VN MediagidsReconstructie: Hoe de staat jaagt op de miljoenen van Charles Z.
Misdaad mag niet lonen. Om dat adagium kracht bij te zetten, pakt de overheid criminelen sinds begin jaren negentig in hun portemonnee. Schoolvoorbeeld is hasjbaron Charles Z., die al in 1995 werd veroordeeld. Maar pas nu – april 2007 – stelde de Hoge Raad ‘onherroepelijk’ de miljoenenboete vast. Z. moet 22.500.000 euro betalen, de hoogste ‘ontneming’ tot nu toe. Maar hoe pluk je van een kale kip?
Soms heeft hij even een bril nodig om stukken te lezen. Maar als de verdachte opkijkt, hebben zijn ogen een natuurlijke focus. Hij blikt naar de rechter alsof hem voor de zoveelste keer onrecht is aangedaan. Drugsbaron Charles Z. leert zijn streken maar moeilijk af. De ex-autocoureur is licht gebruind, draagt een zachtblauw overhemd en nette broek tijdens de pro-formazitting in de Arnhemse rechtszaal, begin mei 2007. De eenenvijftigjarige Amsterdamse ‘Sjarrel’ moet zich opnieuw verantwoorden voor handel in drugs en ‘witwasserij’.
Het is een bekend tafereel. Zijn eerdere processen in de jaren negentig zorgden voor een mediaspektakel zoals Nederland dat nog nooit had gekend. Zoals nu Willem Holleeder het nieuws beheerst, deed Charles Z. dat toen. Het ooit zo terughoudende Openbaar Ministerie had indertijd zelf ook belang bij aandacht van de pers. Met Z. wilde de overheid een voorbeeld stellen. Lange tijd leek het alsof topcriminelen in ons land ongemoeid werden gelaten. Daar was nu een eind aan gekomen, was de boodschap.
Na Z.’s arrestatie in 1993 toonde het journaal de inbeslagname van al zijn oldtimers en dure sportauto’s. De politie vertelde over de kelder van zijn riante Blaricumse villa waarin ze geldtelmachines had aangetroffen. Die waren nodig om de drugsinkomsten – tassen vol kleine coupures – bij te houden. In de haven van de mondaine Franse badplaats Saint Tropez dobberde een vijfenveertig meter lang luxejacht ter waarde van zo’n 1,8 miljoen gulden.
De speurders wilden het publiek met deze ‘ontnemingsactie’ duidelijk maken dat misdaad niet mag lonen. Z. werd hard aangepakt: hij belandde voor vijf jaar achter de tralies en werd bovendien ‘geplukt’. Volgens het OM had hij met de verkoop van hasj een miljoenenwinst gemaakt. De overheid eiste dit illegaal verkregen vermogen op. Maar dat lukte niet zomaar. Het kostte een team van hoogopgeleide boekhouders hoofdbrekens om tot een juiste schatting van de vermeend vergaarde miljoenen te komen. De juistheid van die rekenmethoden werd – logischerwijze – keer op keer bevochten door de drugsbaron en zijn verdediging.
Nog voor er duidelijkheid was over de hoogte van de claim, zat Z. al weer in de illegale handel. In 2003 werd hij veroordeeld voor nieuwe drugstransporten. Ook hiervoor werd hij geplukt, maar over de hoogte van dat tweede bedrag kon hij het afgelopen jaar in alle stilte alvast een deal sluiten. ‘Mijn advocaat mr. Doedens en ik hadden net een goede afspraak gemaakt om al in termijnen te gaan betalen,’ laat Charles Z. telefonisch weten vanuit de gevangenis. ‘Maar in oktober 2006 viel de politie bij me binnen. Op dat moment lag er op mijn nachtkastje zes ton klaar om over te maken naar de staat. Dat zou ik de volgende dag gaan doen. Geloof het of niet, maar het is echt zo.’
Charles Z. zit sinds die herfstochtend vast. De politie vond in zijn woning, dit keer een kapitale huurboerderij in het Gelderse dorp Zwartebroek, bij een ‘spontane’ inval (zie pagina 17 van dit nummer) niet alleen deze stapel contanten, maar ook tweeduizend kilo hasj, zestig kilo amfetamine en enkele wapens. Deze goederen, inclusief tien dure auto’s die op het erf stonden, zijn in beslag genomen. Op 30 mei staat de verdachte tijdens een zogenaamde regiezitting opnieuw voor de rechtbank.
