schrijft Moszkowicz in zijn boek. Van Veggel nuanceert: ‘Het is aan de advocaat zelf om dat besluit te nemen, ik houd alleen maar toezicht. Het probleem van het schenden van de geheimhoudingsplicht zou zich pas voordoen op het moment dat Moszkowicz zou moeten optreden als advocaat van Holleeder. Zover is het niet gekomen: hij heeft de verdediging neergelegd.’
Germ Kemper, de huidige deken, zegt dat advocaten het inderdaad zelf moeten afwegen. ‘We krijgen wel eens de klacht binnen van een officier van justitie die vindt dat een advocaat niet meneer Flipsen én meneer Jansen kan bijstaan. De raadsman is, al dan niet na overleg met de deken, de enige die dat kan beoordelen.’ Maar, vindt Kemper: ‘Als een van de klanten dood is, is dat wel een probleem.’
En wat had Endstra er bij leven zelf over gezegd? ‘Medio september 2002 ben ik van advocaat gewisseld,’ vertelde hij op 2 december 2003 bij de rijksrecherche. ‘Ik vond dat ik doordat ik Moszkowicz als advocaat had te veel in één adem genoemd werd met andere boeven die Moszkowicz vertegenwoordigt. Moszkowicz is mij te close met die boeven. Voor die tijd had ik een goede relatie met hem. Het was meer dan een advocaat alleen.’
Vlerken
Een van de pijnlijkste onthullingen in de zaak-Holleeder bleek een proces-verbaal van de Amsterdamse Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). Toen bij die dienst in 2003 informatie binnenkwam dat ‘Mr. Abraham Moszkowicz geheel onder de plak zit bij Willem Holleeder’ nodigden ze de advocaat uit. Moszkowicz ging er op in. In dat gesprek heeft hij volgens de CIE toegegeven dat er een incident bij hem op kantoor was geweest waarbij Holleeder mensen had bedreigd. En verderop staat het veelzeggende zinnetje: ‘Moszkowicz gaf aan dat Holleeder wel heel vaak op het kantoor aan de Herengracht verscheen, vaak ook zonder reden, soms omdat er een prullenbak scheef stond.’
Het is onder meer dit proces-verbaal waarop Willem Holleeder is veroordeeld. Zowel bij de rechtbank als bij het hof in hoger beroep zagen de rechters hierin een bevestiging van Endstra’s verhaal dat hij op het kantoor van Moszkowicz werd ontboden en daar werd afgeperst. ‘Het is niet erg handig om in je eentje over een cliënt van je te gaan praten met een topofficier en een toprechercheur. Dan kun je net zo goed geblinddoekt een mijnenveld in lopen,’ zegt Nico Meijering. ‘Hij heeft daarmee bewijsmiddelen aangedragen tegen zijn eigen cliënt Willem Holleeder en dat zou toch wel tot een langdurig moment van nederigheid hebben moeten leiden.’
Moszkowicz noemde de CIE’ers ‘vlerken’ en beweerde nooit dergelijke zaken te hebben gezegd tegen de verbalisanten. Toch hebben zowel de rechtbank als het hof de bijeenkomst die Endstra heeft gehad met zijn afpersers op het kantoor van Moszkowicz als een vaststaand feit aangenomen. Not done, zeggen collega-advocaten. Je laat ze niet op kantoor samen een ruimte delen om zaken te bespreken. ‘Mijn kantoor is geen flexplek en ruimtes zijn niet te huur voor derden,’ stelt strafpleiter Han Jahae. ‘Eveneens is het zo dat bezoeken van cliënten altijd zaakgerelateerd zijn.’ Meteen nuanceert de raadsman zijn verhaal. ‘Het kan gebeuren dat cliënten elkaar op kantoor treffen zonder dat een advocaat daarbij is. Bij voorbeeld als ze lang op me moeten wachten, of als ze na een bespreking graag nog even willen bijkletsen omdat ze elkaar zelden zien. Dat zijn vaak spontane momenten, waarbij er niets onoorbaars aan de hand is.’
