Foto: Marcel van den Bergh Foto: Marcel van den Bergh

Het verkeerde spoor

3 september 2012
Leestijd:

Minister Opstelten ziet af van marktwerking in de forensische opsporing. Particuliere onderzoekers zijn verbijsterd.

Waarom stopte het hart van Denise Schou­ten? De eenentwintigjarige vrouw overleed in december 1999 aan een infarct, stelde het Nederlands Foren­sisch Instituut (NFI) indertijd vast. De onderzoekers hadden geen verdachte stoffen in haar lichaam gevonden die konden wijzen op een onnatuurlijke dood. Maar de nabestaanden van Schouten accepteerden die conclusie niet.

Zij meenden dat er in een discotheek met Denises drankje was geknoeid. De familie zocht elders een bevestiging van haar vermoeden. Die kreeg ze onlangs: het bedrijf Independent Fo­ren­sic Services (IFS) vond dertien jaar na dato bestanddelen van xtc in de haren van de jonge vrouw. Begin juli bracht De Telegraaf het nieuws op de voorpagina en minister Op­stel­ten van Veiligheid en Justitie zag zich genoodzaakt om de Tweede Ka­mer in te lichten. In de brief van 5 juli houdt de bewindsman zich op de vlakte en wil niet inhoudelijk reageren, 'omdat ik niet bekend ben met de inhoud van het IFS-rapport'. Toch neemt hij het voorzichtig op voor 'zijn' NFI, wiens conclusie over het hartinfarct volgens de minister 'is bevestigd door verschillende externe deskundigen'.

Diezelfde dag stuurde Opstel­ten nóg een brief naar het parlement. Die ging over het rapport Bekend maakt bemind, een studie naar marktwerking in het forensisch onderzoek. Oftewel: moet er naast het NFI - een aan het ministerie gelieerd agentschap en de facto monopolist - meer ruimte komen voor private partijen? De minister had drieënhalf miljoen euro uitgetrokken voor de studie. Over een periode van twee jaar hadden negentien particuliere bedrijven 268 onderzoeksopdrachten gekregen van het Openbaar Ministerie, de politie en de advocatuur. Zaken die normaliter bij het NFI zouden zijn terechtgekomen. Of, vanwege gebrek aan capaciteit bij het NFI, op de plank waren beland. Overigens merkte het NFI zo goed als niets van de pilot: het instituut kreeg over diezelfde periode haar gangbare budget van het ministerie. Zeventig miljoen per jaar, op voorhand. Daar­na kunnen de opsporingsinstanties hun opdrachten indienen - tienduizenden - tot de poet op is.

De VVD-bewindsman wil niet tornen aan ‘de publieke taak’ van het NFI

Ondanks de kleinschaligheid was de uitkomst positief: de afnemers waren unaniem lovend over het geleverde werk van de particuliere instituten. Op vier van de vijf gescreende kwaliteitsaspecten (transparantie, eenduidigheid, bureaucratie en leesbaarheid) scoorden ze zelfs beter dan het NFI. Dit moest wel het begin zijn van de zo gewilde liberalisering, de proef zou zeker een vervolg krijgen, veronderstelden de deelnemende partijen. Dat bleek een misvatting. De minister houdt de knip dicht, alles blijft bij het oude. Het NFI krijgt z'n tientallen miljoenen van de staat, het OM en de politie kunnen daar terecht voor de bulk van hun opdrachten. Wat er overschiet mag de rest verdelen. Onbegrijpelijk, vinden spelers op de markt. 'Er zijn de afgelopen jaren steeds meer maatregelen genomen om de weg naar marktwerking te plaveien. Bedrijven hebben daar op ingespeeld, en nu trekt de minister de stekker eruit. Ik snap het niet,' zegt Victor Toom, socioloog en auteur van het boek Dragers van waarheid. Twintig jaar forensisch DNA-on­der­zoek in Nederland. 'En al helemaal niet van een VVD-bewindsman die liberalisatie zou moeten voorstaan.'

