VN MediagidsDe zaak-Baybaşin. Kruistocht van een advocate

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie 21.04.2011

Door Harry Lensink / Marian Husken

Adèle van der Plas Foto: Wouter Vandenbrink
Adèle van der Plas Foto: Wouter Vandenbrink

Is er een nieuwe rechterlijke dwaling op komst? Volgens Adèle van der Plas wel. Heeft ze gelijk? Of lijdt ze aan tunnelvisie?

De zaak Baybasin

Is de Koerd Hüseyin Baybaşin (1956) een zakenman of een crimineel? Zelf vindt hij het eerste, al presenteerde hij zich in het verleden in interviews ook als een gangster die goede zaken deed voor de heersende klasse in Turkije en zorgde voor de financiering van de PKK. ‘Ik reisde de wereld rond met een pistool in de ene hand en een diplomatiek paspoort in de andere.’ Maar op 30 juli 2002 kreeg hij in Nederland levenslang als opdrachtgever voor een moord in Turkije. Hij ontkent dat hij via de telefoon opdracht heeft gegeven voor een liquidatie en vecht zijn veroordeling aan omdat die zou steunen op gemanipuleerde telefoontaps. In 2003 wees de Hoge Raad zijn verzoek om cassatie af. Zijn poging om zijn zaak te laten uitzoeken door de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) strandde: een commissie onder leiding van Ybo Buruma gaf in februari van dit jaar een negatief advies omdat men niet geloofde dat gemanipuleerde telefoontaps een Nederlandse afluistercentrale konden worden binnengesmokkeld. Deze week verzoekt zijn advocate Adèle van der Plas om een nieuw proces bij de Hoge Raad. De medeverdachten van Baybaşin werden in Turkije vrijgesproken dan wel niet vervolgd wegens gebrek aan bewijs. Vorige week kreeg Van der Plas onverwachte steun van Buruma. Die vindt ook dat de zaak nader onderzocht moet worden. De commissie waar hij voorzitter van was, had geen onderzoeksbevoegdheid in Turkije.

‘Het duurt niet lang meer voor de waarheid boven tafel komt. En die waarheid is schokkend,’ zegt advocate Adèle van der Plas. De strafzaak tegen haar Koerdische cliënt Hüseyin Baybaşin is voor Nederlandse begrippen uniek. Het hof veroordeelde hem in 2002 tot levenslang voor een liquidatie in Turkije, maar hij heeft altijd ontkend. Volgens Van der Plas is er in deze zaak sprake van politieke complotten, corruptie en chantage vanwege vermeende pedofiele seksavonturen van een hoge Nederlandse justitieambtenaar. ‘Ik weet het, dat klinkt ongeloofwaardig. Maar tegen die feiten loop ik op.’

Lang was Van der Plas een roepende in de woestijn. Maar begin april kreeg de strafpleiter steun uit onverwachte hoek. Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht, kersvers benoemd lid van de Hoge Raad en tot voor kort voorzitter van de toegangscommissie tot de CEAS (zie kader), noemde in een interview in het Advocatenblad de zaak-Baybaşin plotseling ‘een bijzondere casus’ die zeker nadere bestudering verdient. Een hint dus voor zijn nieuwe collega’s in het hoogste rechtscollege. Van der Plas is hier blij mee. Het gaat volgens haar niet alleen om het belang van Baybaşin. ‘Mijn eigen geloof in Nederland als rechtsstaat staat op het spel.’

Hüseyin Baybaşin
Hüseyin Baybaşin

Is dat niet wat overdreven? Lijdt u niet aan tunnel­visie?
Van der Plas: ‘Ik ben me ervan bewust dat mensen denken dat ik met de zaak-Baybaşin in een mistveld ben beland. Maar ik ben een feitenneuker, ik doe mijn research en heb ze alle vijf op een rij. Deze zaak is gewoon krankzinnig.’