Moszkowicz heeft als verdediging altijd gezegd niet te hebben geweten van de bijeenkomst tussen Endstra en Holleeder. Maar niet alleen Endstra verhaalt over ontmoetingen met zijn kwelgeest op de werkplek van de strafpleiter. Ook vastgoedhandelaren Kees Houtman en Peter Petersen – beiden inmiddels vermoord – vertellen over afspraken bij Moszkowicz, onder meer om stukken te ondertekenen dat ze niet werden afgeperst. Iets wat Holleeder overigens tegenover de rechter heeft bevestigd. Tel daarbij de verklaringen van oud-secretaresse De Witt dat Holleeder de deur plat liep bij zijn advocaat. ‘Hij was er ook regelmatig vroeg en onaangekondigd. Moszkowicz is kennelijk bang voor Holleeder, hij durft hem niet te weigeren. Alle andere cliënten moeten soms weken wachten voordat zij langs kunnen komen.’
Met zijn vader (links), 1996. Foto: Sjoerd van Delden/ANP
Kwezel
Pure laster, meent de bekende advocaat. Hij vond en vindt het onkies dat het OM hem zo in een verdachte hoek heeft gesleept. Moszkowicz heeft het meerdere keren uitgelegd, in interviews en op de veelbesproken persconferentie. Dat Holleeder de verzekering van z’n scooter op het kantoor had staan, was omdat hij het voertuig van de vrouw van Moszkowicz had overgenomen en de papieren nog niet waren overgezet. Dat hij zijn bankrekeningen had geregistreerd aan de Herengracht was volgens de advocaat ook niet bijzonder. En dat er amoureuze sms’jes tussen hem en Orminda Soerel – indertijd medeverdachte in het Holleeder-onderzoek en de zus van de bekende crimineel Dino Soerel – in het dossier zaten, was volgens de advocaat al helemaal een affront.
Advocaat Jan-Hein Kuijpers, die Holleeder als cliënt overnam, vindt nog steeds dat zijn voorganger door het openbaar ministerie op een ‘lelijke manier’ is aangepakt. ‘Ze hebben van alles ingebracht in het strafdossier, ook allerlei privézaken. Ze hadden het moeten weglaten, of ze hadden Bram als verdachte moeten neerzetten. Geen van beide is gebeurd; ze hebben hem laten bungelen.’
Maar wat te denken van de verklaring van Oger Lusink, eigenaar van de gelijknamige modewinkel in de P.C. Hooftstraat? Lusink liet rechercheurs weten dat hij een vriendin van Holleeder in dienst had. Toen bleek dat deze dame de ex van de vermoorde crimineel Sam Klepper was, had hij haar maar op wachtgeld gezet. ‘Zij (de familie Lusink, red.) waren bang voor publiciteit en zij wilden geen ruzie met Holleeder of zijn advocaat Moszkowicz,’ schrijft de verbalisant op. ‘Daarnaast besteedde Holleeder veel geld in zijn winkel en ook zijn relaties zoals Moszkowicz bezorgen hem een grote omzet.’ Lusink, over zijn relatie tot Holleeder: ‘Als ik hem nodig zou hebben, bijvoorbeeld om […] door te geven dat zijn pakken klaar waren, dan nam ik contact op met de secretaresse van Bram Moszkowicz. Hij zorgde dan dat Holleeder met mij contact opnam.’
In zijn recente boek komt Moszkowicz vluchtig terug op zijn gestelde innige band met de Heineken-ontvoerder. Hij ontkent die. Dat de advocaat wel eens een cliënt tegenkomt in de P.C. Hooftstraat is ‘toeval’, vastgelegd door een ‘vervelende kwezel’ met een camera. Hij zegt slechts een strikt zakelijke band te hebben met cliënten. ‘Een cliënt, al is die meestal slechts verdachte wanneer ik iets met hem of haar van doen heb, komt niet verder dan kantoor […] Enkele uitzonderingen daargelaten wordt een samenzijn niet anders opgefleurd dan met een kop koffie.’
Het podium om te schitteren: de zaak-Wilders. Foto: Raymond Rutting/HH
Vertrouwensbreuk
Sommige klanten komen er echter wel heel bekaaid af. Dat vond ook de Raad van Discipline, die Moskowicz vorig jaar berispte omdat hij ‘ernstig tekortgeschoten was in zijn zorgplicht’ jegens een cliënt. Het was de derde keer dat Moszkowicz een tik op de vingers kreeg van de raad. Aan de laatste berisping is tot op heden weinig ruchtbaarheid gegeven. Op de website tuchtrecht.overheid.nl staat geanonimiseerd te lezen dat een klant in april 2011 een klacht heeft ingediend bij de deken van de Orde. Die kwam op het volgende neer: Moszkowicz reageerde niet en kwam afspraken niet na, ondanks toezeggingen. ‘Nu probeer ik al weer de hele week contact te krijgen per email, per telefoon en ook via uw secretaresse, maar tot mijn verbazing word ik gewoon niet terug gebeld en wordt er ook niet gereageerd op mijn (email)berichten!’