In april verwierp de Hoge Raad Z.’s cassatieberoep tegen de miljoenenboete die voortvloeide uit zijn eerste veroordeling in de jaren negentig. Dat betekent dat hij 22.500.000 euro aan de staat moet betalen. Het is de hoogste ontneming tot nu toe.
Toch is hierover nog niet het laatste woord gezegd. Want de boete voor Z. is weliswaar onherroepelijk, maar waar haalt hij het geld vandaan? Advocaat Piet Doedens: ‘De heer Z. kan die 22,5 miljoen niet betalen. We zullen dus opnieuw naar de ontnemingsrechter in Amsterdam moeten stappen. Want als je de claims uit zaak één en twee bij elkaar optelt, begint het je te duizelen. Zo’n astronomisch hoog bedrag kan die man bij leven nooit bij elkaar sprokkelen. En dan hebben we het nog niet eens over de nieuwe zaak die er nu ligt met misschien wel weer een claim.’
Het Openbaar Ministerie is zich er terdege van bewust dat ze er met de uitspraak van de Hoge Raad nog niet zijn, beaamt ook officier van justitie Jos van Leijen. ‘Natuurlijk kan Charles Z. tegensputteren.’ Van Leijen maakte de ontneming van de drugsbaron vanaf het begin mee. Zowel bij de financiële recherche eind jaren tachtig als later, na zijn overstap naar het OM, verdiepte hij zich in diens uitgavenpatroon ‘Ik ben blij dat de hoogte van de ontneming nu eindelijk vaststaat. De overheid moet nu nog alles op alles zetten om het gehele bedrag te innen. Het al dan niet slagen van de executie in de zaak Charles Z. zal uitstralen op alle andere ontnemingen.’
Klompenmaffia
Voor het opsporingsapparaat was Charles Z. de verpersoonlijking van ‘de georganiseerde misdaad’. Z. was in de ogen van het OM het prototype van de nieuwe ‘bad guy’: een snelle drugsbaron in spijkerbroek en gympen, die geholpen door moderne technologie de politie te slim af was. Net zoals het Openbaar Ministerie nu een vuist maakt tegen Holleeder en zijn facilitairs in de bovenwereld, trad de justitietop destijds hard op tegen de zogenaamde ‘klompenmaffia’ van Charles Z. Hij werd niet alleen verdacht van hasjhandel, maar ook van geweldsdelicten en zelfs smokkel van harddrugs. Geen opsporingsmiddel werd ongemoeid gelaten om die laatste delicten te bewijzen. Maar dat lukte niet.
Zelf presenteerde Z. zich tijdens de zittingen en in interviews graag als een sportsman, een galante womanizer die zich ‘echt alleen bezighield met de groothandel in softdrugs’. Daar zag hij geen kwaad in, immers de overheid gedoogde op elke straathoek ook een coffeeshop. ‘Het was gouden handel, bovendien waren de straffen die je er voor kreeg niet al te hoog.’ En als cannabis ooit gelegaliseerd zou worden, wat hij destijds niet onmogelijk achtte, zou de sigarettenindustrie zich wel op deze markt storten en zag hij voor zichzelf een legale functie weggelegd. Een rooskleurige schets van een handelaar in een ‘stukkie hasj’, volgens hem een lucratieve doch onschuldige bron van inkomsten. De nieuwe, hardere aanpak van justitie viel hem dan ook koud op het dak.
Charles Z. zat aanvankelijk in de bloemenhandel. Hij had vanaf zijn zeventiende jaar ‘keihard gewerkt’ en een zaak opgebouwd ‘uit het niets’, vertelde hij destijds aan VN. Halverwege de jaren tachtig gingen een paar klanten failliet, en Z. werd naar eigen zeggen meegezogen in hun malheur. De overstap naar de hasjhandel was snel gemaakt, vooral omdat het in die tijd nog pionieren was. En wie het groot aanpakte, kon snelle winsten maken. Naast de illegale handel had Z. in 1987 ook een autobedrijf opgericht en een raceteam opgezet. Vo lgens justitie was dit een manier om zijn hasjinkomsten te witten.
