VN MediagidsEen natie van beleggers en ondernemers

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie 27.01.2010

Door Frank Kalshoven

Inkomen uit arbeid: dat snappen we. Een werknemer heeft een arbeidscontract met een werkgever; de werknemer levert de daarin afgesproken bijdrage in uren; de werkgever betaalt het ter compensatie afgesproken loon.

Dit snappen we niet alleen, op deze verhouding is het hele sociaal-economische bouwwerk opgetrokken. Van cao-loonstijging, via verzekeringen voor werknemers tegen inkomensderving bij werkeloosheid en arbeidsongeschiktheid, tot pensioenopbouw en koopkrachtplaatjes: de achterliggende gedachte is steeds die aan een werknemer met (alleen) looninkomen.

Dit uitgangspunt, deze basis van de sociaal-economische orde, vertoont steeds minder overeenkomsten met de werkelijkheid. Dat is de eerste stelling. En de tweede is dat we met deze veranderende werkelijkheid nog moeten leren omgaan.

Zijn er geen loontrekkers meer? Natuurlijk wel. Sterker: voor de meeste huishoudens is inkomen uit arbeid (nog steeds) de belangrijkste bron van (huidig) inkomen. Dat arbeidsinkomen is trouwens, in meerpersoonshuishoudens, steeds vaker afkomstig van meerdere personen: tweeverdieners.

Maar een van de fundamentele veranderingen van de afgelopen decennia is dat bijna alle werknemers ook (toekomstig) inkomen genieten uit vermogen. Indirect: bijna alle werknemers nemen deel aan een pensioenfonds. Direct: los van hun aanspraak op pensioen hebben steeds meer werknemers eigen vermogen, opgebouwd met sparen, profijtelijke transacties op de woningmarkt of erfenissen. Het mediane netto vermogen van Nederlandse huishoudens, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), was op 1 januari 2009 43 duizend euro. Dat wil zeggen: de helft van de huishoudens heeft een vermogen dat hoger is dan dat. Van loontrekkers sec, zijn de meeste werknemers dus veranderd in loontrekkers én vermogenden, direct (eigen vermogen) én indirect (via hun pensioenfonds).

De tweede fundamentele verandering is dat steeds meer mensen hun vaste baan opzeggen en zelfstandige worden. Ze nemen niet langer deel aan het opgetrokken sociaal-economische bouwwerk, ook niet aan de werknemersverzekeringen en de pensioenfondsen. Een van de interessante constateringen in de recente CBS-cijfers is dat deze zelfstandigen meer vermogen opbouwen en aanhouden dan werknemers. Beloopt het mediane vermogen van huishoudens met loonarbeid als belangrijkste inkomstenbron 37 duizend euro; bij de zelfstandigen is dat 207 duizend euro.

Als gevolg van deze veranderingen zouden we anders moeten aankijken tegen nieuwsfeiten. In deze roerige tijden zijn daar mooie voorbeelden van. Zo berichtte het CBS onlangs over het derde kwartaal van 2009: 'beschikbaar inkomen huishoudens fors lager'. Het is een kop die doet denken aan oplopende werkeloosheid en lagere lonen als gevolg van de economische crisis. Maar dat was vroeger: de inkomsten uit arbeid bleven constant; het hele bericht gaat in feite over vermogen en de positie van zelfstandigen. Huishoudens krijgen minder dividend, zelfstandigen halen minder omzet binnen, pensioenpremies lopen op: dat zijn de drie hoofdoorzaken van het dalen van de beschikbare inkomens in dat kwartaal.

Dat we nog niet gewend zijn aan een leven met vermogen, illustreert een onderzoek dat Motivaction onlangs uitvoerde voor de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen. Ruim tweederde van de respondenten onderschrijft de stelling: 'Ik vind dat pensioenfondsen alleen mogen beleggen in beleggingen met een laag risico.' Ruim de helft vindt dat de ingelegde premie verplicht op een spaarrekening moet. De helft van de respondenten vindt het 'schandalig' dat er wordt belegd door pensioenfondsen. Deze opinies blijken gestoeld op onjuiste beelden die mensen hebben van de opbrengsten van sparen (overschat) en beleggen (onderschat) door pensioenfondsen.

Nederland is geen land meer van huishoudens die hun loon maandelijks omzetten in consumptie. Er zijn vermogende werknemers en nog vermogender ondernemers - en natuurlijk óók mensen zonder werk en zonder vermogen. De beeldvorming loopt achter bij deze heterogene werkelijkheid. Laat staan dat we het sociaal-economische bouwwerk er al op hebben aangepast.

[reageren]