VN MediagidsForensisch DNA-onderzoek op de vrije markt?

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / crime 08.03.2011

Door Harry Lensink / Marian Husken

Een onderzoeker van de geprivatiseerde Britse Forensic Science Service bekijkt een auto met laserlicht
Een onderzoeker van de geprivatiseerde Britse Forensic Science Service bekijkt een auto met laserlicht

DNA-onderzoek is booming. Kan forensische waarheidsvinding worden overgelaten aan de vrije markt?

Ruim vijfenzestig keer per week is het raak. Dan matcht een DNA-spoor van een plaats delict met een profiel van de mogelijke dader. Met dank aan de DNA-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Daarin zitten inmiddels de unieke genetische gegevens van meer dan honderdduizend mensen, onder wie dieven, verkrachters en moordenaars.

Zo liep de huidige verdachte van de Puttense moordzaak in 2008 tegen de lamp. Een DNA-hit leidde er ook toe dat in 2010, zeventien jaar na dato, de moordenaar van Andrea Luten kon worden opgepakt. En vorig jaar werd door een match duidelijk wie de dood van het Limburgse 'Rozenmeisje' - een jonge Poolse vrouw - op zijn geweten heeft.

De databank groeit per dag. Naast persoonsprofielen bevat hij ook veertigduizend DNA-sporen, vastgesteld van sperma, speeksel of bloed afkomstig van de crime scene. En dat is slechts de kennis die binnen de landsgrenzen aanwezig is. Vanaf augustus kunnen ook nog eens alle forensische databanken in de Europese Unie hun informatie uitwisselen.

Ondertussen omarmt de regering al weer nieuwe mogelijkheden op het gebied van DNA-onderzoek. Deze maand debatteert de Tweede Kamer over een wetswijziging die het DNA-verwantschapsonderzoek moet legitimeren. Daarmee kan de politie straks wangslijm afnemen van verwanten als een verdachte weigert om DNA-materiaal af te staan. Sceptici vragen zich af of dit ethisch-juridisch wel door de beugel kan - het zet familieleden onder morele druk - maar dat lijkt een achterhoedegevecht. Hoogstwaarschijnlijk wordt de wetswijziging goedgekeurd en kunnen opsporingsinstanties er mee aan de slag.

Tegelijkertijd heeft ook de verdediging in strafzaken nieuwe mogelijkheden gekregen. Sinds 1 januari kunnen verdachten een contra-expertise laten doen - die moeten ze dan wel zelf betalen. Daarmee is DNA volop doorgedrongen in het Nederlandse strafrecht. Maar niet alleen daar. Particulieren doen ook steeds vaker een beroep op forensische laboratoria bij een zoektocht naar bloedverwanten. Kortom: DNA-onderzoek is booming business.

Het Sprint-product
De hightechapparaten in het Haagse NFI-kantoor doen meteen denken aan de Amerikaanse televisieserie CSI. Het grote verschil: de Nederlandse DNA-deskundigen grijpen de criminelen niet zelf in de kraag. In de grote steriele laboratoria aan de Laan van Ypenburg werken ruim zeshonderd forensische experts vooral in stilte aan de onderzoeken.

De resultaten liegen er evenwel niet om. Dat was althans de boodschap van directeur Tjark Tjin-A-Tsoi in zijn nieuwjaarsspeech, die hij doorspekte met rooskleurige cijfers. Het aantal zaken ligt inmiddels rond de zestigduizend per jaar: 'Een verzesvoudiging in tien jaar,' meldde de directeur trots. Tegelijkertijd zegt het instituut veel sneller te kunnen leveren, waardoor het eeuwige gemopper van opsporingsinstanties op de lange wachttijden is verstomd. Dat is mede te danken aan wat Tjin-A-Tsoi 'het nieuwe supersnelle Sprint-product' noemt, waarmee het NFI binnen zes uur tijd uitsluitsel kan geven over een DNA-spoor. Dat plaatst zijn bedrijf bij 'de absolute wereldtop', beweert de directeur.