Charles Z., wiens wieg in een arbeidersgezin in Amsterdam-Noord stond, pakte graag uit met zijn rijkdom, al droeg hij niet altijd designerpakken, zoals tegenwoordig. ‘Ik liep er vaak slordig bij. Toen ik bij de dealer informeerde naar de prijs van een Mercedes 500 SEC die in de showroom stond, keek die verkoper me aan, zag mijn spijkerkloffie, lachte me uit en zei: “Dat kunt u niet betalen.” Ik kreeg toen zo de pest in dat ik meteen daarna bij een andere dealer twéé Mercedessen heb gekocht en contant heb afgerekend. Toen de baas van die eerste verkoper dat hoorde, vloog die man er meteen uit,’ pochte Z. Ook was de drugsbaron een geziene figuur in het racecircuit. Hij was een niet onverdienstelijke middenmoter, die altijd gebruik maakte van het best mogelijke materiaal.
Dat pronken met zijn geld was uiterst tergend voor politie en justitie die het maar niet lukte om hem voor langere tijd op te bergen. In opsporingskringen waren ze dan ook blij toen ten tijde van de arrestatie van Charles Z. in 1993 de wet om criminelen in hun portemonnee te pakken, werd aangescherpt. Bij deze nieuwe ‘pluk ze’-wet mocht het OM voor het eerst meteen beslag leggen op de bezittingen van een verdachte, dus al vóór de feitelijke veroordeling.
Officier van justitie Jos van Leijen beaamt in 2007 dat de zaak Z. tot doel had om schijnbaar onaantastbare onderwereldfiguren het vuur na aan de schenen te leggen. ‘Die dure auto’s, dat huis van Z.. Het spreekt tot de verbeelding als je als staat zulke spullen afpakt. Door die wetswijziging konden we eindelijk doorzetten.’
Mooie meiden
De nieuwe pluk-ze-maatregel werd niet door iedereen enthousiast begroet. Criminoloog Hans Nelen, in die tijd hoofdonderzoeker bij het ministerie van Justitie, nu hoogleraar in Maastricht: ‘Ik zette en zet vraagtekens bij de preventieve werking van de maatregel. Het zet eerder aan tot crimineel gedrag. Ga maar na: als het geld wegvloeit, zullen criminelen proberen het elders binnen te halen.’
Daarbij poneert de wetenschapper nog een andere stelling: een beroepscrimineel kan moeilijk loskomen van zijn levensstijl. ‘Het is niet alleen geld dat de crimineel drijft, ook het bijbehorende spannende en luxe leven telt.’ Uit de levensloop van Charles Z. blijkt Nelens gelijk. Na zijn vrijlating in 1997 pikte de bon vivant zijn oude stiel al snel weer op. Tandenknarsend zagen de rechercheurs hun target op de televisie, badend in luxe en omringd door mooie meiden. Z. werd geïnterviewd door Wendy van Dijk van SBS6, die een programma maakte over de jetset van Monaco. Zijn zonen, die net als hij in de racerij zitten, stonden in de publieke belangstelling. Verslaafd aan de geur van benzine en verbrand rubber, had ook Z. zelf zich weer in het coureurscircuit begeven. Charles Z. sprak met de presentatrice aan boord van het jacht van een Venezolaanse vriend. In Nederland vond hij het maar bekrompen. ‘Als het slecht met je gaat, stampen ze je nog verder de grond in,’ zei hij tegen Van Dijk. ‘En als het goed met iemand gaat, weten ze dat ook niet te waarderen.’ Vooral zijn opmerking ‘Als je geld hebt, moet je het laten rollen,’ triggerde de politie. Korte tijd later werd de hasjbaron opnieuw opgepakt voor de import van duizenden kilo’s softdrugs. Men zette daarna alles op alles om hem veroordeeld te krijgen, wat ook lukte. Het juridische gevecht over zijn eerste ontneming was op dat moment overigens nog druk gaande.
Met de billen bloot
Sindsdien zit Z. in een precaire positie. Wie namelijk zijn ‘ontneming’ niet kan betalen, moet naar de gevangenis. Tegenwoordig voor drie jaar, maar daarmee is de crimineel zijn opgelegde miljoenenboete nog niet kwijt. De bedoeling van de pluk-ze-maatregel is dat ‘de veroordeelde in dezelfde vermogenspositie wordt teruggebracht als wanneer het feit niet gepleegd zou zijn’.
Volgens het OM stond het beginkapitaal van Charles Z. in 1989 op nul. Hij was immers in 1985 failliet gegaan met zijn bloemenhandel. Wegens gebrek aan baten was het faillissement drie jaar later opgeheven. Zijn schuldeisers hadden dus het nazien. Alles wat Z. daarna had verdiend met de handel in drugs was dus pure omzet uit illegale handel, meende de officier van justitie.
Door deze aanname moest de drugsbaron met de billen bloot. Hij had wel veel verdiend, maar niet zoveel als het OM stelde, vertelde hij de rechters. Ladingen waren in beslaggenomen; de hasj die wél arriveerde was gaan schimmelen en daardoor minder waard. Er moesten vrachtauto’s worden aangeschaft, die moesten worden geprepareerd voor de smokkel. Hij had proefritten laten maken. Zijn mannen hadden bijvoorbeeld twintig keer een lading sperziebonen geïmporteerd, voordat ze er ‘iets’ bij deden. Bovendien was hij eerder gestopt met zijn illegale handel dan justitie aannam.
Z. tegen de rechter: ‘Ik ben in 1984 met hasj begonnen en in 1991 gestopt. In die periode is er veel veranderd in de prijs. “Zeepjes” gingen van Marokko via Nederland naar Engeland en “plaatjes” van Marokko via Nederland naar Zweden. In het begin leverde een zeepje 3800 gulden op en in 1991 was de prijs gedaald tot 1800 gulden. In 2005 is de prijs zelfs maar 600 euro.’
Maar de rechters achtten het niet nodig onderzoek te doen naar de nieuwe ‘feiten’ die ter tafel waren gekomen. Advocaat Doedens vond het jammer dat de ‘handelskennis’ van zijn cliënt niet meer bij de berekeningen werd betrokken: ‘Het was voor justitie lastig om het ontnemingbedrag te bepalen, want de mensen die in de drugshandel zitten, houden meestal geen boekhouding bij met bonnetjes. Er moest dus een schatting komen van de inkomsten. Zo’n bedrag moet ook aannemelijk worden gemaakt. En de verdediging probeert dan aan de hand van het verhoren van getuigen aan te tonen dat de officier van justitie aan de hoge kant zit. Of dat hij zich helemaal vergist.’
Toch had het Openbaar Ministerie wel degelijk nagedacht over de berekeningen. Het was pionieren, herinnert officier Van Leijen zich. ‘We hanteerden in de zaak van Charles Z. een rekenmethode die niet eerder was toegepast. Om het criminele kapitaal van een veroordeelde vast te stellen, gingen ze vroeger uit van verklaringen van zijn medeverdachten. Je moet dan aannemen wat iemand per kilo drugs heeft verdiend, na aftrek van de investeringskosten. Dat is uitermate lastig, omdat je niet weet of hij het hele bedrag heeft ontvangen of moest delen met anderen.’
In het geval van Z. koos het OM voor de ‘vermogensvergelijking’. Van Leijen legt uit: ‘We bestudeerden het uitgavenpatroon van Charles Z. en keken naar zijn privébezittingen over de periode dat hij volgens het vonnis leiding gaf aan een criminele organisatie. Hij heeft vanaf 1989 tot aan zijn aanhouding in 1992 spullen aangeschaft. Daarmee kun je een financieel plaatje samenstellen. Het beeld van iemands vermogen dat je zo krijgt, is veel reëler dan met de verhalen van zijn – vroegere – vrienden of relaties over hun drugstransporten.’
Aanvankelijk wilde de rechtbank er niet aan, maar bij het hof gingen de rechters overstag voor deze nieuwe methode, zegt Van Leijen. ‘In het recente arrest van de Hoge Raad zie je dat onze manier van rekenen wordt gehonoreerd. Er ligt nu een onherroepelijke uitspraak over deze hoogste ontneming ooit.’