Pieter Herman Bakker Schut, kantoorgenoot en levenspartner van Van der Plas, nam in 2001 het voortouw, op verzoek van Baybaşin. Die moest zich toen verantwoorden voor het hof in Den Bosch. ‘Hij had zijn raadsman ontslagen, we moesten ons in korte tijd het ingewikkelde dossier eigen maken,’ legt Van der Plas uit. De twee strafpleiters zagen verbijsterd hoe de rechtszaak zich ontwikkelde. ‘Pieter had in zijn carrière nog nooit zó’n politiek proces meegemaakt, zelfs niet in de tijd van RAF-processen.’

Na een goede afloop van het proces-Baybaşin zou het paar de toga aan de wilgen hangen, was de afspraak. Maar voor het zover was, werd Bakker Schut ernstig ziek. Kort voor zijn overlijden in 2007 kreeg hij van de Amster­damse Orde van Advocaten nog de Dekenprijs uitgereikt. Bakker Schut had ‘een levenlang een authentieke honger naar gerechtigheid gecombineerd met een ongehoorde dosis strijdlust’, vonden zijn confrères. Diezelfde strijdlust heeft Van der Plas, getuige haar jarenlange zoektocht naar getuigen en verklaringen ten gunste van Baybaşin. ‘Deze juridische erfenis van Pieter wil ik tot een goed einde brengen. Dan kan ik met pensioen.’

Op het koperen bord naast de ingang van het Amsterdamse grachtenpand staan nog altijd hun beider namen: Bakker Schut & Van der Plas. Het pand is beveiligd, getuige een klein bordje van een securitybedrijf. De vloer van de werkkamer van de advocate staat vol met ordners uit het onderzoek-Baybaşin. Ze heeft geen aansporing nodig om alle hiaten in het dossier op te sommen. ‘We beschikken over de schriftelijke uitwerking van zesduizend tapgesprekken die gevoerd zijn in het Engels, Koerdisch en Turks. Ze vormen het enige bewijs tegen Baybaşin als opdrachtgever van een moord in Turkije.’ Op de vertaling is veel aan te merken, stelt de raadsvrouwe. ‘Baybaşin zou hebben gezegd: “Make him cold.” Maar inmiddels is gebleken dat Baybaşin heeft gezegd: “Make him call.”’

Aanvankelijk keken beide raadslieden niet gek op toen Baybaşin beweerde dat hij zichzelf soms niet herkende in de gesprekken. Van der Plas: ‘Zoiets zeggen verdachten wel vaker. We konden niet geloven dat er op deze wijze gemanipuleerd zou zijn met de opnamen.’ Tot iemand de strafpleiters attent maakte op een televisie-programma over de illegale praktijken van het Israëlische communicatiebedrijf Converse. Van der Plas: ‘Converse levert en installeert afluisterapparatuur, ook in Nederland. Converse bleek rechtstreeks telefoongesprekken in de hoogste kringen te hebben afgeluisterd in de VS.’ Ze benaderde technische experts die haar ervan overtuigden dat manipulatie van opnamen in de Nederlandse tapkamers heel goed mogelijk was. Na Kamervragen over de zaak gaven Bin­nen­landse Zaken en Justitie Price­Water­house­Coo­pers opdracht tot een nader onderzoek, vertelt Van der Plas. ‘Ook uit hun rapport bleek dat de tapkamers zo lek waren als een mandje. Bij drie van de vijf was de beveiliging zo ontoereikend dat onbevoegden de mogelijkheid hadden om inzage in bestanden te krijgen en er wijzigingen of vernietigingen in aan te brengen.’

Het verhaal van Baybaşin dat er was geknoeid met de taps, was dus helemaal niet zo onwaarschijnlijk. Van der Plas vroeg toestemming om de moederband uit de tapkamer te mogen afluisteren. Maar de rechters wilden daar niet aan, wat het wantrouwen van Van der Plas alleen maar groter maakte.