Toen de klager werd veroordeeld bij het hof, ging hij in cassatie, maar het kantoor Moszkowicz diende de stukken te laat in bij de Hoge Raad. Daarop werd de man in de cassatieprocedure niet-ontvankelijk verklaard en zocht verontrust opnieuw contact met zijn raadsman. De schade bleek slechts te herstellen via een zogenaamd ‘gratieverzoek’, maar kantoor Moszkowicz liet weten het niet meer als haar plicht te zien om zo’n verzoek in te dienen. De advocaat wenste niet langer voor de cliënt op te treden ‘als gevolg van een vertrouwensbreuk’.
De klager kreeg op alle punten gelijk van de Raad van Discipline, die oordeelde dat Moszkowicz’ handelswijze ‘een ernstig inbreuk [is] op het vertrouwen dat het publiek in de advocatuur als beroepsgroep moet kunnen hebben.’
Moszkowicz was al eerder berispt. Zowel voor conflicterende belangen tussen cliënten als voor nalatigheid jegens een klant. Ook waren er cliënten die er over klaagden grote bedragen (ruim honderdduizend euro) aan hem te hebben betaald, terwijl ze geen waar voor hun geld kregen. Die laatste klachten zijn overigens nooit gegrond verklaard. Toen de deken hem in een eerdere zaak om declaraties vroeg, gaf Moszkowicz niet thuis. ‘In de tijd dat deze zaak speelde, was het geen vanzelfsprekendheid om in strafzaken declaraties te versturen,’ liet hij weten. Dat excuus werd als ‘onzin’ bestempeld door de toenmalige deken.
‘In het algemeen is de strafpraktijk kwetsbaar,’ zegt de Amsterdams deken Germ Kemper. ‘Er zijn lastige cliënten en soms zijn zaken moeilijk te managen, waardoor je in tijdnood komt.’ Dat gezegd hebbende, vindt de deken het aantal klachten over kantoor Moszkowicz ‘nogal stevig’. ‘Als er eens in de twee, drie jaar wordt geklaagd over een advocaat is dat veel.’
Foto: Lenny Oosterwijk
Vergrootglas
Lastige klanten dus. Zijn dat wellicht de cliënten waarin ook de Belastingdienst is geïnteresseerd? Die voor hun verdediging cash hebben betaald bij Moszkowicz, wat maar deels is verwerkt in zijn administratie? Zomer vorig jaar meldde NRC Handelsblad dat het zogenoemde trafi-team van de Belastingdienst (team research analyse financiële en fiscale informatie) de inkomsten en uitgaven van de advocaat onder een vergrootglas heeft gehouden. Daarbij zou de fiscus over de periode 2003-2006 zijn gestuit op een onverklaarbaar verschil. De trafi-medewerkers kwamen tot die conclusie na een derdenonderzoek bij winkels en restaurants die Moszkowicz graag frequenteert. Een optelsom van zijn uitgaven bij onder meer juwelier Schaap en Citroen en pakkenkoning Oger in de P.C. Hooftstraat, en de stelpost bij het bekende Braakhekke-restaurant Le Garage, leidden tot vragen aan Moszkowicz die hij klaarblijkelijk niet heeft kunnen beantwoorden. Hij kreeg een boete opgelegd en een naheffing, schreef NRC Handelsblad. Uit kadastrale stukken blijkt dat het kantoor aan de Herengracht als hypothecaire zekerheid is gesteld aan de Staat tot een maximum van 1 miljoen euro. Inmiddels is daar begin dit jaar in een tweede hypotheekstelling nog een bedrag van ruim 130.000 euro bijgekomen.
De Belastingdienst wil niets zeggen over de zaak. ‘Wij doen geen uitspraken over individuen,’ zegt een woordvoerder. De advocaat zelf liet aan dagblad De Pers weten dat hij ‘vooralsnog weigert om de Belastingdienst meer dan een miljoen euro terug te betalen’. Moszkowicz heeft volgens de krant de belastingkamer om een oordeel gevraagd.
Ook deken Germ Kemper las de krant. ‘De Orde bemoeit zich niet met elk vermoeden van een strafbaar feit. Als een advocaat met te veel alcohol achter het stuur zit, is dat geen zaak voor ons.’ Maar in dit geval was Kemper getriggerd. ‘Een discussie van een advocaat met de Belastingdienst over vermeend zwart geld is een randgeval. Het zou kunnen betekenen dat de praktijk niet behoorlijk wordt gevoerd. Daar moet ik het mijne van weten, dacht ik.’
