Foto: Mark van der Zou / HH Foto: Mark van der Zou / HH

FBI-agenten hacken mee met de Nederlandse politie

14 maart 2013
Leestijd:

De Amerikanen bevechten wereldwijd cybercrime. Nederland doet mee: twee special agents zijn hier continu ‘embedded’.

Waar moet een sollicitant die wil werken bij het Team High Tech Crime op letten? Hij of zij moet in ieder geval goed Engels spreken. ‘Dat is wel zo gezellig als je ’s morgens onze vaste FBI-verbindingsofficier tegenkomt bij de koffieautomaat,’ staat er op luchtige toon in de meest recente wervingsbrochure van de politie.

Dat de Nederlandse opsporingsinstanties bij misdaadbestrijding graag samenwerken met hun Amerikaanse zusterorganisaties, is bekend. Maar bij de aanpak van computercriminaliteit is die band wel heel innig. Sinds 2010 hebben de Secret Service en de FBI agenten gestationeerd bij de High Tech Crime Unit (HTCU) van de Landelijke Recherche. Ook andere landen – Roemenië, Estland, Oekraïne en Colombia – hebben dergelijke ‘embedded’ liaisons in hun politiediensten. ‘We zijn het hele jaar door aanwezig bij de Nederlanders. Dat maakt het mogelijk om cyberinlichtingen te 
delen als ook informatie over de tactieken en technieken van cybermisdadigers,’ schreef Alvin Smith, onderdirecteur bij de Secret Service, in het vakblad The Police Chief. Zijn collega Robert Mueller, hoofd van de FBI, zei tijdens een hoorzitting van het 
Amerikaanse Congres: ‘We delen informatie en coördineren onderzoeken, we werken samen aan het 
blootleggen van nieuwe trends en belangrijke spelers in het veld.’

De Amerikanen maken duidelijk dat dit ‘embedded’-programma veel intensiever is dan de gebruikelijke samenwerking met buitenlandse politiediensten. De cyberagenten zijn fulltime aanwezig bij de HTCU: de gedetacheerde Secret Service-agent rouleert om de drie maanden, de FBI-medewerker wordt voor een jaar naar Nederland uitgezonden.

De Nederlandse politie juicht de aanwezigheid van de Amerikaanse agenten toe. ‘Het is uniek. Het zegt wat over de expertise die we in Nederland hebben opgebouwd voor de bestrijding van cybercrime,’ zei HTCU-teamleider Pim Takkenberg eerder in een politievakblad. ‘Zij zitten niet alleen in ons team om operationele zaakgegevens uit te wisselen, maar ook om van onze vernieuwende aanpak te leren.’

Maar is het zo voor de hand liggend dat Nederland de Amerikanen in zijn eigen keuken tolereert? ‘Achter de bestrijding van computercriminaliteit zit een economische realiteit,’ zegt de Amsterdamse advocaat Bart Stapert. ‘Voor de VS staat cybercrime hoog op de agenda. Impliciet zeggen andere landen tegen de Amerikanen: halen jullie de kastanjes maar uit het vuur. Dat zag je ook bij terrorismebestrijding. De Ameri kanen maakten vuile handen, de rest van de wereld sprak er schande van, maar men liet wel oogluikend clandestiene vluchten met verdachten toe.’ Stapert is gespecialiseerd in Ameri kaans strafrecht en doet veel uitleveringszaken naar de VS. ‘De

Amerikanen hebben van oudsher groot vertrouwen in het strafrecht. Terwijl wij het lange tijd zagen als het ultimum remedium; Nederland koos eerder voor preventie of een bestuurlijke aanpak. Maar dat is hier aan het veranderen. Het resultaat daarvan is dat de Nederlandse overheid vertrouwen toont in de VS en heel gemakkelijk onderdanen die kant op stuurt. Maar in bepaalde gevallen zou justitie tegen de Amerikanen moeten zeggen: hebben jullie hier in Nederland iemand in het vizier, dan vervolgen wij hem wel.’

Binnen de bestrijding van cybercrime zijn de spelregels niet duidelijk

Vorig jaar werd Staperts cliënt David S. vanuit Roemenië uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Hij werd verdacht van creditcardfraude en kreeg daar twaalf jaar cel, een bizar hoge straf (lees ook de reconstructie). De toen 21-jarige Nederlandse hacker diende als afschrikwekkend voorbeeld.

De zaak riep allerlei vragen op. Wist Nederland van de op handen zijnde arrestatie? Had de politie informatie doorgegeven aan de FBI en de Secret Service? Waren de liaison-agenten betrokken bij de opsporing? Staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie ontkende eerder dat de politie wist van de geplande aanhouding, maar gaf toe dat er informatie over de verdachte was uitgewisseld. Tegen Vrij Nederland zegt de Amerikaanse aanklager Jenny Durkan dat er ‘communicatie was met de Nederlandse autoriteiten die ons hebben geholpen’.