- Adèle van der Plas: ‘Mijn eigen geloof in Nederland als rechtsstaat staat op het spel’

In de ogen van Van der Plas is Baybaşin ‘een klokkenluider’. Een zakenman die bewust door zijn tegenstanders in Turkije is zwartgemaakt als crimineel. Ze vermoedt dat Baybaşin het slachtoffer is geworden van politieke intriges. ‘Hij werkte aanvankelijk voor de Turkse overheid, maar verzette zich als leider van een grote Koerdische clan tegen de manier waarop de regering de Koerden behandelde. Daarna ging hij in zaken, maar hij behield zijn contacten in ambtenarenkringen. Nadat hij had gewezen op de betrokkenheid van Turkse overheidsfunctionarissen bij heroïnehandel, kwam hij op het dodenlijstje van de toenmalige Turkse premier Tansu Çiller terecht. Hij vluchtte naar Neder­land, waarop Turkije om zijn uitlevering verzocht wegens drugshandel. De rechter bepaalde dat Baybaşin in ons land mocht blijven: de kans dat hij als verdachte in Turkije zou worden gemarteld, was te groot.’ Baybaşin vertelt geen sprookjes, zegt zijn advocate. Ze wijst op een enquête van het Turkse parlement naar drugshandel van de overheid. ‘In 2002 werd premier Çiller aangeklaagd wegens corruptie.’

Gelooft u echt dat hij nooit in drugs handelde? Of gewelddadig ‘contributie’ in de voor de Koerdische zaak?
‘Baybaşin ontkent dat. Zijn familie bezat autofabrieken. Hij had wereldwijd zijn contacten. Ik heb hier op kantoor met een generaal uit het Israëlische leger over hem gesproken die zaken met hem deed. Die zei: “U moet van mij aannemen dat ik van mijn meerderen nooit met Baybaşin had mogen praten als die het idee hadden dat hij in de criminaliteit zat. We spraken over politiek en zaken.”’

Van beëdigde getuigen – onder wie een officier van justitie die optrad als go-between tussen de Nederlandse en de Turkse opsporingsambtenaren – hoorde Van der Plas hoe gebeten de Turkse overheid was op Baybaşin.

In 2009 klopte Van der Plas aan bij de Toe­gangscommissie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (TCEAS). Voor­zitter van deze commissie is hoogleraar Ybo Buruma. De zaak-Baybaşin was volgens Van der Plas een ‘justitiële dwaling van jewelste’.

Van der Plas: ‘Ik was inmiddels benaderd door een opsporingsambtenaar die heel zeker wist dat de door ons betwiste gespreksopnamen vanuit Turkije illegaal naar de tapkamer in Nederland waren gebracht. Hij wilde niet in het openbaar getuigen uit angst dat hij zijn verdere carrière dan wel kon vergeten.’

Er was méér aanvullend bewijs boven tafel gekomen. Nadat de politieke wind in Turkije was veranderd, lekten geheime overheidsdocumenten uit de jaren negentig uit, waaronder het EK Rapor, een rapport over de rol van de Turk­se staat bij de drugshandel. Een Turkse onderzoeksjournalist – Burhan Kazmali – raakte daardoor op het spoor van de zaak-Baybaşin.
De advocate: ‘Kazmali vertelde ons dat de aanhouding van Baybaşin in Nederland een opzetje van de Turkse overheid was. In het EK Rapor was sprake van het mixen en manipuleren van afgeluisterde telefoongesprekken. Hij had ­hierover gesproken met Turkse oud-politiefunctionarissen, onder wie Necdet Menzir, voormalig hoofd van politie te Istanboel en oud-minister van Staat en Transport.’

Bovendien kreeg van der Plas een verklaring in handen van de anonieme politieman X1. ‘X1 was erbij toen twee Roemeense heroïnehandelaren werden opgepakt in Turkije. Zijn chefs sloegen die verdachten zo hard dat ze elke verklaring die onder hun neus werd geduwd wel zouden ondertekenen, zei hij. In dit geval “bekenden” ze dat ze voor Baybaşin zouden werken. Een van die Roemenen bevestigde later tegenover de Nederlandse rechter-commissaris dat hij is mishandeld. Hij zei ook dat hij die hele Baybaşin niet kende.’

Je hoort ook wel eens dat Turkse getuigen zich riant laten betalen voor een ontlastende verklaring.
‘Er hebben wel eens mensen bij mij aangeklopt die zeiden dat ze voor vijftienduizend euro wel getuigen voor ons konden vinden. Never. Iemand die geld vraagt voor zijn verklaring, vertrouw ik niet.’

Het werken met anonieme getuigen maakt de zaak er niet transparanter op. Maar nood breekt wet, vindt Van der Plas. Na X1 meldde zich getuige X2. Opnieuw een Turkse politieman met wroeging. Ze heeft hem zelf in Istanboel ontmoet bij een Turkse confrère. ‘X2 zat samen met anderen in een team dat geluidsbanden manipuleerde en aanpaste. Zelf had hij het bewuste telefoongesprek zo gemonteerd dat het leek alsof Baybaşin over ernstige misdrijven sprak. Hij vond dat destijds niet gek, zei hij. Het was de dagelijkse praktijk, zeker als het om zaken ging die de staatsveiligheidsdienst betroffen. En Baybaşin werd beschouwd als een politiek gevaar.’

Deze politieman was echt bang, zegt Van der Plas. ‘Hij zette door omdat hij zich schaamde dat hij had gewerkt voor een corrupte regering. Hij hoopte dat Baybaşin door zijn verklaring in Nederland een nieuw proces zou krijgen.’

De verklaring van X2 gaf voor Ybo Buruma en zijn TCEAS de doorslag om een technisch onderzoek te laten doen naar de manipulatie van de tapbanden.

Had u Buruma niet direct in contact kunnen brengen met X2? U bent Baybaşins advocaat en dus partijdig.
‘Wij hadden een kopie van het identiteitsbewijs van deze politieman aan Buruma gegeven. Hij wist van ons gesprek. We hebben daarna een bijeenkomst voor Buruma’s commissie met X2 in Ankara georganiseerd, maar die ontmoeting is op het laatste moment door Buruma afgezegd. Het had diplomatieke problemen met Turkije kunnen veroorzaken.’

Buruma wilde X2 wél in Nederland spreken. ‘De politieman heeft toen zelf een paspoort en een visum geregeld. Nadat hij het reisdocument bij de ambassade had opgehaald, is hij ontvoerd door handlangers van Emin Arslan, een hoge politiechef die in 2009 werd gearresteerd wegens drugshandel en die nog steeds over een uitgebreid netwerk beschikt. Arslan was tot hij werd aangehouden voor de Nederlandse politie de spil in het onderzoek naar Baybaşin.’

Nadat X2 zich had weten vrij te praten, vluchtte hij naar Kirgizië omdat hij voor zijn leven vreesde, weet Van der Plas. ‘Vanaf maart 2010 heeft niemand meer iets van hem vernomen. Zijn bankoverschrijvingen zijn vanaf die maand gestopt. Zijn familie werd bedreigd door mannen van Arslan. Hetzelfde overkwam journalist Burhan Kazmali, contactpersoon van X2. Hij is nog altijd doodsbang.’ Achteraf was het beter geweest als de commissie van Buruma toch was meegegaan naar Ankara, zegt Van der Plas. ‘Dan was er formeel gezien misschien een smet­je geweest – de commissie heeft daar geen bevoegdheid – maar ze hadden tenminste zelf kunnen horen dat we geen onzin verkopen.’

Afgelopen februari kwam het TCEAS-rapport van Buruma uit – en Van der Plas kwam van een koude kermis thuis. ‘Er lag een negatief advies. De commissie achtte het ondenkbaar dat de gemanipuleerde banden een Nederlandse tapkamer waren binnengesmokkeld.’ Een grote vergissing, vindt de raadsvrouwe. ‘Buruma is recent op bezoek geweest in de tapkamer. Het klopt dat het tegenwoordig goed is geregeld. Maar in de jaren negentig, toen dit speelde, was het daar zo lek als een vergiet. Dat was hij kennelijk even vergeten.’ De Nederlandse en Turkse politie hebben bovendien vanaf 1994 nauw samengewerkt, weet Van der Plas uit andere onderzoeken. ‘Er is afgeluisterd in een gezamenlijke tapkamer in Istanboel. Nederland heeft aan die installatie zelfs meebetaald.’