Inmiddels doet ook de Orde onderzoek naar de bedrijfsvoering van Moszkowicz. Een advocaat is verplicht om daar aan mee te werken. Kemper heeft een ‘flink pak informatie’ van Moszkowicz gekregen. Hij verwacht over ‘drie tot vier weken’ met een conclusie te komen. Over zijn bevindingen tot nu toe wil de deken niets kwijt. Wel geldt in het algemeen dat de orde voornamelijk is gespitst op cash betalingen bij advocaten. De richtlijnen voor de beroepsgroep schrijven voor dat bij cash betalingen vanaf vijftienduizend euro de advocaat eerst overlegt met de deken om na te gaan of er ‘zwaarwichtige redenen’ zijn om contant geld te accepteren. Kemper: ‘Dat voorschrift is ingegeven door het idee dat een advocaat niet behoort mee te werken aan een contant betalingscircuit omdat daar toch al gauw misdaadgeld of zwart geld aan de orde is.’
Met vriendin Eva Jinek, 2011. Foto: Pim Ras/HH
Sterrenkoppel
En het ging net weer zo lekker. Na het Holleeder-debacle was de strafpleiter kortstondig in de luwte verdwenen, om er gelouterd uit te komen. Iedereen leek de losse eindjes uit voorgaande affaires vergeten, toen Moszkowicz zich in 2010 meldde als de advocaat van Geert Wilders in diens strafzaak. Privé leek de raadsman zich ook te hebben herpakt: sinds twee jaar heeft hij verkering met anchorwoman Eva Jinek. Het sterrenkoppel heeft ondertussen bijkans voor elke glossy geposeerd.
De uitkomst – vrijspraak – in de Wilders-zaak was weinig verrassend, maar de weg er naartoe des te meer. De strafpleiter zocht en vond samen met de aangeklaagde politicus het podium om te schitteren. Het resulteerde in een moddergevecht met leden van de zittende magistratuur. Ineens wist iedereen wat een wraking betekende: Moszkowicz stuurde de rechters van Wilders naar huis. Ook kreeg de tot dan toe gerespecteerde jurist en oud-raadsheer Tom Schalken de volle laag van de advocaat, omdat hij zou hebben gepoogd een getuige in het proces te beïnvloeden. De camera’s draaiden continu. Ten faveure van de aangeklaagde en zijn raadsman, en onverbiddelijk voor de zwetende, grauwe magistratuur. Na afloop riep Wilders voor de camera Moszkowicz uit tot ‘de beste advocaat van Nederland’.
Daarmee was de strijd niet gestreden. Op 9 november vorig jaar meldde De Telegraaf: ‘Oorlog om vermeende spionage Moszkowicz.’ Volgens de advocaat werd hij door Carla Eradus, de president van Amsterdamse rechtbank, beschuldigd van spionage: in de Wilders-zaak stapte een griffier van de rechtbank over naar het kantoor van Moszkowicz en maakte deel uit van het Wilders-verdedigingsteam. In Pauw & Witteman eiste hij excuses van Eradus. ‘Misschien is het een weeffoutje in m’n karakter,’ zei hij in het programma. ‘Maar ik ben trots, ik ga niet opzij als ik weet dat ik gelijk heb.’
Via de deken nodigde de rechtbankpresident de advocaat uit om de lucht te klaren over het voorval en over andere ergernissen die waren gegroeid tussen de rechtbank en Moszkowicz tijdens het Wilders-proces. Germ Kemper reageert met een zuinig lachje. ‘Niet weer over die zaak! Ik wil aan die luchtballon liever geen nieuwe thermiek geven.’ Het is volgens hem precies gegaan zoals het hoort. ‘Eenmaal in de drie maanden heb ik als deken overleg met de rechtbankpresident. Dan hebben we het over lopende zaken, en daar kunnen dan ook botsingen met advocaten aan de orde komen. Zij wilde de irritatie met Moszkowicz graag uit de lucht hebben. Ik heb dat schriftelijk gemeld aan Moszkowicz om geen misverstanden te laten ontstaan. Ik heb hem gevraagd of hij met Eradus zou willen afspreken en hem zelfs aangeboden hem te vergezellen. Vervolgens lees ik de dag erna in De Telegraaf het spionageverhaal. Bizar! De deken is een soort van mediator tussen advocaten en rechters. Uit Moszkowicz’ manier van opereren, door te beweren dat Eradus hem toch ook even had kunnen bellen, spreekt dédain voor de functie die de deken vervuld.’
