VN MediagidsMaak van artsen geen moordenaars
Justitie / Zorg / zelfdoding 03.03.2001
Huisarts Van Oijen heeft naar eer en geweten gehandeld toen hij het stervensproces van een doodzieke patiënt versnelde. Maar zijn 'eer en geweten' voldoende criteria om iemand te laten sterven die zelf niet dood wil?
Wilfred van Oijen heeft op 5 februari 1997 een vierentachtigjarige doodzieke vrouw laten overlijden. De huisarts raadpleegde geen tweede arts toen hij besloot haar het spierverlammende middel alloferine toe te dienen, dat tot haar dood leidde. Is Van Oijen een moordenaar? Of is hij, zoals de rechtbank heeft gezegd, een arts die 'begaan' was met zijn patiënt, die 'naar eer en geweten' heeft gehandeld en deed 'wat in haar belang het beste was'? En is hij, in het tweede geval, niet ook een moordenaar?
De vrouw om wie het gaat, lag in coma door eerder toegediende morfine en had doorligwonden die een penetrante stank verspreidden. Het verzorgingshuis waar zij verbleef, weigerde haar te verschonen, hoewel zij in haar ontlasting lag. Men was bang dat ze dat niet zou overleven. (Misschien moet het openbaar ministerie er eens over nadenken of dit verpleeghuis zijn zorgplicht niet ernstig heeft verzaakt. Of is het echt zo dat de palliatieve zorg in Nederland onderontwikkeld is?) De dochters van de doodzieke patiënt wilden niet dat hun moeder 'als een hond' zou sterven. En Van Oijen, die wist dat het slechts enkele uren zou duren voordat deze patiënt zou overlijden, besloot hun wens in te willigen.
De dochters steunen de arts, het verpleeghuis gaf hem aan, de rechter acht hem schuldig aan moord maar legt hem geen straf op, en het openbaar ministerie denkt na over een hoger beroep. En de mevrouw zelf? Die had, zo lees ik, kort tevoren aan Van Oijen te kennen gegeven dat ze niet dood wilde.
Voor wie de zaken zuiver wil houden, doet alleen dat laatste ertoe. De dochters leden onder het lijden van hun moeder, de moeder zelf niet. Zij besefte niet wat er aan de hand was.
Ik moet er niet aan denken mijn eigen moeder op die manier te zien sterven, het lijkt me gruwelijk. Toch mag het leed van de omgeving voor een arts nooit een reden zijn om af te wijken van de regel die bij wet is vastgelegd: dat euthanasie alleen mag plaatsvinden als de patiënt daar zelf nadrukkelijk om vraagt. Niemand anders dan jijzelf hebt recht op je eigen leven; en niemand anders dan jijzelf hebt recht op je eigen dood. Als daarmee gesjoemeld wordt, al klinken de argumenten daarvoor nog zo redelijk, aannemelijk en invoelbaar, is het einde zoek. Niet je kinderen, je partner, je verzorgers of je arts bepaalt of jouw leven nog de moeite waard is – dat doe je zelf.
Deze vrouw wilde niet sterven. Van Oijen had haar wens moeten eerbiedigen en de rechtbank had dat van hem moeten eisen. Wie de motivering van de rechter tegen het licht houdt – 'de arts handelde naar eer en geweten', 'hij had oprechte bedoelingen' – hoort hem in feite zeggen: meneer Van Oijen is een goeie vent, integer en empathisch. Hij is dan wel schuldig aan moord, maar een moordenaar is hij niet. Maar is hij dat in de grond van de zaak niet wél?
Een liberale euthanasie-opvatting, die ik van harte onderschrijf, mag er nooit toe leiden dat paternalistische overwegingen het winnen van het principe van zelfbeschikkingsrecht – en dat is in feite wat hier is gebeurd. 'Ach, mevrouwtje, u weet het zelf niet meer, maar deze vriendelijke dokter heeft het beste met u voor. U wilt niet sterven, maar volgens ons moet dat toch maar gebeuren.' Zo zijn we weer terug waar we ooit begonnen: de dokter als ouderwetse autoriteit, die beslist over leven en dood. En dat wil toch eigenlijk niemand meer, de dokter zelf incluis niet?
Om te voorkomen dat artsen toch zulke besluiten (moeten) nemen, zullen we allemaal moeten nadenken over ons eigen sterven, over onze eigen dood. We moeten in een wilsverklaring laten weten wanneer we ons leven niet meer de moeite waard vinden – en aan wie we, als we dat zelf niet meer kunnen bepalen, de beoordeling daarvan overlaten – en dat is voor iedereen verschillend. De een zal uit geloofsovertuiging vinden dat niets en niemand hem mag helpen zijn sterven te verlichten, hoe mensonterend het ook is. De ander zal 'al' om hulp vragen wanneer hij, zoals oud-senator Brongersma, levensmoe is.
De omgeving zal beide keuzen en alles wat daartussen ligt, moeten respecteren; eenvoudigweg omdat niemand het recht heeft een ander zijn manier van sterven te betwisten, al stuit die je nog zo tegen de borst. Je mag alleen maar hopen dat mensen zoveel zelfrespect en gevoel voor eigenwaarde hebben, dat zij uit zichzelf laten weten 'niet als een hond' te willen sterven.
Wat Van Oijen deed, was in dit individuele geval heel begrijpelijk, maar – en ik snap goed hoe zuur dat voor hem is – niet gerechtvaardigd. Hoewel hij geen koelbloedige moordenaar is, heeft hij wel iemand gedood die daar niet om heeft gevraagd. Daarom is het in ons aller belang dat het openbaar ministerie in hoger beroep gaat.