Wat ze de commissie zeer kwalijk neemt, is dat een belangrijke getuige niet werd gehoord. ‘Het is een tolk van Turkse komaf die in Nederland de supervisie had over alle Turkse vertalers. Hij tolkte bij alle contacten tussen de Nederlandse politie en de Turken. Toen een officier van justitie in 1994 en in 1995 met politiechef Emin Arslan over de zaak-Baybaşin sprak, was deze man erbij. Hij wilde met de TCEAS praten, maar volgens de commissie was hij “te onbetrouwbaar”. Ik schrik van zoiets en krijg er een zeer onbehaaglijk gevoel over.’

In een rechtsstaat had ze al vergevorderd moeten zijn in haar strijd om rechtvaardigheid, zegt Van der Plas. ‘Maar deuren blijven gesloten en stalen rolluiken worden niet opgetrokken. Mijn cliënt heeft altijd gezegd dat hij weet hoe dat komt.’ Daarmee zijn we beland in ‘het mistveld’ rond de zaak-Baybaşin: de tot levenslang veroordeelde Koerd beschuldigt een hoge ambtenaar op het ministerie van Justitie ervan destijds zijn invloed te hebben aangewend om hem op te pakken. De man zou chantabel zijn. Van der Plas: ‘Volgens Baybaşin heeft de Turkse geheime dienst deze man – tegenwoordig secretaris-generaal – onder druk gezet vanwege vermeende seksuele escapades met minderjarigen.’

Waarom verdiept u zich in dat onsmakelijke verhaal? Als u dat niet had gedaan, was u vast al verder met het juridische dossier over de moord en drughandel.
‘Mijn cliënt wil het uitgezocht zien. In het EK Rapor wordt gemeld dat er vanuit de Turkse veiligheidsdienst druk is uitgeoefend op de justitieambtenaar om Baybaşin te laten aanhouden. Ik schrok echt toen ik dat las. En ik schrok nog meer toen ik las wat de reden zou kunnen zijn waarom die ambtenaar zich hiervoor leent: de sekspraktijken. Ik zeg niet dat het waar is dat deze man is gechanteerd. Maar inmiddels stellen twee Turkse slachtoffers dat ze op minderjarige leeftijd seks met deze ambtenaar hebben gehad. Ze hebben aangifte gedaan. Er is zelfs sprake van een derde slachtoffer. Bij een eenvoudige burger wordt zo’n aanklacht serieus genomen. Dat verwacht je dus ook als het een hoge ambtenaar betreft. Maar de aanklachten zijn zelfs niet in behandeling genomen. Geen enkele minister van Justitie vond het tot nu toe nodig om deze ambtenaar te schorsen. De beschuldigingen werden zelfs publiekelijk ontkend.’

Die jongens kunnen betaald zijn om aangifte te doen. U bent de belangenbehartiger van een veroordeelde moordenaar. Waarom zouden we u geloven?
‘Ze hebben betrouwbare verklaringen afgelegd die ook op video staan. Er is bovendien een verklaring van de man die ze bij de ambtenaar zou hebben gebracht. Waarom worden die jongens niet geloofd? Omdat ze Turks zijn?’

De beschuldiging van pedofilie is een makkelijke manier om iemand zwart te maken.
‘Waarom zou Baybaşin zijn zaak moeilijker maken dan die al is? Als er echt sprake is van hoog politiek spel, wordt het een strijd die je bijna niet kunt winnen. Maar ik ben een optimist en ik ga ervan uit dat de waarheid zal zegevieren. Ik wil deze zaak winnen voor Baybaşin, maar ook voor mijzelf.’

Verliest u door die persoonlijke betrokkenheid niet het zicht op de werkelijkheid?
‘Ik ben me bewust van dat gevaar en check voortdurend alle feiten. Ex-rechercheur en juridisch adviseur Klaas Langendoen helpt me daarbij – hij krijgt alleen zijn onkosten vergoed. Ook hij vindt dat deze zaak tot op de bodem moet worden uitgezocht. Als ik naar deze zaak kijk, denk ik: smerig. Wat hier gebeurt, klopt niet. Ik wil niet in een land wonen waar zoiets mogelijk is.’