technische recherche aan het werk op de plek waar Stanley H. is geliquideerd
technische recherche aan het werk op de plek waar Stanley H. is geliquideerd

Deze borstklopperij is niet zonder reden. Het NFI is in Nederland veruit de grootste en wil die positie graag behouden. Weliswaar heeft het instituut wettelijk geen monopolie, maar het staatslab is de onbetwiste marktleider. De Haagse laboranten beseffen dat de groeiende markt andere aanbieders van forensische diensten aantrekt. Daardoor kan de prijs die zij rekenen voor hun product onder druk komen te staan. Bovendien neemt van overheidszijde de druk om te bezuinigen toe. In het rapport Bespiegelingen over de forensische markt geeft het NFI aan in de toekomst niet alleen voor officiële opsporingsinstanties te willen werken. De particuliere markt lonkt, de term privatisering is al gevallen.

Maar hoe zinvol is dat?

Deuk in de reputatie
De vrije markt is vooralsnog ver te zoeken in DNA-land. Het ministerie van Justitie stort jaarlijks circa vijfenzestig miljoen euro ineens op de rekening van het NFI. Zo hoeven politie en justitie niet per aanvraag te betalen voor hun onderzoekswensen. Bij andere spelers krijgen de opsporingsinstanties per keer de rekening gepresenteerd. Bovendien bemiddelt het NFI als de recherche of het Openbaar Ministerie een onderzoekswens heeft die buiten de expertise van het staatslab valt. De opdracht gaat dan via het NFI naar een van de 'vrije spelers in het veld'.

Zo schetst de Tilburgse hoogleraar regulering van technologie Bert-Jaap Koops de huidige situatie van het forensisch onderzoek. In opdracht van Justitie onderzocht hij in samenwerking met de universiteit Nyenrode de marktwerking. Koops vergeleek Nederland met de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. In het eerste land is al jaren een hevige concurrentiestrijd gaande tussen privélaboratoria. Maar ook de Britse situatie is de afgelopen tien jaar drastisch veranderd. Daar werd de prestigieuze Forensic Science Service (FSS) - vergelijkbaar met het NFI - geprivatiseerd.

Dat heeft geleid tot dalende prijzen en snellere rapportages, stelt Koops vast. Hij wijst echter ook op de nadelen. Door de verzelfstandiging van de FSS (goed voor 120.000 zaken per jaar) meldden zich meer spelers op de markt. De overheid legde immers niet automatisch haar verzoeken neer bij de voormalige monopolist. De fikse toename van nieuwe bedrijven leidde zelfs tot overaanbod: de vijver werd te klein voor al die forensische instituten. Daarnaast liep de internationale reputatie van de FSS een stevig deuk op: door de concurrentiedruk raakte het wetenschappelijk onderzoek in de verdrukking.

De malaise waarin de Britse FSS verkeert, is een waarschuwing voor de Nederlandse politiek, meent Koops. Door privatisering kan de kwaliteit van forensisch onderzoek flink achteruit hollen. De hoogleraar vindt dat de overheid dat als toezichthouder dient te voorkomen.

Ook forensisch wetenschapper Victor Toom kent de overzeese sores. 'De FSS werd in de jaren negentig geprivatiseerd. Sindsdien speelt de Britse politie de diverse laboratoria tegen elkaar uit om zo min mogelijk te hoeven betalen.' Toom deed onderzoek naar de geschiedenis van twintig jaar forensisch DNA-onderzoek in Nederland. Zijn boek Dragers van waarheid wordt nog dit voorjaar uitgegeven.

De vorig jaar gepromoveerde onderzoeker is verbonden aan de Northumbria University for Forensic Science en is goed op de hoogte van de Engelse situatie. 'Sommige bedrijven gingen bijna onder de kostprijs zitten en daar werd het grote en dure FSS de dupe van. Nu is het failliet. Volgend jaar gaat de stekker eruit. Ze lijden meer dan twee miljoen euro verlies per maand.'

Zo'n vaart zal het hier echter niet lopen, meent Toom. Nederland zal altijd kiezen voor de weg van de geleidelijkheid, mocht de overheid kiezen voor privatisering.

Hired guns
Snel of langzaam, hoogleraar forensische genetica Peter de Knijff gelooft niet in de zegeningen van de markt. Hij is mordicus tegen privatisering van het NFI. Zelf is De Knijff verbonden aan het Forensisch Laboratorium voor DNA-Onderzoek (FLDO). Hij wordt regelmatig om advies gevraagd - onder meer door het NFI - vanwege zijn specialistische expertise of om een second opinion.

De Knijff: 'Het NFI voorziet in een primaire levensbehoefte. Zolang je ingewikkelde moordzaken of grote kinderpornozaken wilt blijven oplossen, zie ik geen mogelijkheden voor een volledig vrije DNA-markt. Die commerciële bedrijven kiezen voor snel en goedkoop onderzoek, zo'n ingewikkelde zaak wordt hen veel te duur.'

- Door privatisering kan de kwaliteit van forensisch onderzoek flink achteruit hollen

Kleine bedrijven of onafhankelijke instituten kunnen wel worden ingeschakeld voor eenvoudige analyses of specialistisch onderzoek, vindt hij. 'Maar er zal altijd een overheidsinfrastructuur voor forensische waarheidsvinding nodig zijn.' Het staat voor de hoogleraar buiten kijf dat slechts de staat een DNA-databank kan beheren. 'Maar waar archiveer je al het andere materiaal, afkomstig van andere spelers? Dat moet wettelijk twintig tot dertig jaar bewaard blijven. Wil je dat onderbrengen bij tien verschillende privébedrijven verspreid over heel Nederland? Dat lijkt me een gruwel. Je kunt echt niet alles aan de vrije markt overlaten.'

Kostenbesparingen en marktconforme prijzen zijn aanlokkelijke ingrediënten voor een bezuinigende overheid, begrijpt ook De Knijff. 'Met forensische waarheidsvinding is veel geld gemoeid. Maar Den Haag moet beseffen dat privatisering niet alleen maar leidt tot goedkopere oplossingen.'

Ook Ton Broeders van The Maastricht Forensic Institute (TMFI) ziet haken en ogen aan een vrije markt. De hoogleraar criminalistiek: 'Het is een middel, niet noodzakelijkerwijs het beste middel om te komen tot wat ik wel essentieel vind: competitie.' De ideale situatie ontstaat volgens hem als forensisch wetenschappers vanuit een onafhankelijke positie elkaars werk kunnen controleren en bekritiseren. Dat kan dus niet door collega's bij hetzelfde laboratorium of een daaraan verbonden instituut, meent Broeders. Dat klinkt als een pleidooi voor een vrije DNA-markt, maar dat is het niet, volgens de hoogleraar die voorheen bij het NFI werkte. Bij liberalisering dreigt volgens hem de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek in gevaar te komen, zoals zijn Tilburgse collega Koops ook vreest. Broeders: 'Ik pleit voor onafhankelijkheid. Daarbij denk ik niet direct aan private aanbieders maar eerder aan instituten gelieerd aan een universiteit. Dat houdt ook het contact met het reguliere wetenschappelijk onderzoek in stand.'

Onafhankelijkheid bevordert de waarheidsvinding, meent de Maastrichtse professor. Procespartijen kunnen bij experts gaan shoppen. Vrees voor 'hired guns' - deskundigen die vertellen wat de opdrachtgever graag wil horen - heeft Broeders niet. 'De rechter wordt slechts geconfronteerd met verschillen van inzicht tussen wetenschappers en dat kan helpen om tot een uitspraak te komen.'