Huishoudboekje
Succes dus voor de overheid. Krantenkoppen over miljoenenboetes en juichende jaarverslagen wekken de indruk dat de georganiseerde misdaad de laatste jaren een stevige slag is toegebracht. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Op de rekening van justitie is toch niet zoveel bijgeschreven als werd gehoopt. Recente cijfers van het BOOM (Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie) over 2005 maken duidelijk dat er voor negentig miljoen euro aan boete is opgelegd. Daar komen ook nog eens de kleine zaken van de politierechters bij. Maar in dat jaar kon daadwerkelijk slechts elf miljoen euro worden geïncasseerd.
Strafpleiter Doedens weet er alles van: ‘Charles Z. was niet de eerste ontneming die ik deed. Voor hem was een andere cliënt van me aangeslagen voor een half miljard gulden. Dus eigenlijk was dat de hoogste ontneming, maar dat bedrag heeft die man nooit betaald. Net als Z. zat die cliënt in de hasjhandel. Ik heb toen voor hem een “huishoudboekje” gemaakt om aan de rechters uit te leggen dat ook zo’n zakenman investeringen moet doen voordat hij winst maakt. Hij moet bijvoorbeeld steekpenningen betalen om te kunnen smokkelen, loodsen huren om de waar op te slaan. Zo heb ik dat bedrag naar beneden gekregen en uiteindelijk kreeg die man zelfs geld terug van de overheid.’
Ook in andere ontnemingen is het OM bereid geweest, vertelt de advocaat, om te onderhandelen over de hoogte van het opgelegde bedrag. ‘Het horen van getuigen door de verdediging kost het OM tijd en geld. Daardoor is men van die zijde ook geneigd om opnieuw naar de vastgestelde claim te kijken.’
De pluk-ze-wetgeving levert justitie betrekkelijk weinig op, meent Doedens. ‘Het OM heeft de verplichting om een minimumaantal van dit soort ontnemingszaken per jaar te doen. Om het quotum te halen, neemt men vaak ook veel kleinere zaken waarbij het gaat om een boete van vijfhonderd tot duizend euro. In de miljoenenzaken wordt er altijd geprobeerd om tot een praktische oplossing te komen. Een halfkale kip valt immers lastig te plukken.’
Glimmend gepoetste bolides
Charles Z. was zeker niet armlastig toen hij in 1992 werd aangehouden. Zijn totale omzet in de drugshandel werd in die periode geschat op zo’n veertig miljoen gulden. Zijn Gooise landhuis, dat op naam stond van een stroman, werd na zijn veroordeling verkocht aan de zanger René Froger. Justitie schatte de waarde van de villa op twee miljoen gulden.
Niet alleen Doedens, ook andere advocaten spanden zich voor hem in. Cees van Bavel en Michel Jurgens stonden hem bij in de ontneming en probeerden met justitie en de fiscus te onderhandelen over de opgeëiste miljoenen. Hoogleraar strafrecht en advocaat Stijn Franken deed Z.’s cassatie. Bij al die procedures rolden de getallen over elkaar heen. Accountants kwamen namens het OM met uitvoerige rapporten met cijfers achter de komma. In de rechtszaal maakte een rechter daarna zichtbaar een berekening op een kladje, waardoor er weer wat miljoenen minder werden gevraagd: hij had rekening gehouden met de bedrijfskosten.