Die seksaffaire wordt breed uitgemeten op internet. Dat zorgt voor nog meer ruis rond een toch al lastige rechtszaak.
‘Als verdediging maak je het jezelf lastig als je met zo’n verhaal komt. Maar ik wil per se de waarheid boven tafel trekken. De geuite verdenkingen tegen deze ambtenaar zijn dermate ernstig dat ik die naar buiten breng. Het verbaast me dat niemand in het parlement zegt: dit moet tot op de bodem worden uitgezocht en ondertussen moet die ambtenaar zich terugtrekken.’

Er zitten nu nieuwe bewindslieden op Justitie.
‘Ik weet dat staatssecretaris Fred Teeven in zijn tijd als officier van justitie het Rolodex-onderzoek (justitieambtenaren werden ervan verdacht kinderporno af te nemen, red.) heeft geleid. Dat onderzoek werd voortijdig stopgezet. Ik weet van Teeven zelf dat hij de politiek in is gegaan om aan zulk soort doofpotpraktijken een eind te maken. Dus wie weet.’

Van der Plas is hoopvol gestemd over haar herzieningsverzoek aan de Hoge Raad. Ze is erachter gekomen dat de door Baybaşin ingeschakelde vermeende Turkse huurmoordenaars op vrije voeten zijn. Een van de twee is vrijgesproken, de ander werd wegens gebrek aan bewijs niet eens vervolgd. ‘Die informatie hoort ook in de Nederlandse strafzaak thuis, maar de rechters zijn er nooit naar op zoek gegaan. Dit is dus een novum, een nieuw feit. Dat zou voor de Hoge Raad een reden moeten zijn om deze rechtszaak over te laten doen.’

De komende maanden zal de Hoge Raad zich over de zaak-Baybaşin buigen.

Adèle van der Plas (Katwijk 1950)

1970 Criminologie bij de tegendraadse Herman Bianchi aan de VU, Amsterdam. ‘Die studie was te soft.’
1974 Overstap naar strafrecht, Willem Pompe Instituut, Utrecht. ‘Hoogleraar Toon Peters maakte me duidelijk dat je als advocaat een individu kan beschermen tegen de staat.’
1974 Ze ontmoet Pieter Herman Bakker Schut, docent strafrecht. Hij promoveerde op zijn verdediging van RAF-leden.
1982 Oprichting van het politiek geëngageerde Amsterdamse Advocatenkantoor Bakker Schut, Van den Biesen & Van der Plas. Onder andere krakers, RaRa-leden en drugscriminelen klopten bij hen aan.
1987 Gepromoveerd op Revolution and criminal justice: the Cuban experiment
1994 Bakker Schut & Van der Plas. Cliënt onder andere Sam Klepper (geliquideerd in 2000). Van der Plas staat bekend om haar ‘graafwerk’ in dossiers.
2007 Bezorgt drugs- en wapenhandelaar Mink K. na een jarenlange strafzaak een vrijspraak voor moord.
2001 - 2011 De zaak-Baybaşin.

10 vragen over het geheim van de tapkamer

Door Wim van de Pol

In Nederland plaatst de politie meer telefoontaps dan waar ook ter wereld. Er zijn onderzoeken waarbij vele tienduizenden gesprekken worden opgenomen. Ruim zesduizend gesprekken van Baybaşin zijn opgenomen in zijn strafdossier. Op een bandopname zou te horen zijn dat hij opdracht gaf tot moord. Volgens Baybaşin zijn de taps gemanipuleerd.

1. Wat is er mis met de tapgesprekken van Baybaşin?
Volgens Baybaşin hoor je op de opnamen kliks, midden in gesprekken begroeten gesprekspartners elkaar, gesprekken wisselen plotseling van klankkleur en ruisniveau.