Broeders is een groot voorstander van het recent ingevoerde nationaal deskundigenregister in strafzaken. Hierin zijn individuele forensische onderzoekers opgenomen die gescreend zijn op hun deskundigheid. Dit register biedt in de toekomst een waarborg voor kwaliteit, hoopt hij. Want een vrije markt gaat hem weliswaar te ver, maar de huidige situatie is ook allesbehalve ideaal. Als voorbeeld wijst Broeders op de justitiële dwaling in de Schiedammer Parkmoord. 'Forensische onderzoekers kunnen - onbewust - een prosecutorial attitude ontwikkelen waarbij ze zich eerder identificeren met de misdaadbestrijding dan dat ze zich opstellen als een onafhankelijke wetenschapper. Een al te innige band tussen een forensisch onderzoeker van het NFI en het OM kan leiden tot ongewenste resultaten.'

Richard Eikelenboom van Independent Forensic Services bezig met DNA-onderzoek
Richard Eikelenboom van Independent Forensic Services bezig met DNA-onderzoek

Vaker handmatig
Richard en Selma Eikelenboom verlieten het NFI al eerder dan Broeders. In 2003 richtten zij hun eigen laboratorium op: Independent Forensic Services (IFS) in het Gelderse Hulshorst. Sporenonderzoeker Richard, die onder meer was betrokken bij het onderzoek naar de Puttense en Deventer moordzaak, en schouwarts Selma wonen tegenwoordig in Colorado. Daar begeven ze zich met succes op de Amerikaanse markt. Het duo heeft zijn werkgebied niet voor niets verbreed. Het NFI - optredend als makelaar - gunt hen geen onderzoeken, zeggen ze. Die krijgen ze alleen soms rechtstreeks van het OM of de rechter. Ze zouden dus graag zien dat de jaarlijkse vijfenzestig miljoen euro die de overheid uittrekt voor forensische waarheidsvinding niet langer volledig naar het NFI gaat, maar anders - 'eerlijker' - wordt verdeeld. 'Zoals het nu gebeurt, is het niet gezond.'

Het behoeft geen betoog dat de Eikelenbooms voorstander zijn van privatisering. De angst dat complexe strafzaken niet meer zullen worden opgelost, werpt biochemicus Richard ver van zich. 'Wij hebben daar juist onze specialiteit van gemaakt. Ik heb bij het NFI de DNA-sporenafdeling opgezet, maar ik denk dat ik dezelfde resultaten kan leveren als het instituut. We hebben alleen minder dure machines, werken vaker handmatig. Wij doen dus méér met minder geld. Dat vinden ze bij het NFI uiteraard niet leuk. Je merkt gewoon dat ze nu zitten te loeren of wij geen fouten maken.'

Richard Eikelenboom wijst eveneens op het belang van een vermelding in het deskundigenregister om de kwaliteit van onderzoek te bewaken. Dat geldt ook voor een staatslab. 'Toen ik als medewerker van het NFI in de rechtszaal verscheen, ging de rechter er automatisch van uit dat het goed zat. Maar sinds we geconfronteerd zijn met justitiële dwalingen in strafzaken waarin gebruik is gemaakt van onderzoek van het NFI, is dat nog maar de vraag.'

Oneigenlijke concurrentie
Geen kwaad woord over het NFI bij Pim Volkers. De directeur van Verilabs - het andere commerciële laboratorium in Nederland - zou zelfs het liefst samengaan met een geprivatiseerd NFI. Volgens hem is dat instituut zich inmiddels veel marktgerichter gaan gedragen. 'Samen hebben we dan twaalfhonderd onderzoekers en zijn we een speler van formaat.'

Volkers' bedrijf is onderdeel van LGC Forensics, dat zich op de Britse markt manifesteert en daar veel opdrachten uitvoert voor de opsporingsinstanties. De Verilabs-directeur schuwt felle concurrentie niet. Integendeel: 'Het kan je opstuwen tot grote prestaties.' En volgens hem investeren commerciële bedrijven wel degelijk in de ontwikkeling en kwaliteit van hun producten. 'Wie commercieel denkt, denkt toekomstgericht. Dat kan niet anders. Binnenkort komt Verilabs met een grootse vinding. We hebben voor de Engelse politie een apparaat ontwikkeld waarmee ze op de plaats delict binnen vijfenveertig minuten een DNA-profiel kan vaststellen. Een wereld van verschil dus met hier in Nederland, waar het NFI op zijn snelst binnen zes uur uitsluitsel kan geven.'

