VN MediagidsStop toch met die stoere praat. Griekenland hoeft niet uit de euro.
Economie 19.09.2011

We moeten de Grieken uit de euro gooien. Griekenland moet terug naar de drachme. Griekenland moet devalueren. Een muntunie tussen ongelijksoortige landen kan niet slagen. Naarmate de eurocrisis voortwoekert en de wanhoop toeneemt, klinkt ook in ons land steeds meer stoere praat. Stoer én onzinnig.
Om met de gedwongen euro-exit van de Grieken te beginnen: dat is larie. Een lid van de Europese Unie onvrijwillig buiten de deur (of de euro) zetten is geen optie volgens het jongste Europese verdrag (Lissabon 2009). Dat mag zo langzamerhand toch wel algemeen bekend worden verondersteld.
Griekenland kan alleen zélf uit de euro stappen. Dit idee werd afgelopen week geopperd door de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble. Er zitten voordelen aan. Met de drachme weer op zak, kunnen de Grieken - als vanouds - hun eigen munt in waarde laten dalen (devalueren). Dit verbetert de concurrentiekracht omdat Griekse feta en Griekse hotels er relatief goedkoper door worden.
Maar zijn de Grieken hiermee geholpen? Niet echt. De nadelen van een exit zijn groot. Want wat zou u doen als u een Griek was met wat euro's op de bank? U zou dat geld toch ook naar Duitsland overmaken vóór de terugkeer van de drachme? Alleen al het speculeren over de euro-exit leidt in Griekenland tot kapitaalvlucht. Terwijl het land nou juist zo hard geld nodig heeft. Uitgesloten van de Europese Unie zal de Griekse economie, die in het tweede kwartaal ruim zeven procent is gekrompen, nog verder in recessie raken.
- Ecuador vaart juist wel bij de stabiele dollar.
Het probleem van de onbetaalbare schuldenlast lost Griekenland ook niet op door de eurozone te verlaten. Integendeel. De Griekse schuld is en blijft vooral in euro's. Als het land de nieuwe drachme devalueert, wordt de schuldenlast navenant hoger. Wat voor de Grieken nu al praktisch onmogelijk is: het afbetalen van de schulden, wordt dan nog onmogelijker. Devalueren is geen oplossing.
Nog zo'n wonderlijk idee dat het goed doet, is de vanzelfsprekendheid dat productieve landen als Duitsland en Nederland niet in één muntunie kunnen zitten met een land als Griekenland, waar de productiviteit lager ligt. Toevallig was ik deze zomer op bezoek in het Zuid-Amerikaanse Ecuador, dat in het jaar 2000 de Amerikaanse dollar heeft ingevoerd. Het verschil in productiviteit tussen Ecuador en de Verenigde Staten is groter dan dat tussen Griekenland en Duitsland. Toch is de muntunie geen probleem.
Ecuador vaart juist wel bij de stabiele dollar. Het verschil in productiviteit tussen de VS en Ecuador komt tot uiting in het loon- en prijspeil van de beide landen. Zo ligt voor Ecuador het inkomen per hoofd van de bevolking rond de achtduizend dollar. In de VS ligt dit bijna veertigduizend dollar hoger.
Griekenland hoeft niet uit de euro. Het loon- en prijspeil van het land moet omlaag naar een niveau waarop Griekenland de concurrentie met de andere Europese lidstaten aankan. De Grieken werken hier nu aan onder toezicht van het Internationaal Monetair Fonds. Uiteraard is dit een pijnlijke operatie die niet zonder slag of stoot (zien we op televisie) en ook niet op stel en sprong gerealiseerd kan worden.
Logisch: de Griekse overheid kampt met een begrotingstekort van bijna negen procent. De omvang van de Griekse economie, die nu snel krimpt, is met een dikke driehonderd miljard euro de helft van de Nederlandse. Maar terwijl de Nederlandse staatsschuld zestig procent van het nationaal inkomen bedraagt, is het bij de Grieken al honderdvijftig procent. Dat is te veel om terug te betalen. Diverse banken schijnen het geld dat ze Griekenland hebben geleend al deels te hebben afgeschreven.
Zonder officieel failliet verklaard te zijn, is Griekenland dus bankroet. En wat doen we met mensen die failliet zijn? Schoppen we die stoer de straat op? Nee, voor zo iemand hebben we in Nederland de schuldsanering. In het geval van Griekenland wordt dit een lange weg, onder het strenge regime van het IMF, met pijnlijke bezuinigingen, met stevige garanties uit Europa en met de nodige coulance van de schuldeisers.
