VN MediagidsExpert op aanvraag

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / crime / rechtsstaat 08.01.2010

Door Marian Husken

De getuige-deskundige rukt op in de rechtzaal. Maar wiens waarheid verkondigt hij?

De Amerikanen hebben het helder geregeld. Wie kent niet de beelden uit films en tv-series, waarin zowel de openbaar aanklager als de advocaat gebruik maken van getuige-deskundigen tijdens een rechtszitting? Voor leken geeft een forensisch expert uitleg over het DNA-materiaal of een psychiater biedt een inkijkje in de psyche van de dader.

Het is een logisch gevolg van de Angelsaksische rechtsbasis, waarbij de officier van justitie probeert de schuld te bewijzen, terwijl de verdachte zijn onschuld poogt aan te tonen. Daarbij krijgen beide procespartijen evenveel kansen en mogelijkheden om een rechter te overtuigen.

Hoe anders gaat het in Nederland. Hier wordt het openbaar ministerie geacht om de waarheid boven tafel te halen en dus zowel het belang van de staat áls dat van de verdachte te behartigen. Dat in de praktijk het OM toch vooral uit is op een veroordeling is een ander verhaal.

Die status geeft de aanklagers veel meer mogelijkheden dan de verdediging. Zo mag de officier van justitie in Nederland te allen tijde een deskundige inschakelen. De advocaat krijgt slechts bij hoge uitzondering het recht op een contra-expertise en dan alleen met toestemming van de rechter. Hoe dat kan uitpakken, bleek afgelopen jaar tijdens het hoger beroep in de Holleeder-zaak. De verdediging had de rechtspsychologen Willem Wagenaar en Hans Crombag gevraagd om een analyse van de Achterbank-gesprekken met het afpersslachtoffer Willem Endstra. De wetenschappers zetten vraagtekens bij de betrouwbaarheid van Endstra's postume getuigenis. Maar daar hadden de raadsheren van het Hof geen boodschap aan: ze meenden dat de deskundigen uiteindelijk niet competent waren om over deze zaken te oordelen.

In dit geval was de inzet van experts teleurstellend voor de verdediging. Maar toch willen advocaten graag meer mogelijkheden om hun eigen deskundige in te schakelen. Minister van Justitie Hirsch Ballin komt aan die wens tegemoet: sinds 1 januari heeft de verdediging wettelijk het recht op contra-expertise. Daarnaast moet het OM op voorhand aan de advocaten laten weten van welke deskundigen ze gebruik wenst te maken. Daarbij hebben raadslieden de mogelijkheid om ook hun vragen voor te leggen aan die expert.

Wie wetenschappelijke hulp van buiten wil inschakelen, moet zich wel aan de spelregels houden. Een deskundige oproepen mag alleen als hij vermeld staat in het Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD), een database met 'onafhankelijke onpartijdige, zorgvuldige, vakbekwame en integere wetenschappers'.

Dat register is alleen nog in de maak. Projectleider Michiel Smithuis belooft dat er 'over enkele maanden' een gekwalificeerde database is. 'We willen zorgvuldig te werk gaan met de selectie, we stellen immers geen telefoonboek samen.' Het 'keurmerk' geldt overigens slechts voor vier jaar en de expert moet een gedragscode ondertekenen. Wie niet voldoet wordt van de NRGD-lijst geschrapt.

Nog voor de definitieve lijst er is, stellen betrokkenen al vragen bij de mogelijke toetsingscriteria. De standaard mag niet te laag liggen, vinden kritische wetenschappers als forensisch psycholoog Corine de Ruiter. De hoogleraar uit Maastricht hekelde eerder al het broddelwerk van psychologen in strafzaken. Ze wil dat de kwaliteitsnormen voor gerechtelijke deskundigen worden opgeschroefd. Tegelijkertijd beseft ze dat dat lastig is. 'Ik vraag me af of de toetsingscommissies de moed hebben om experts die al jarenlang in de rechtszaal optraden en slecht werk hebben afgeleverd, te weigeren.'

Er zijn vraagtekens, maar die lijst komt er, zij het vertraagd. En daarnaast is er dus de toezegging dat een verdediging recht heeft op inzage in de plannen van het OM. Of dat echter in de praktijk zal gebeuren, is ongewis. Aanklagers zitten natuurlijk helemaal niet te wachten op openheid jegens de verdachte. En ze hebben een uitvlucht. Officieren van justitie kunnen inzage weigeren 'in het belang van het onderzoek' (een verdachte wordt informatie onthouden, omdat hij deze zou kunnen misbruiken, bijvoorbeeld om getuigen te beïnvloeden).

Het OM-vakblad Opportuun beschrijft in haar laatste nummer een bijeenkomst waarbij hoofdadvocaat-generaal Remco van Tooren, verantwoordelijk voor de landelijke uitvoering van de nieuwe wet, hierover uitleg geeft aan zijn collega's. Hij stelt ze gerust: als ze zich beroepen op 'het onderzoeksbelang' is er geen vuiltje aan de lucht.

Daarmee lijkt de nieuwbakken wet, vooral door dit achterdeurtje voor het OM, op voorhand een wassen neus.

Deskundigen

Peter van Koppen

Rechtspycholoog. Deed van zich spreken met zijn kritische rapporten over de Schiedammer Parkmoord. Zit nu in het College van toezicht van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen. Zijn opvatting (oratie 2004): deskundigen dienen zich in te leven in de rol van de rechters, maar moeten hen ook wijzen op mogelijke alternatieve scenario’s.

Hans Crombag

Hoogleraar rechtspychologie, inmiddels met emeritaat. Werd van ‘darling van het OM’ tot ‘luis in de pels’. Trad voor de verdediging op in de Holleeder-zaak over de betrouwbaarheid van kroongetuige Willem Endstra. Voelde zich geschoffeerd door de rechters van het Amsterdamse Hof toen ze het onderzoek van hem en zijn collega Willem Wagenaar incompetent noemden.

Ton Broeders

DNA-deskundige. Was jarenlang het gezicht van het Nederlands Forensisch Instituut, is nu hoogleraar criminalistiek en directeur van het Forensisch instituut van de Universiteit van Maastricht. Zit ook in het college van het NRGD. Hij zei in 2007 in het universiteitsblad Observant: ‘Het OM beroept zich te vaak op het onderzoeksbelang als argument om een advocaat die opkomt voor het belang van de verdachte uit te sluiten.’

[reageren]