'Roem kan ook een middel zijn om iets te bereiken.' Foto: Lenny Oosterwijk
Mediamaatje
Het is Bram Moszkowicz ten voeten uit. Als iets hem niet zint, kiest hij de aanval via de media. Hij mag dan geen maffiamaatje worden genoemd, een mediamaatje is de advocaat des te meer. Hij is hofleverancier voor De Telegraaf, schuift regelmatig aan de desk naast Albert Verlinde in RTL Boulevard en bespeelt zijn ondervragers met groot gemak in Pauw & Witteman.
Strookt het met de ouderlijke raadgevingen die hij zegt na te leven? ‘Een van de eerste lessen die ik van mijn vader leerde, luidde: Als je niks te vertellen hebt, Bram, houd dan je mond,’ schrijft Moszkowicz in Liever rechtop sterven dan op je knieën leven. Hij heeft blijkbaar genoeg te melden, op welk podium dan ook. ‘Bij Pauw & Witteman zit ik negen van de tien keer in het belang van mijn cliënt’ en ‘Ik [begreep] dat roem ook een middel kan zijn om iets te bereiken – ik schuif nu niet voor niks regelmatig aan bij RTL Boulevard’, staat er geschreven. En dat terwijl hij eerder doodleuk meldde dat ‘de afgelopen vijftien jaar de aandacht voor strafzaken soms aan het hysterische grenst’ en dat ‘strafrecht […] misschien iets té sexy is geworden.’ Hoewel hij het zelf zal ontkennen, lijkt Moszkowicz hier met het grootste gemak in de spagaat te glijden.
‘Bram blijft recht overeind met zijn geweldige mediapower, ondanks alle tegenwind,’ ziet ook Nico Meijering. ‘Dat is toch wel zijn kracht. Collega-advocaten zullen niet snel iets over Bram durven zeggen. Ze zijn bang in de media te worden afgebrand. Als je niet met Bram bent, dan ben je tegen hem. Dan zul je er van lusten.’ Germ Kemper: ‘Het publiek ziet hem als een welbespraakte durfal, voor niemand bang. Zelf dien ik me als deken te onthouden van enige kwalificaties, negatief of positief.’ Strafpleiter Jan-Hein Kuijpers: ‘Bram is van roestvrijstaal. Elke keer veert hij weer op, komt hij weer terug.’
Hij mag dan graag de media bespelen, dat doet hij uiterst selectief en op zijn eigen voorwaarden. We hadden de affaires en geruchten met hem willen bespreken, maar hij zegde een afspraak op het laatste moment af. ‘Aanleiding hiervoor is het feit dat ik van derden heb begrepen dat zij door u worden benaderd met bepaalde vragen die bij mij de gedachte doen postvatten dat het interview allerminst over mijn boek zal gaan,’ liet hij per mail weten.
Jammer. Nu weten we niet wat zijn verklaring is voor de berisping die de Raad van Discipline hem vorig jaar gaf. Of welk verweer hij heeft tegen de claims van de Belastingdienst. We hadden willen vragen of hij zijn oud-cliënt Holleeder al weer heeft gesproken. We hadden willen informeren naar het gerucht dat hij door Hells Angels werd bedreigd, toen hij in 2007 halsoverkop het land moest verlaten. We hadden willen vragen naar zijn bedrijfsvoering. Naar de manier waarop hij met klanten omgaat. Of iedereen dezelfde aandacht krijgt, dezelfde waar voor zijn geld – vijfhonderd euro per uur.
Terwijl hij tegenwoordig toch een stuk gemakkelijker omgaat met kritiek. Althans naar eigen zeggen. ‘Mensen hebben snel een mening over mij,’ beweerde Moszkowicz onlangs in Louder, het magazine van Radio 538 dat geheel aan hem was gewijd. ‘Vroeger vond ik het lastig om daarmee om te gaan, nu leg ik het moeiteloos naast me neer. Werd ik ooit maffiamaatje genoemd? Nu poseer ik voor het schilderij van The Godfather, ik heb er gewoon schijt aan.’
Over Harry Lensink
Harry Lensink (1968) werkt sinds 2005 bij Vrij Nederland. Hij schrijft over georganiseerde misdaad en justitie.