VN MediagidsHoren... en zwijgen

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie 15.04.2010

Door Rudie Kagie

In geen land wordt zo veel afgeluisterd als in Nederland. En melden hoeft niet meer.

Hoogleraar strafrecht Theo de Roos barstte in schaterlachen uit toen hij las dat demissionair minister Hirsch Ballin de 'notificatieplicht' wil afschaffen die inlichtingendiensten dwingt om betrokkenen te informeren als hun telefoon is afgeluisterd. De bepaling werd acht jaar geleden in de wet opgenomen, maar blijkt sindsdien nul keer te zijn uitgevoerd.

Reden volgens het evaluatierapport van de toezichthoudende Tweede Kamercommissie: in 53 procent van de gevallen was notificatie 'niet opportuun', in de overige 47 procent waren adressen en telefoonnummers van de afgeluisterden niet te achterhalen. 'Wonderlijk,' vindt De Roos, al dunkt het hem 'wel eerlijk om een regeling af te schaffen die in de praktijk niets voorstelt.'

De notificatieplicht kwam er na een aanbeveling van de commissie-Van Traa, die oordeelde dat opsporingsmethoden 'transparanter' moesten worden. De Roos: 'Blijkbaar wordt tegenwoordig anders gedacht over de transparantie waar destijds behoefte aan was.'

Als de cijfers kloppen, luistert de politie in geen land zo vaak gesprekken af als in Nederland. In 2008 gebeurde dat 26.425 keer, tegenover bijvoorbeeld 2208 keer in de Verenigde Staten.

Openbaarmaking
Daarnaast tappen ook de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) af, maar tot ongenoegen van de Tweede Kamer willen de bewindslieden niet verklappen met welke frequentie dit gebeurt. 'Openbaarmaking van deze gegevens zou zicht kunnen bieden op de werkwijze van MIVD en de AIVD,' stelde minister Guusje ter Horst. Evenmin is bekend of dankzij dat intensieve afluisteren meer boeven worden opgepakt.

'Notificatieplichten zijn altijd lastig, maar dat lijkt me nog geen reden om ze overboord te gooien,' zegt hoogleraar De Roos. Politie en justitie zijn net als inlichtingendiensten formeel verplicht om degenen die werden afgeluisterd daarvan binnen maximaal vijf jaar op de hoogte te brengen, maar er is niet één geval bekend waarin dat gebeurde.

In 2006 klaagde een inwoner van Groningen bij de Nationale Ombudsman dat hij door justitie met een nietszeggend briefje was afgescheept toen hij informeerde of zijn telefoon was afgetapt. Het OM antwoordde dat 'ofwel geen gesprekken zijn opgenomen ofwel dat het onderzoek in het kader waarvan dit gebeurd zou zijn nog niet is afgerond'. De Nationale Ombudsman had begrip voor dit rookgordijn en stelde de klager in het ongelijk: 'De hoofdofficier van justitie was niet gehouden die informatie te verstrekken aangezien daarmee tevens informatie zou worden gegeven over de vraag of er een strafrechtelijk onderzoek loopt naar de verzoeker.'

Op papier wordt de burger beschermd tegen Stasi-praktijken, maar de opsporings- en inlichtingendiensten noemen de naleving van dit democratische recht 'onwerkbaar'. De Maastrichtse hoogleraar Taru Spronken deed onderzoek naar het afluisteren van advocaten door justitie. Dit gebeurt regelmatig, maar tot dusver werd nooit één advocaat daarvan in kennis gesteld. 'Het is niet waar dat uitsluitend verdachten worden getapt. Het kan iederéén overkomen, als dat voor onderzoek nodig is. Het College van procureurs-generaal vindt dat er stipter genotificeerd moet gaan worden, maar onderneemt geen stappen in die richting.'

Geen sanctie
Uit het evaluatierapport van de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden kwam in 2004 al naar voren dat het inlichten van afgeluisterde personen 'geen prioriteit' heeft bij de instanties die dat zouden moeten doen. 'Ik weet dat het moet, maar er staat geen sanctie op in de wet,' zei een officier van justitie tegen de onderzoekers. Een andere officier bekende zelden te notificeren: 'We stellen het uit als we denken dat er nog eens een onderzoek komt. Mensen in de marge notificeren we niet. Die gaan alleen maar bellen wat er aan de hand is.'

De burger die graag opgehelderd ziet of de telefoon werd afgetapt, zal daar waarschijnlijk nooit uitsluitsel over krijgen. De privacy is in het geding, maar de nationale privacyhoeder College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) mengt zich niet in de werkwijze van opsporings- en inlichtingendiensten. Particuliere recherchebureaus worden daarentegen wél scherp door het CBP gecontroleerd: zij moeten achteraf zelfs de brave huisvader ervan op de hoogte stellen als hij in opdracht van een jaloerse echtgenote werd geschaduwd.

'Griezelig,' vindt advocaat Sjoerd van Berge Henegouwen die zich in de drabbige afluistermaterie verdiepte. 'We hebben te maken met een overheid die zich onttrekt aan de wettelijke bevoegdheid van burgers om controle uit te oefenen. Hier is het aloude adagium van toepassing: macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut.'

[reageren]