VN MediagidsHet uitgebluste kwaad

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / demjanjuk 12.05.2011

Door Margalith Kleijwegt

Was het proces-Demjanjuk af en toe een potsierlijke vertoning, voor de nabestaanden was het een belangrijke en soms louterende ervaring.

John Demjanjuk is donderdag veroordeeld tot vijf jaar cel. De Oekraïner wordt ervan beschuldigd dat hij kampbeul was in het vernietigingskamp Sobibor. De eis was zes jaar. Nu volgt er een nieuw hoofdstuk: het hoger beroep.

Nederlandse zonen en dochters van vermoorde slachtoffers speelden een belangrijke rol in het proces. Zij waren medeaanklagers en mochten in de rechtbank vertellen hoe de moord op hun ouders hen getekend had. Hun getuigenissen zorgden een jaar geleden voor bloedstollende uren in de rechtbank in München. Bejaarde mannen en vrouwen vertelden waardig en indringend hoe ze door het verlies van hun familie beschadigd aan hun leven waren begonnen. Ze voelden als klein kind al een leegte die niet op te vullen bleek. De man tot wie ze zich richtten en die symbool stond voor alles dat hun was aangedaan, sprak als beul niet direct tot de verbeelding. In het beklaagdenbankje zat geen jonge nietsontziende schoft, maar een oude uitgebluste man die tijdens de zittingsdagen bewegingloos op een bed lag met een pet op zijn hoofd en een zonnebril voor zijn ogen. Natuurlijk was het een doelbewuste strategie van de verdediging om de man er zo krakkemikkig mogelijk bij te laten liggen. Na verloop van tijd was je je er als toeschouwer niet eens meer van bewust dat de man over wie het ging ook lijfelijk aanwezig was.

Carnavaleske trekken
Het was bevredigender geweest als Demjanjuk zich actiever had opgesteld tijdens het proces. Wanneer hij het woord had gevoerd, zich had verweerd, zich tot de anderen in de rechtszaal had gericht. Maar hij zei niets, helemaal niets, al die maanden hield hij zijn mond. Hij liet zijn advocaat Busch een verklaring voorlezen waarvan de toon buitengewoon bitter was. Hij was geen dader, hoe kwam de rechtbank erbij? Hij was juist eigenlijk al zijn hele leven slachtoffer. Eerst onderging hij als jonge jongen de terreur van Stalin, later werd hij dwarsgezeten door de Russische geheime dienst, toen werd hij ten onrechte in Israël veroordeeld en nu zat hij onschuldig gevangen in Duitsland.

Tijdens de zittingsdagen, die regelmatig op het laatste moment niet doorgingen omdat de verdachte zich niet lekker voelde, had hij de beschikking over een eigen verpleegster die naast hem zat en een arts. Dokter Stein begon elke zitting met een communiqué over de gezondheidstoestand van zijn patiënt. Daarna spreidde hij de krant op tafel uit om die rustig te gaan lezen.

Buiten de indrukwekkende bijdragen van de hoofdzakelijk Nederlandse medeaanklagers kreeg het proces soms carnavaleske trekken. Demjanjuk die lag te snurken, zijn advocaat die slaande ruzie kreeg met rechter Alt.

De buitenwereld geloofde het na een tijdje wel; hier stond geen Eichmann terecht, geen koele berekenende Schreibtischmörder, geen allesomvattend symbool voor het onvoorstelbare kwaad, maar een stokoude man – Demjanjuk is nu 91 – die al jaren in de gevangenis had doorgebracht, er vijf jaar in de dodencel op had zitten en naar alle waarschijnlijkheid in de gevangenis zou sterven. Het leek erop dat de Duitse justitie zich bij gebrek aan beter op hem had gestort. Was er in het begin nog grote aandacht voor het proces, na verloop van tijd zat er bijna niemand meer op de publieke tribune en werd de zitting soms zelfs verplaatst naar een achterafzaaltje.

Getraineerd
Manuel Bloch hield vol. Hij was als Nederlandse advocaat voor de medeaanklagers bij bijna alle procesdagen in München aanwezig en ondanks zijn irritatie over de soms slepende voortgang had hij het proces niet willen missen. Met zijn vijfenveertig jaar was hij de jongste in de Nederlandse ploeg. Hij ontfermde zich in München over de aanwezige medeaanklagers, zorgde ervoor dat ze begrepen wat zich in de rechtbank afspeelde en deed dat zichtbaar toegewijd. In totaal reisde hij zeventien keer naar München en iedere keer was het afwachten of het proces getraineerd zou worden.