Ook Pim Volkers, directeur van het commerciële laboratorium Verilabs is perplex. 'We willen in Nederland toch zoveel mogelijk aan misdaadbestrijding doen? De minister zal de gevolgen van deze beslissing aan den lijve ondervinden. Hij zal moeten kunnen uitleggen waarom er volgend jaar een paar honderd zaken op de plank blijven liggen. Misschien geen moordzaken, maar wel zware delicten zoals overvallen, zedenzaken en steekpartijen. Op zich is het NFI een hartstikke goed opererende organisatie, maar het kan gewoon niet alles doen. Het instituut is van nature log, ambtelijk. Sommige zaken waar ze daar tweeënzeventig uur over doen, leveren wij in drie uur. Wij zijn namelijk mean and lean. Op deelgebieden, zoals vezelonderzoek, kunnen we zelfs meer.'

Verilabs van Volkers is niet de enige speler die heeft gemikt op liberalisering en hoopte op grote opdrachten vanuit de opsporingsinstanties. Ook Ton Broeders van concurrent The Maastricht Forensic Institute (TMFI) en hoogleraar criminalistiek is teleurgesteld. Hij had graag gezien dat de afnemers - OM, de politie - zelf zouden mogen bepalen aan wie ze hun geld uitgeven. Volgens Broeders zou competitie tussen de aanbieders de kwaliteit van forensisch onderzoek verbeteren. 'Maar die verantwoordelijkheid durft het ministerie niet aan. Men wil rust in de tent. En de opsporingsinstanties werken eigenlijk liever met één aanbieder die ze bij eventuele fouten verantwoordelijk kunnen houden. Als er een gerechtelijke dwaling aan het licht komt, wijst men naar het NFI en komt daar meestal mee weg.'

‘We hebben de afgelopen jaren voortdurend gewezen op fouten van het NFI’

De frustratie is begrijpelijk, zeker omdat Opstelten in zijn brief onderkent dat iedereen tevreden is en dat de marktpartijen 'een zinvolle bijdrage' leveren. Maar de VVD-bewindsman wil tegelijkertijd niet tornen aan 'de publieke taak' van het NFI. En de andere spelers moeten ook niet zeuren, lijkt de minister tussen de regels door te zeggen: de politie en het OM hebben alle vrijheid en omvangrijke budgetten om ook diensten bij andere dan het NFI in te kopen.

'Theoretisch klopt dat,' zegt Niko Struiksma. Hij is directeur van het Groningse onderzoeksbureau Pro Facto dat de pilot 'Bekend maakt bemind' in opdracht van het ministerie evalueerde. 'Maar het NFI wordt gefinancierd door het justitiedepartement. Het kost een officier van justitie of een rechercheur met een onderzoeksvraag dus niets. Als ze een particulier instituut vragen, moeten de opsporingsinstanties dat uit hun eigen budget betalen. Dus dat levert in de praktijk een behoorlijke drempel op.'

Forensisch medisch onderzoeker Selma Eikelenboom zegt het nog directer: 'Het is een gotspe! Het NFI krijgt zeventig miljoen euro per jaar. Als je als OM en politie een moordzaak gratis kan laten doen bij het NFI en je moet er bij ons twintigduizend euro voor betalen, wat denk je dat ze dan doen?'

Samen met haar man, de sporenonderzoeker en DNA-deskundige Ri­chard Eikelenboom, richtte ze in 2003 een eigen laboratorium op: Independent Forensic Services (IFS). Tegenwoordig bedient het echtpaar de internationale markt vanuit het Amerikaanse Colorado. Ze hebben het eerst geprobeerd in Nederland, maar de aanhoudende monopoliepositie van het NFI - waar ze vroeger werkten - werd hun te gortig. 'We doen nog wel Nederlandse zaken, maar meestal komen die opdrachten rechtstreeks van de rechter.'

