VN MediagidsEnergiepolitiek: goud voor GroenLinks en D66
Economie 28.04.2010

Bij de komende verkiezingen moet de politiek ook een antwoord formuleren op het energievraagstuk. Dat energie de komende jaren een probleem wordt, is evident: elektriciteit hebben we steeds meer en harder nodig, terwijl de manier waarop we het nu maken - door fossiele brandstoffen op te stoken - geen lang leven is beschoren.
Een economisch probleem is de naderende energiecrisis eigenlijk niet. Naarmate elektriciteit schaarser wordt, stijgt de prijs en dit zet partijen ertoe aan nieuwe manieren te ontwikkelen om stroom te produceren. Zo bezien lost de energiecrisis zichzelf wel op. Maar de politiek wil hier niet op wachten; daarvoor is de huidige energieproductie, met z'n CO2-uitstoot, klimaat- en milieuproblemen en olieafhankelijkheid, nu al te problematisch.
Het moet minder, schoner en groener. In Europees verband heeft Nederland afgesproken dat we in 2020 twintig procent minder energie gebruiken en twintig procent minder CO2 uitstoten dan in 1990, én twintig procent van alle energie duurzaam opwekken . Deze '20-20-20-targets' zijn sinds vorig jaar een wettelijke eis voor alle lidstaten. Dat is mooi. Maar als het volgende kabinet qua energiepolitiek net zo veel ambitie toont als Balkenende IV, dan halen we dit niet. Wat we nodig hebben, is visie, daadkracht en snelheid.
Als we met deze bril kijken naar de partijprogramma's van de grote democratische partijen (CDA, PvdA, SP, VVD, D66 en GroenLinks), dan kunnen we de partijen tooien met een gouden, zilveren en bronzen medaille voor energiepolitieke planmakerij. Onderaan eindigen, op een gedeelde derde plaats: CDA en VVD. Die erkennen dat het energievraagstuk de komende jaren 'centraal' staat. Het CDA stelt expliciet dat de 20-20-20-doelen 'fier overeind' blijven. Maar hoe deze doelen te bereiken, dat vermeldt het CDA niet.
- Het CDA zegt dat de doelen 'fier overeind' blijven. Maar niet hoe dat dan moet
De VVD wil inzetten op biomassa en mijmert over een biobased economy (waarin planten fungeren als vervanging van aardolie). Maar tegelijkertijd schaft de VVD alle specifieke subsidies voor duurzame energie af en houden ze alleen nog een stimuleringsfonds voor generieke 'innovatie' in de lucht. CDA en VVD zetten in op kernenergie. Dat Nederland hiermee zijn klimaatdoelstellingen kan halen is echter fictie, al is het maar omdat het in dit land lastig is binnen tien jaar een nieuwe kerncentrale neer te zetten. Kernenergie is als oplossingsrichting domweg te tijdrovend.
PvdA en SP delen samen het zilver. De linkse partijen zetten hun kaarten vooral op strengere regelgeving. Wettelijke normen moeten energiebesparing afdwingen en energieproducenten ertoe aanzetten meer duurzame energie op te wekken. De overheid moet ook van PvdA en SP meer werk maken van windparken in zee. Maar hoe Nederland hiermee al in 2020 komt tot 'de duurzaamste energievoorziening van Europa', zoals de PvdA wil, behoeft nog enige uitwerking.
Voor de echte energiepolitieke visie en planmatige daadkracht moeten we bij de partijprogramma's van GroenLinks en D66 zijn. De links-liberale partijen zetten in op decentrale energieopwekking en willen hierom het succesvolle Duitse 'feed-insysteem' naar Nederland halen. Dit betekent dat burgers en bedrijven die zelf duurzame energie opwekken deze te allen tijde mogen terugleveren aan het energienet. Ze ontvangen hiervoor dan een door de overheid vastgesteld, commercieel aantrekkelijk tarief. Het hiervoor benodigde geld wordt opgebracht via een extra heffing op de energierekening.
Ook zetten GroenLinks en D66 in op grootschalige winning van windenergie op zee en willen ze investeren in het - eveneens Duitse - plan om elektriciteit op te wekken met grote zonne-energiecentrales in Noord-Afrika. Het energiegebruik moet worden teruggedrongen met klimaatneutrale nieuwbouwwoningen en energieheffingen. Kernenergie is voor deze partijen niet de oplossing. GroenLinks wil Borsele zelfs sluiten. D66 heeft vooral geen vertrouwen in nieuwe kerncentrales omdat het te lang duurt er een te bouwen.
Kortom: de kans dat Nederland de Europese doelstellingen haalt, lijkt, op papier althans, het grootst met de plannen van de links-liberalen. Daarom delen GroenLinks en D66, als het om energiepolitiek gaat, samen het goud.
