VN MediagidsEngelen des doods: de cijfers
Justitie / Lucia de B. / rechtsstaat 11.02.2006
Verpleegkundigen die moorden: de beschuldigingen komen wereldwijd vaker voor. Geschat wordt dat zo'n 75 verpleegkundigen en artsen gerubriceerd kunnen worden als ‘engelen des doods’, mannen en vrouwen die in ziekenhuizen en verpleeghuizen werken en patiënten die aan hun zorg zijn toevertrouwd vermoorden. Meestal door middel van een injectie, in enkele gevallen door verstikking. Die daders gebruikten bijna altijd hetzelfde middel. De doodsoorzaak van de patiënten van Lucia de B. is echter telkens een andere.
Hoewel overal in de wereld een 'engel des doods'-zaak sensationele krantenartikelen oplevert, is er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek gedaan naar seriemoordenaars in medische instituten. Volgens een Amerikaans rapport uit 2003 waren in de afgelopen twintig jaar achttien mannen en vrouwen beschuldigd van massamoorden in ziekenhuizen. In slechts twaalf gevallen leidde dit tot gevangenisstraffen.
Ook in Amerika wordt er gebruik gemaakt van statistische kansberekeningen in de bewijsvoering tegen 'engelen des doods', maar als er geen ander bewijs is – geen getuigen, geen forensich bewijs, geen geschiedenis van verdenkingen – is een kansbereking niet overtuigend. In de zaak in 1985 tegen de verpleegster Jane Bolding die beschuldigd werd van het toedienen van een dodelijke kaliuminjectie in drie patiënten, had het Openbaar Ministerie alleen een statistische kansberekening als bewijs.
Volgens het OM was de verpleegster op de plaats van delict aanwezig geweest. Maar daarmee was niet bewezen dat ze de dader was, zei de rechter. ‘Een vonnis kan niet berusten op een statistische studie. Dat zou leiden tot een mathematisch moeras.’ De Amerikaanse rechter verklaarde het OM in de zaak tegen Jane Bolding niet ontvankelijk. Ze werd op vrije voeten gesteld. Ook bij de zaak-Lucia de B. leunde de veroordeling bij de rechtbank op het statistische bewijs. Het Hof nam dit niet over. Maar daar bleef het bij.
Nader onderzoek van Vrij Nederland naar de Amerikaanse 'engelen des doods' toont aan dat in bijna alle gevallen de verdachten – in tegenstelling tot Lucia de B. – schuld hadden bekend, of aan de autoriteiten, of aan collega's of geliefden. En in drie zaken waarbij de Amerikaanse verpleegkundigen volhielden dat ze onschuldig waren en toch achter de tralies belandden, waren er concrete bewijzen tegen hen: medicijnen waarmee patiënten waren geïnjecteerd, bleken in het bezit van de verdachten te zijn. Ook hadden ze een omstreden staat van dienst. Ze bleken in andere ziekenhuizen al betrokken bij een hoog aantal onverklaarbare sterfgevallen.
De Nederlandse verpleegster Lucia de B. had – we beperken het even tot baby A. – geen digoxine in huis of in haar kastje. En wat haar staat van dienst betreft: ze heeft wel eens ruzie gehad met een afdelingshoofd. Maar in geen van de ziekenhuizen waar ze vóór het JKZ gewerkt heeft, werd ze ontslagen. Ze zegde wel één keer haar baan op. Op advies van haar man stopte ze in het Penitentiair Ziekenhuis in Scheveningen. ‘Een te harde omgeving voor haar.’
Ze wilde liever voor zieke kinderen zorgen.