2. Vonden de rechters dat niet verdacht?
Tijdens het gerechtelijk vooronderzoek in 2000 deed het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoek in opdracht van de rechter-commissaris. Tijdens het hoger beroep stelden technische deskundigen uit de telecomsector dat knoeien met opgeslagen telefoontaps in Nederland in principe mogelijk is. Het gerechtshof in Den Bosch schreef in het arrest hiervan wel degelijk overtuigd te zijn geraakt. Maar het hof stelde zich niettemin tevreden met de mening van een taalkundige van het NFI dat er geen reden was te denken dat er was gemanipuleerd. 

3. Hoe tapte de politie de telefoons van Baybaşin?
Bij een telefoontap krijgt een computer in de telefooncentrale opdracht een conference call te starten, met de tapkamer als deelnemer. Met één verschil: de tapkamer spreekt niet, maar luistert alleen.

4. Waar komen opgenomen gesprekken terecht?
In de jaren negentig kwamen de opgenomen gesprekken terecht op een optische harde schijf en op audio-spoelenbanden. 
 
5. Hoe beluisteren rechercheurs de gesprekken?
Destijds logden rechercheurs in met hun pc en kregen ze via het netwerk toegang tot de gesprekken. Er was nauwelijks sprake van netwerkbeveiliging. In 2003 verscheen een vernietigend rapport van PriceWaterhouseCoopers over de beveiliging van de Nederlandse tapkamers. Sindsdien is er veel verbeterd.
 
6. Wat zocht de commissie-Buruma uit over deze zaak?
In tegenstelling tot de verdediging kreeg de commissie van het Openbaar Ministerie wel toegang tot de originele bestanden op de optische harddisks. Verdediging en OM mochten van Buruma ieder een deskundige aanwijzen. Baybaşin wees een Israëlische specialist aan, die nauw samenwerkt met het Israëlische ministerie van Defensie. Het OM koos een Amerikaanse specialist die onder meer werkte voor de FBI en het Joegoslavië-tribunaal. Na overleg tussen Buruma en advocate Van der Plas zijn zes verdachte gesprekken geselecteerd die ook waren gebruikt in het bewijs. Vier op een band en twee op een optische schijf.
 
7. Beluisterden de onderzoekers hetzelfde materiaal?
Nee, en daar is een kans gemist op zo goed mogelijk wetenschappelijk onderzoek. De deskundigen hebben van de gesprekken op audioband verschillende versies onderzocht. De Israëlische specialist eiste een betere kopie omdat er een verkeerde instelling was gemaakt bij het kopiëren. De Amerikanen beschikten dus over een mindere kopie. De Israëlische expert van Baybaşin kon dus meer waarnemen dan de Amerikaan die door het OM was aangewezen. De commissie nam hier genoegen mee omdat ze het ‘wel interessant’ vond hoe de twee op verschillend materiaal zouden reageren. 
 
8. Wat concludeerden de deskundigen?
De Israëliër vond in het materiaal niet ‘a smoking cannon’ die op manipulatie wijst. Maar hij ziet wel ‘vele smoking guns’. Over twee gesprekken concludeert hij dat ze waarschijnlijk zijn gemanipuleerd. De Amerikaan – die dus materiaal van mindere kwaliteit kreeg – zag minder aanwijzingen. Maar ook hij vindt twee gesprekken zeer verdacht. Verder zijn de twee specialisten het eens over een kiestoon die wat betreft frequentie en duur nergens ter wereld bestaat. De twijfel blijft.

9. De commissie verwees de zaak niet door naar de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken. Hoe komt dat?
Stel dat de gesprekken toch in elkaar zijn gezet, hoe zijn ze dan in de Nederlandse tapkamer terechtgekomen? Dat leek Buruma’s commissie zeer onwaarschijnlijk.

10. Wat was er gebeurd als de commissie had geconcludeerd dat er is geknoeid?
Dat had grote consequenties gehad voor het strafrecht in Nederland. Als was komen vast te staan dat manipulatie in de periode 1997 tot 1998 mogelijk was, kan er ook worden getwijfeld aan de authenticiteit van taps in andere strafzaken uit die tijd. De Hoge Raad zou zijn overspoeld door herzieningsverzoeken.

Wim van de Pol is auteur van ‘Onder de tap. Afluisteren in Nederland’, 2006