Bloch twijfelt geen moment aan de schuld van Demjanjuk, en dat hield hem op de been. Hij noemt het bewijs tegen de Oekraïner ‘overweldigend’. Op 14 april hield hij zijn requisitoir, waarin hij de nadruk legde op het kindertransport in juni 1943 waarbij 1099 jongens en meisjes tussen nul en zestien jaar werden vermoord. Dat was in de tijd dat Demjanjuk in Sobibor zou hebben gezeten. Iedereen die in Sobibor uit de trein stapte, werd onmiddellijk met geweld naar de gaskamers gedreven. Er waren kampbewakers die de wreedheden te gruwelijk vonden en vluchtten. Manuel Bloch tijdens zijn requisitoir: ‘De historische waarheid is dat Demjanjuk ervoor koos te blijven.’

Ook Bloch vindt het frustrerend dat deze verdachte zijn kaken gedurende het hele proces stijf op elkaar hield; dat zwijgen zou je als een soort schuldbekentenis kunnen beschouwen.

Datzelfde zei Paul Hellmann, voormalig redacteur van NRC Handelsblad, wiens vader werd vermoord in Sobibor. In april mocht hij de rechtbank nog één keer toespreken. Hij betreurde het dat Demjanjuk al die tijd had gezwegen, dat hij deed ‘alsof hij een buitenstaander was, een toevallige toeschouwer’. Het enige dat Hellmann van hem verlangde, waren de woorden ‘het spijt me’. ‘Hij had de moed niet om dat te doen, daarom ben ik van mening dat aangeklaagde schuldig is.’

Onverzettelijk
Mary Richheimer-Leijden van Amstel spreekt niet over die schoft of die klootzak, ze heeft het consequent over meneer Demjanjuk. Toch is de man voor haar in het afgelopen jaar de verpersoonlijking van het kwaad geworden. Hij heeft mogelijk eigenhandig haar vader en moeder de gaskamer in gedreven op 9 juli 1943, de datum van hun dood. In haar smaakvol ingerichte flat staat tussen de tientallen foto’s van haar eigen gezin één foto van haar moeder en haar zusje aan het strand. Van haar vader bezit ze helemaal niets, niet eens een klein kiekje, Mary Richheimer heeft geen idee hoe hij eruit heeft gezien.

Zenuwachtig maar onverzettelijk nam ze het woord aan het begin van het proces. Ze is met haar zeventig jaar nog steeds een opmerkelijk mooie vrouw met grote blauwe ogen die kracht uitstralen. Ze vertelde de rechter en de internationale pers dat ze er stond voor haar ouders. Dat mensen als Demjanjuk hadden geprobeerd haar uit te roeien, klein te krijgen, maar dat dat niet was gelukt. Integendeel, ze had een goed en rijk leven weten op te bouwen. Haar optreden maakte diepe indruk, net als dat van de andere medeaanklagers, die allemaal een eerbetoon aan hun vermoorde familie brachten.

De confrontatie met Demjanjuk hakte er minder diep in dan ze had verwacht, zegt Mary Richheimer. ‘Er lag een hoop vlees, ik had er geen gevoelens bij. Voor mij heeft die man geen enkele waarde.’

Voor de doden
De medeaanklagers hebben de afgelopen anderhalf jaar veel steun aan elkaar gehad. Jetje Manheim van de Stichting Sobibor besteedde veel tijd en aandacht aan iedereen die zich in het proces had gevoegd. De groep is mede dankzij haar inzet hecht geworden. Toen Rob Wurms, een van de medeaanklagers, een paar weken geleden overleed aan een hartaanval, was iedereen totaal van slag. Dat zo’n lieve man nu niet zijn eigen requisitoir kon voorlezen, vonden de anderen verschrikkelijk.
Was het proces-Demjanjuk in de rechtszaal af en toe een potsierlijke vertoning, voor de nabestaanden was het een belangrijke en soms louterende ervaring om niet alleen hardop te kunnen zeggen wat voor beestachtigs je ouders en andere familie is aangedaan, maar dat ook zonder schaamte met anderen te kunnen delen.

Allemaal hebben ze het gevoel dat ze door hun aanwezigheid in München van betekenis zijn geweest voor de doden. En dat – niet onbelangrijk – het kamp Sobibor eindelijk onder de aandacht is gebracht, want bijna niemand wist van het bestaan. De Duitsers besloten het kamp meteen na de grote opstand in oktober ’43 te vernietigen om zo geen sporen na te laten.

‘Ik stond er niet alleen voor mijn familie,’ zegt Mary Richheimer. ‘Ik deed het voor alle Joden die daar zijn omgebracht. De nachten voor mijn requisitoir heb ik geen oog dichtgedaan en toen ik het woord nam, voelde ik hoe mijn lichaam trilde, maar dat zag niemand. Ik hield vol, besefte dat dit het laatste was wat ik voor mijn ouders kon doen. Mijn man en kinderen waren apetrots op me, ik was opgelucht toen ik klaar was. Zo veel mensen kwamen naar me toe om te zeggen dat ze onder de indruk waren, jonge journalisten uit Duitsland.’ Ze haalt haar schouders op, alsof ze nog steeds verbaasd is over al die aandacht: ‘Weet je, ik realiseer me nog steeds heel goed dat ik er eigenlijk niet had mogen zijn.’