Eikelenboom spuwt telefonisch haar gal over het onderzoek naar marktwerking: 'Ik was helemaal niet verbaasd door de recente beslissing van Opstelten. Ik heb twee jaar geleden al gezegd dat de pilot een schijnconstructie is, bedoeld om het NFI meer tijd te geven om zijn zaken op een rijtje te krijgen. We hebben de afgelopen jaren voortdurend gewezen op fouten die het NFI heeft gemaakt. Als de minister andere partijen structureel op de markt toelaat, gaat dat nog veel vaker gebeuren. Dan moeten er rechtszaken over worden gedaan, blijken mensen onschuldig in de gevangenis te zitten of onterecht vrij rond te lopen. Dan wordt de positie van het NFI aangetast. Daar zitten de minister en het College van procureurs-generaal niet op te wachten, dus maken ze onafhankelijk contra-onderzoek in Nederland onmogelijk.'

Foto: Elmer van der Marel Foto: Elmer van der Marel

En het NFI? Dat is niet onder de indruk van de kritiek. Net als de minister meent NFI-directeur Tjark Tjin-A-Tsoi dat zijn klanten zelf kunnen beslissen of ze van hem of van particuliere instituten diensten willen afnemen. 'Er zijn grote budgetten bij het OM, de politie en de rechtspraak. Die kan men naar eigen ­inzicht spenderen, dus objectief gezien hebben wij geen monopolie­positie. Er zijn genoeg mogelijkheden om er tussen te komen.'

Maar hoe vrij zijn de opsporingsinstanties in hun keuze? Mogen officieren van justitie in het land naar eigen inzicht in zee gaan met Verilabs, TMFI of IFS? Zonder toestemming van het ministerie? Telefoontjes naar enkele regionale parketten leveren hetzelfde antwoord op: 'Daar gaat het Parket-Generaal over.'

De reactie van de voorlichter van het Parket-Generaal - het 'hoofdkantoor' van het openbaar ministerie - is veelzeggend: 'Dat is toch vastgelegd in afspraken met het NFI?' Daarna verwijst hij door naar het ministerie: 'Daar wordt het beleid uitgestippeld.'

Uiteindelijk komt er dan toch nog een officieel antwoord. Het Par­ket-Generaal laat weten de aanwezigheid van particuliere instituten op de forensische markt 'een goede zaak' te vinden, want dat houdt het NFI 'scherp en flexibel'. Maar dan volgt de nuance. 'Er zijn echter ook risico's, bijvoorbeeld dat commerciële aanbieders zich uitsluitend en zeer concurrerend richten op de lucratieve onderdelen van het forensisch onderzoek en daarmee de financiële positie van het NFI verzwakken.' En dat is niet de bedoeling, meent het OM, want het NFI moet 'in de volle breedte van het forensisch onderzoek zowel research, als ontwikkeling en productie leveren'.

Ook Opstelten weet dat ‘marktwerking’ een vieze bijsmaak heeft gekregen

Kortom, die beleden keuzevrijheid lijkt beperkt. Misschien dat de opsporingsambtenaren het bij de speurtocht naar de waarheid vanzelfsprekend vinden om naar het NFI te stappen. Dat ze nog moeten wennen. Dat kan zo zijn, stelt NFI-directeur Tjin-A-Tsoi, maar dat laat volgens hem onverlet dat er genoeg ruimte op de markt is. 'De vraag naar forensisch onderzoek is altijd groter dan het aanbod. Dat komt omdat we steeds meer met technologie kunnen. In tien jaar tijd is het NFI zes keer zoveel zaken gaan leveren en nog steeds wil het OM meer. Dus zeg ik: kom op, concurrenten, duik in die markt! Ont­wikkel producten die sneller zijn dan die van het NFI, of lever iets dat wij niet kunnen.' Het klinkt wat pedant van een instituut dat jaarlijks zeventig miljoen euro op voorhand van overheidswege krijgt toebedeeld. Daar wil de directeur echter niet van weten. 'Dat een groot deel naar het NFI gaat, is een verdienste van het NFI, een teken dat we het goed doen.'

Maar die veronderstelde tevredenheid is nu juist te danken aan de toegenomen liberalisering, meent Pro Facto-directeur Niko Struikma. 'Het NFI is de laatste jaren inderdaad klantgerichter geworden en kent betere levertijden. Voorheen had het instituut de kenmerken van een traditionele monopolist: lui, arrogant, onvolwassen relaties met de klant. De dreiging of aanwezigheid van concurrentie werkt disciplinerend. Anders raakt het NFI weer in zichzelf gekeerd en hoeft het niet de moeite te nemen om te streven naar een tevreden klant.'