In de zijlijn werd ook druk onderhandeld. Advocate Renata Honig (tegenwoordig raadsvrouwe voor Willem Holleeder) behartigde Charles Z.’s belangen bij de onderhandeling met BOOM, dat conservatoir beslag had gelegd op zijn dure auto’s. Die Ferrari’s, Lamborghini’s en American Classic Cars stonden gehuld in plastic hoezen bij de Dienst Domeinen. Z., gehecht aan die bijzondere voertuigen, wilde een aantal ervan terugkopen van BOOM. De enige handreiking die justitie hem bood, was dat hij zijn auto’s als het ware kon omwisselen voor een geldbedrag, maar dat mocht niet minder zijn dan ze officieel op een veiling konden opbrengen. Autohandelaar als Z. is, probeerde hij toch op de prijs af te dingen. Hij leek daarbij even te vergeten waar het om ging: de staat had al zijn bezittingen in beslag genomen als onderpand voor een in de toekomst te innen geldboete. De overheid wilde daarbij het onderste uit de kan. Officier Van Leijen toonde zich destijds dan ook onverbiddelijk: als Z. geen reëel bod uitbracht, gingen zijn geliefde auto’s in de verkoop. Zo geschiedde. De overheid zette de glimmend gepoetste bolides, waaronder twee Rolls Royces, op internet om te veilen. Voor iets minder dan dertigduizend gulden kon een van de bieders voortaan rondrijden in een chique zilverkleurige Rolls. In totaal bracht de veiling van Z.’s luxueuze wagenpark vier miljoen euro op.
Volgens raadsvrouwe Renata Honig, die de ‘autodeal’ namens Z. begeleidde, was haar cliënt ‘het jongetje in de klas dat altijd in de hoek wordt gezet, een trofee van het OM’. Dat hardnekkige optreden wordt waarschijnlijk ook veroorzaakt door de opvatting van Z. zelf over zijn handel, vermoedt Honig: ‘Hij denkt dat wat hij doet n iet erg is en eigenlijk gewoon legaal is, of ooit zal worden.’
Op zichzelf heeft de advocate niets tegen de pluk-ze-maatregel, mits die eerlijk wordt toegepast. Z. is in haar ogen benadeeld. ‘Justitie heeft niet gekozen voor een openbare veiling per opbod, waardoor de prijs wordt opgedreven. Liefhebbers moesten hun bod doen in een gesloten envelop, waardoor er voor ons geen controle mogelijk was. Er zijn prachtige auto’s weggegaan voor een veel te lage prijs.’ Maar er is meer wat de raadsvrouwe steekt bij de uitvoering van de ontnemingswet. ‘Dat geldt niet alleen voor Z. Er zou een keuze moeten worden gemaakt tussen het opleggen van gevangenisstraf óf plukken, zoals nu gebeurt. Als je iemand voor het leven failliet maakt, lokt dat nieuwe illegale handel uit. Ook aan criminelen moet je een toekomstperspectief bieden.’
Criminoloog Hans Nelen haakt in met een ander heikel punt: ‘Alle aandacht is gericht op de uitspraak van de rechter die de hoogte van het bedrag vast stelt. Terwijl het natuurlijk vooral draait om de executie van de boete. Maar dat is een stiefkindje waar niemand bij de overheid zich erg druk overmaakt.’
Raadsman Piet Doedens is het daar mee eens, al bekijkt hij het uiteraard van de andere kant. ‘De praktische afhandeling van zo’n miljoenenbedrag is zeer ingewikkeld. Als je geen geld hebt, kun je ook niet betalen. Mijn cliënt zit in de gevangenis op een nieuwe verdenking. Zijn kapitaal is in beslaggenomen. Gelukkig heeft het OM zich tot nu toe welwillend opgesteld en is de ontneming nu even aangehouden, maar voor hoelang?’
Officier Van Leijen beaamt dat de juridische strijd over de miljoenenboete zeker nog niet is afgelopen. ‘Als Z. niet kan betalen, moet hij inderdaad opnieuw naar de rechter. Hij moet dan wel met nieuwe bewijzen komen waarom hij niet aan zijn financiële verplichtingen tegenover de staat kan voldoen. Al staat iemand bijvoorbeeld ingeschreven bij de sociale dienst en heeft hij op papier geen bezittingen, hij kan zijn geld ook ergens hebben begraven. Dat zou opnieuw moeten worden onderzocht.’
Van Leijen wil zich niet wagen aan een kosten-batenanalyse van deze geruchtmakende zaak. ‘Het rijk heeft een doelstelling: dat is het afpakken van crimineel verdiend geld. En al duurt het lang, deze ontneming heeft toch al het gewenste effect bereikt. Vijftien jaar geleden keek niemand in de opsporing naar het criminele vermogen van een verdachte. Nu wel. En wat Charles Z. betreft, zolang hij niet heeft betaald, zal de overheid hem kritisch blijven volgen.’