Welke rol de ‘embedded’ agenten in de zaak van David S. hebben gehad, is onduidelijk. Maar ook de meer algemene vragen over de werkwijze van de liaisons blijven onbeantwoord. Althans van Amerikaanse zijde. De Secret Service in Washington zegt geen commentaar te willen geven op de samenwerking met de Nederlanders. Als we de Neder landse teamleider Takkenberg – onder meer opgeleid door de FBI – vragen naar de status van de Amerikanen, wijst hij ons door naar de persvoorlichter. Die laat weten dat voor de gasten dezelfde voorwaarden gelden als voor iedere andere buitenlandse politiefunctionaris die Nederland aan zou doen. ‘Op basis van rechtshulp wordt informatie uitgewisseld ten behoeve van strafvordering,’ klinkt het formeel. ‘Door de aard van de criminaliteit is hier gekozen voor een intensieve samenwerking, ook om kennis uit te wisselen.’

We doen alles volgens het boekje, is de boodschap. Maar juist binnen de bestrijding van cybercrime zijn de spelregels niet duidelijk. De Secret Service en de FBI zijn op oorlogspad – een beeld dat de diensten zelf bevestigen – en maken daarbij gretig gebruik van undercovers, pseudokoop en uitlokking. In het zogenaamde Card Shop-onderzoek uit 2010 bouwden de Amerikanen zelfs een heuse site na, waarop criminelen werden uitgenodigd om creditcardgegevens te verhandelen. De Britse krant The Guardian berichtte vorig jaar dat één op de vier hackers een informant voor de FBI is. Volgens een geciteerde onderzoeker is het voor de Amerikaanse dienst gemakkelijk om hackers voor zijn karretje te spannen: ‘Ze zijn snel geïntimideerd vanwege het gebrek aan ervaring met de wet en de dreiging van zware straffen.’

De HTCU tolereert de FBI is eigen keuken. De HTCU tolereert de FBI is eigen keuken.

Het gaat om opsporingsmiddelen die in Nederland omstreden zijn. Nederlandse opsporingsambtenaren kunnen daarentegen weer gemakkelijker een telefoon- of internettap plaatsen. ‘Als je het cynisch bekijkt, zouden de samenwerkende politiediensten per gezamenlijk onderzoek kunnen bepalen wat er nodig is en wie de kar trekt,’ zegt Jan-Jaap Oerlemans, verbonden aan de Universiteit Leiden en promovendus op de aanpak van cybercrime. ‘De Amerikanen kunnen gemakkelijker undercover, de Nederlanders gemakkelijker tappen.’ Hij weet niet of het in de praktijk zo gaat, zegt Oerlemans, maar benadrukt dat de internationale samenwerking wel resultaat oplevert. ‘Zo zijn succesvol kinderpornonetwerken, botnets met talloze besmette computers en bendes van creditcardfraudeurs opgerold.’

In meerdere van die internationale onderzoeken wordt Nederland geroemd. In het geval van het beruchte Bredolab-netwerk was het dankzij de Nederlanders dat dit botnet van twintig tot dertig miljoen besmette computers, geleid door een crimineel in Armenië, in 2010 werd neergehaald. En dankzij de HTCU kon de FBI vorig jaar een Zweedse hacker arresteren die werkte voor een bende computercriminelen die honderdduizenden slachtoffers zou hebben gemaakt met nep-antivirussoftware. Het Nederlandse team wordt geroemd om zijn ‘out-of-the-box investigation methods and techniques’, staat in het toonaangevende 2012 Data Breach Investigations Report van het Amerikaanse internetbedrijf Verizon. De Neder landers doen het goed vanwege ‘de vergaande samenwerking met andere publieke en private partners, waarbij informatie vrijelijk wordt gedeeld’. Dat laatste is wat Axel Arnbank, promovendus aan het Amsterdamse Instituut van Informatierecht, frappeert. ‘De FBI en de Secret Service zijn toch ook inlichtingendiensten. In Nederland is er een strikte scheiding tussen de wijze waarop de AIVD opereert en de manier waarop de politie te werk gaat.’

Terug naar de zaak van David S. Zijn advocaat Stapert stuurde deze week een brief naar minister Opstelten van Veiligheid en Justitie. Daarin vraagt de raadsman om volledige transparantie over de opsporing in de zaak tegen de Nederlandse hacker. ‘Die duidelijkheid verdienen de ouders van David. Wat is de rol van Nederland geweest? Daarnaast: als het zo is dat hier zonder toestemming van Nederland opsporingshandelingen zijn verricht, moet Opstelten aan de bel trekken bij zijn Amerikaanse collega. Hij kan ervoor zorgen dat David snel naar Nederland komt om hier zijn straf uit te zitten.’

Over Harry Lensink

Harry Lensink (1968) werkt sinds 2005 bij Vrij Nederland, is gespecialiseerd in justitie en georganiseerde misdaad en heeft meerdere true crime-boeken op zijn naam staan.

Over Freke Vuijst

Freke Vuijst is correspondent voor Vrij Nederland in Amerika.

 

Freke Vuijst

Hoe de FBI thrillers verzint

Deze terroristenverhalen zijn nooit als boek verschenen, maar opgezet en uitgevoerd door de FBI

 

Harry Lensink / Marian Husken

‘Gwenette Martha had de politie om bescherming gevraagd’

De gisteren vermoorde crimineel Gwenette Martha had de Amsterdamse politie om bescherming gevraagd

Analyse

Harry Lensink

Nog steeds geen rust voor Willem Endstra

Tien jaar na de dood van Willem Endstra: wat heeft het allemaal betekend?

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal