Het tweede decennium wordt beter

Het kostte de media weinig moeite om op de eerste tien jaar van deze eeuw terug te kijken als een decennium horribilis. Het Amerikaanse weekblad Time was het meest direct: The decade from hell. De opsommingen spraken voor zichzelf: van de dotcom-crisis via de aanslagen op 11 september in de Verenigde Staten, en oorlogen in Irak en Afghanistan, langs voedselcrises, klimaatvraagstukken en tsunami's naar de grootste economische crisis sinds de jaren dertig. Genoeg! U weet er alles van.

Het tweede decennium wordt beter: dáár moeten we het over hebben. Voor deze verwachting zijn in elk geval twee goede argumenten te verzinnen. Het eerste is statistisch-psychologisch, het tweede veranderkundig.

Het statistische argument is makkelijk te illustreren met een rijtje cijfers. Stel dat het met de (economie van de) wereld op enig moment 100 gaat. Dan komt er crisis en wordt het de periode erop 99, dan 98, dan 97, dan 96; dan zijn er een paar periodes achtereen van 95; vervolgens is er een periode van 96. Hoe voelt zo'n rijtje cijfers?

Uw neiging is misschien om te antwoorden: als een donkere periode met hooguit een klein lichtpuntje aan het einde. Maar dat zal vermoedelijk toch anders liggen: we zijn gewend meer te letten op veranderingen dan op niveaus. En in het cijfervoorbeeld gaat het, kijkend naar de veranderingen, na de eerste periode steeds beter. De eerste verandering (van 100 naar 99) is een afname van 1 procent: achteruitgang! De tweede verandering (van 99 naar 98) is een afname van minder dan 1 procent: de achteruitgang wordt minder! In die periode van 95'ers is de krimp gestuit. In de laatste periode (van 95 naar 96) is de verandering een robuust herstel van iets minder dan 1 procent.

Zo goed hoeft dat tweede decennium niet te worden om veel beter aan te voelen dan het eerste. En voor veel dingen geldt bovendien: het is makkelijker om van 95 naar 96 te gaan, dan van 100 naar 101. De ruimte voor verbetering, kortom, is het komende decennium groot.

Het tweede, veranderkundige argument sluit hierop aan. Zolang iets goed gaat, is het bewerkstelligen van veranderingen lastig. Het gevoel van urgentie ontbreekt; mensen hebben er geen zin in; pogingen om echt iets te veranderen worden verdronken in waterige compromissen. Pas als er crisis is, willen mensen in beweging komen en is radicale verbetering mogelijk.

Hier zijn, op alle denkbare niveaus, voorbeelden van. Individueel: de vrouw die pas na haar ontslag bij de bank wilde toegeven dat ze het daar vreselijk had gevonden en de crisis van het ontslag aangreep om haar geheime verlangen - een eigen bonbonwinkel - om te zetten in daden. Landen: alleen Groot-Brittannië en Australië wisten in de jaren tachtig van de vorige eeuw van deregulering een succes te maken, omdat het alleen daar slecht genoeg ging met de economie om verandering af te dwingen. De wereld: wereldoorlogen dwongen de oprichting van internationale instituties als de Verenigde Naties af.

Langs deze lijnen is er nu in de politiek ook van alles mogelijk. In de beslotenheid van Haagse vergaderkamers worden dezer dagen door werkgroepen van ambtenaren taboes doorbroken; het crisisgevoel stelt politici straks in staat hun denkwerk om te zetten in daden.

Het tweede decennium van deze eeuw, kortom, kan niet anders dan beter worden dan het eerste. Time kopt over tien jaar vermoedelijk: The decade from heaven.

Door Frank Kalshoven / 08 januari 2010 / ()

minder is meer

Geplaatst door: Oplettende lezer reacties

De tweede verandering (van 99 naar 98) is toch juist méér dan 1 procent? (etc.)

[reageren]