Ook Volkers zou de vijfenzestig miljoen euro van Justitie voor forensisch onderzoek anders willen besteden. Nu moet hij opboksen tegen de oneigenlijke concurrentie van het NFI. Hij heeft al een oplossing bedacht als de DNA-markt wordt vrijgegeven. 'Na de reorganisatie van de politie die minister Opstelten gaat doorvoeren, zullen er straks tien zogenaamde "bovenregionale forensische centra" zijn, wat vroeger de technische recherche heette. Daar kan het geld naartoe. Misschien kunnen ze dan ook meteen een controller aanstellen. Financiën moet je niet overlaten aan politie of juristen. Die hebben verstand van opsporing, maar niet van geld.'

Weinig fiducie
Wat vindt een van de grootste opdrachtgevers van het NFI eigenlijk? Het Openbaar Ministerie is niet tegen marktwerking in forensische waarheidsvinding, zegt een woordvoerder, 'alleen nu nog niet'. Het OM wil eerst dat de kwaliteit van forensisch onderzoek te allen tijde wordt gegarandeerd, ongeacht wie het uitvoert. 'Vanaf het onderzoek op de plaats delict tot in de rechtszaal. Van het verzamelen van sporen tot en met het analyseren en het interpreteren ervan.'

Het OM conformeert zich aan het standpunt van Ivo Opstelten, de minister van Veiligheid en Justitie. De bewindsman heeft de Tweede Kamer onlangs verzekerd dat voorlopig alles bij het oude blijft. Hij wacht op de resultaten van een pilot die eind 2011 afloopt en waarbij forensisch onderzoek is uitbesteed aan particuliere laboratoria.

Wat de bevindingen ook zullen zijn, Victor Toom hoopt niet dat het NFI al in 2012 wordt geprivatiseerd. Sterker nog, de in Engeland werkzame onderzoeker heeft überhaupt weinig fiducie in een volledig verzelfstandigd staatslab. Zijn scepsis wordt gevoed door voorbeelden in andere sectoren. 'Kijk naar de gezondheidszorg en het openbaar vervoer die al eerder werden geprivatiseerd.' Aan de forensische waarheidsvinding zit een prijskaartje, vindt Toom. 'Eens doet zich bij een verzelfstandigd laboratorium de vraag voor: wat is belangrijker, de kwaliteit van de waarheidsvinding of winst maken? Dat hóéft niet met elkaar in tegenspraak te zijn, maar het kán wel.'

Ultra Eta Peta Terror Slim

Geplaatst door: Ultra Eta Peta Terror Slim reacties

AH Dát nfi Dat al heel eigen FAN Websites Heeft om de Series aan Sabotages en Geklooi mét Voornamelijk Kinderen Jongetjes en Meisjes om Daders te Helpen weg komen.

Hadden ze al ontdekt Dat er op Milly Boele het dna van vier Daders aanwezig Wás En heroine En GHB Én gelijk maar éven Alle Onderzoek Zo Grondig en gelijk Kapot maken Dat er Aan Haar Niets Bruikbaars Meer te Vinden Was.

Én Hébben ze Al eens het dna Ván Die """Onbekende??? blanke man "" Dat op Marianne Vaatstra Gevonden Werd Vergeleken mét Dát Ván joris demmink?

Wordt hét nfi Óók Ál geleid door joden Mischién en zó doende in klauw ván de joris demminkmeute?

FeeX

Geplaatst door: FeeX reacties

Dna wordt al afgenomen bij kinderen geboren na 1994.
Of dat dna wat bij Marianne werd gevonden van Joris Demmink justitietopman is betwijfel ik..
Hij hield ervan om jongens te verkrachten.
Maar goed..zedendelicten vallen wel onder zijn functie.
Dus kun je weinig vooruitgang verwachten.

[reageren]