En of die klant wel altijd zo tevreden is, is de vraag. Advocaat Geert-Jan Knoops heeft ervaring met de diensten van het NFI. Hij noemt de beslissing van de bewindsman 'een gemiste kans'. 'Bij de politie en justitie is soms behoefte aan andere expertise dan die van het NFI. De levertijden bij het NFI staan af en toe onder druk door de grote vraag. De ervaring, ook die van mij, is dat private forensische onderzoeksinstanties veelal binnen twee weken en in sommige gevallen zelfs binnen enkele dagen al resultaat hebben.' Knoops pleit voor het volledig vrijgeven van de markt, gecontroleerd door een centrale autoriteit. 'Dat brengt alleen maar betere en snellere service met zich. Zo werkt nu eenmaal een vrij marktmechanisme in de wereld.'

Daar raakt de advocaat wellicht wel de kern van de discussie. Misschien is de onverwachte afwijzing van minister Opstelten ingegeven door diens goede antenne voor de politieke werkelijkheid. Hij mag dan het liberale gedachtengoed van de VVD voorstaan, ook de bewindsman weet dat 'marktwerking' een vieze bijsmaak heeft gekregen in Den Haag. Daar gaat de discussie - met de SP in de voorste gelederen - over het wanbeleid bij geprivatiseerde nutsbedrijven en de exorbitante zelfverrijking van managers bij semioverheidsinstellingen.

Desondanks blijft de VVD voorstander van marktwerking, benadrukt partijgenoot en Tweede Kamerlid Ard van der Steur. 'Hoewel wij het standpunt van de minister begrijpen, zijn wij het op dit punt niet zonder meer met hem eens. De VVD zag altijd al voordelen in toename van de marktwerking en ziet die visie bevestigd door het onderzoek.'

Na de verkiezingen zal de toekomst van de forensische markt ongetwijfeld opnieuw tegen het licht worden gehouden. Vraag is of het liberale standpunt over marktwerking dan nog gehoor vindt in Den Haag.

En het hart van Denise Schouten? Zou het onderzoek naar haar dood een andere uitkomst hebben gehad als meerdere forensische experts hadden mogen meedingen? Selma Eikelenboom van IFS is er van overtuigd. Het was via haar bedrijf dat de xtc-bestanddelen werden aangetroffen in Schoutens haar. Volgens Eikelenboom heeft het NFI een potje gemaakt van het onderzoek. 'Ze hebben het hart verwisseld, maar blijven dat ontkennen. En ze blijven benadrukken dat ze aan een natuurlijke doodsoorzaak is overleden. Maar hoeveel vrouwen van eenentwintig ken jij die overlijden aan een hartstilstand zonder dat daarvoor een aanleiding is?'

Kader: Autoriteit

Mocht het er toch ooit van komen en de forensische markt wordt - geleidelijk - vrijgegeven, dan moet de overheid wel blijven sturen. Dat concluderen de onderzoekers in de pilot 'Bekend maakt bemind'. Zij zien in een volledige vrije markt naast het NFI nog ruimte voor een groot, full-service laboratorium en enkele kleinere, specialistische aanbieders. Het NFI wordt in dit plan volledig geprivatiseerd, maar met de staat als enig aandeelhouder. Het jaarlijkse justitiebudget gaat niet op voorhand naar het NFI, maar naar het Openbaar Ministerie. Het OM beslist vervolgens wie de opdrachten krijgt. Om kwaliteit en innovatie te bewaken, komt er een Neder­land­se Forensische Autoriteit. Die houdt toezicht op de naleving van de wettelijk vastgelegde eisen, adviseert over het forensische onderzoek en is aanjager van nieuwe ontwikkelingen.

Over Harry Lensink

Harry Lensink (1968) werkt sinds 2005 bij Vrij Nederland, is gespecialiseerd in justitie en georganiseerde misdaad en heeft meerdere true crime-boeken op zijn naam staan.

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal