Vrij Nederland De bankier die faalde
Foto: Peter Boer/HH
De bankier die faalde
Geen ruimte meer voor twijfel: Gerrit Zalm mislukte als financieel directeur bij DSB en had later bij ABN Amro weggestuurd moeten worden.
Geen ruimte meer voor twijfel: Gerrit Zalm mislukte als financieel directeur bij DSB en had later bij ABN Amro weggestuurd moeten worden.
Misschien was het omdat iedereen zijn aandacht had bij de val van het kabinet, of wellicht omdat de prestaties van Gerrit Zalm bij DSB in honderden pagina’s lagen besloten.
Hoe dan ook, het curatorenrapport over de bank, dat op 19 juni van dit jaar verscheen, trok nauwelijks media-aandacht. En dat terwijl, blijkt uit bestudering van het rapport, de feiten die erin vermeld staan tot een keihard oordeel leiden over Zalm – inmiddels voorzitter van de raad van bestuur van ABN Amro.
De voornaamste conclusie: in de periode dat Zalm financieel directeur was van DSB, zijn de problemen bij de bank alleen maar groter geworden. De financiële positie van DSB verslechterde en de risico’s die de bank aanging met leningen aan Scheringa’s persoonlijke beheermaatschappij werden groter. Tegen de woekerpraktijken van DSB heeft Zalm feitelijk niets ondernomen, hij kwam uitdrukkelijke toezeggingen aan de toezichthouders niet na en tijdens zijn verblijf bij DSB bleef de ongewenste machtspositie van eigenaar Dirk Scheringa onaangetast. Dit ondanks het feit dat Zalm van De Nederlandsche Bank (DNB) een duidelijk omschreven opdracht had meegekregen om bij DSB op al deze punten het tij te keren.
Geheim verklaard
Voormalig minister van Financiën en VVD-erelid Gerrit Zalm was sinds december 2008 bestuursvoorzitter van ABN Amro, de bank die eind 2008 met behulp van dertig miljard euro staatssteun van de ondergang werd gered. Zalms opvolger Wouter Bos was samen met premier Balkenende en toenmalig president van DNB Nout Wellink tot de conclusie gekomen dat Zalm de ideale man was om de pas ontstane staatsbank te leiden. Hij kreeg onder andere de moeilijke opdracht om het Nederlandse deel van Fortis te integreren, de bank die zich in 2007 verslikt had in de overname van ABN Amro.
Critici zagen in Zalms achtergrond bij DSB een zwakke plek. Waarom had Zalm er in de zomer van 2007 voor gekozen om juist voor die bank actief te worden als chief economist? De koppelverkooppraktijken van Scheringa cum suis stonden toen al ruim een jaar in de belangstelling van toezichthouder AFM en consumentenorganisaties.
2009: Michiel Scheltema onderzoekt het DSB-fiasco. Foto: Wiebe Kiestra / Hollandse Hoogte
Zalms loopbaan bij DSB – in december 2007 werd hij er financieel directeur – werd in de zomer van 2009 ter sprake gebracht toen de bank van Dirk Scheringa onder vuur kwam te liggen door de dubieuze wijze waarop leningen werden verstrekt. Het tumult rond Zalm nam serieuze vormen aan toen DSB in oktober 2009 met donderend geraas failliet ging. De ondergang van DSB leidde tot een hevig maatschappelijk debat. Het vertrouwen van de samenleving in het financiële systeem was in het geding en minister Bos besloot een aparte onderzoekscommissie samen te stellen die de oorzaken en omstandigheden van het faillissement van DSB snel aan het licht kon brengen. Hij vroeg ook de toezichthouders DNB en AFM om opnieuw naar het functioneren van de verschillende bestuurders van DSB te kijken, met name naar Zalm. Bos gaf daarbij aan dat wanneer bleek dat Zalm fouten had gemaakt, hij kon worden weggestuurd bij ABN Amro.
De vermaarde jurist en oud-staatssecretaris van Justitie Michiel Scheltema gaf leiding aan de onderzoekscommissie en zou ook de herbeoordelingen van DNB en AFM toetsen. Op 1 maart 2010 verbrak hij de stilte rond Zalm. Er bleek dat er door de twee toezichthouders geen eensluidend oordeel was geveld. DNB achtte Zalm competent genoeg, de AFM stelde dat hij beter kon vertrekken. Zalm zou te weinig verzet hebben geboden tegen Scheringa en te weinig hebben gedaan om verkoop van de ruïneuze producten van DSB tegen te gaan. DNB, dat verantwoordelijk was voor het prudentieel toezicht, had echter het laatste woord. Zalm had wél naar behoren gefunctioneerd en mocht aanblijven als CEO van ABN Amro.
De rol van Scheltema was dat hij een onafhankelijk oordeel gaf over de onderzoeken van DNB en AFM. Zijn oordeel over de AFM was vernietigend. Scheltema stelde dat de AFM documenten onjuist had geïnterpreteerd, conclusies niet deugdelijk had onderbouwd, blijk had gegeven van een formeel bureaucratische instelling en bestuurlijk onzorgvuldig had geopereerd.
Weer kwam Zalm nadrukkelijk in het nieuws, en wederom werd openlijk de vraag gesteld of hij de juiste man was voor ABN Amro. Dit keer was het echter de AFM die de klappen moest incasseren. Met dank aan Scheltema. ‘AFM blundert bij toets Zalm’, kopte Het Financieele Dagblad op de voorpagina. Politici, onder wie minister van Financiën Jan Kees de Jager, vielen over elkaar heen om de toezichthouder van kritiek te voorzien.
‘Zeer schadelijk voor het gezag van de AFM’, oordeelde Het Financieele Dagblad, dat de kritiek van Scheltema omarmde.
Het voltallige bestuur van de AFM verweerde zich nog in een ingezonden brief in dezelfde krant, zonder dat het daarbij op de inhoud van zijn eigen rapport mocht ingaan. Die was door minister De Jager namelijk geheim verklaard. De AFM hield zijn oordeel niettemin staande: Zalm was ongeschikt. Het debat in de Kamer dat een week later volgde, ging vooral over de juridische context van de ‘bindende aanbeveling’ die AFM had gedaan. Die was te verstrekkend en volgens Scheltema in strijd met de wet. De AFM had zich moeten beperken tot een niet bindend advies. Over hoe Zalm bij DSB precies had gefunctioneerd en of hij wel geschikt was voor het bestuursvoorzitterschap van ABN Amro ging het niet meer.
Daarmee was het pleit beslecht. De reputatie van de AFM liep een flinke kras op en de discussie over de deskundigheid van Gerrit Zalm was voorbij zonder dat de feiten over zijn functioneren bij DSB publiekelijk waren besproken.
Deze feiten kwamen eind juni 2010 voor het eerst aan het licht toen de commissie Scheltema zijn driehonderdvijftig pagina’s tellende onderzoeksrapport naar buiten bracht. Dit keer was het niet de AFM die de volle laag kreeg, maar DNB. Die had de problemen rond de bank eerder moeten onderkennen en DSB in 2005 geen bankvergunning mogen geven. Ook had DNB door de jaren heen niet doortastend genoeg opgetreden. De AFM daarentegen, had ‘adequaat’ toezicht geboden. De discrepantie was opmerkelijk. Het optreden van Zalm was echter geen issue meer. Onder zijn verantwoordelijkheid zou ‘een aanmerkelijke kostenreductie zijn gerealiseerd, de solvabiliteit en liquiditeit duidelijk zijn verbeterd en stappen zijn gezet naar een omvorming van de strategie en het verdienmodel.’
2010: Nout Wellink van De Nederlandse Bank en Hans Hoogervorst van de AFM drinken een biertje. Foto: Ed Oudenaarden/ANP
Een aardige, selfmade man
Maar uit het onlangs verschenen curatorenrapport ontstaat een heel ander beeld over Zalm. Zo constateert ook de Tilburgse hoogleraar economie Harrie Verbon, die het dossier Zalm al sinds het faillissement van DSB nauwlettend volgt. ‘Zalm werd door Scheltema op curieuze wijze verdedigd,’ zegt hij. ‘Uit het curatorenrapport blijkt niet dat Zalm iets in die richting heeft bereikt.’
In december 2007 werd Gerrit Zalm door Dirk Scheringa benoemd tot financieel directeur. Onmiddellijk nodigde DNB Zalm uit voor een gesprek. Op het kantoor van de toezichthouder kreeg hij een overzicht van de ernstige problemen bij DSB voorgeschoteld. Scheringa was het grote probleem. Hij drukte als directeur-grootaandeelhouder een veel te groot stempel op de besluitvorming binnen DSB en er leek niemand te zijn die hem tegenwicht bood. De kwaliteit van het risicobeheer was ondermaats en adequate maatregelen in het belang van de solvabiliteit en de liquiditeit ontbraken. Deze hadden de hoogste urgentie, de bank stond er eind 2007 niet goed voor, ook al omdat een duurzaam zakelijk model ontbrak. Versterking van de vermogenspositie was essentieel. De opdracht was duidelijk. Zalm, die Scheringa eerder dat jaar bij zijn aanstelling als chief economist nog had omschreven als een ‘aardige selfmade man, de Joop van den Ende van de bankensector’, zou zijn baas en diens rechterhand Hans van Goor hard moeten aanpakken. Zalm had vanaf het begin af aan alle bestuursvergaderingen bijgewoond en was goed op de hoogte van wat er speelde. Toch greep hij niet in. Zijn prestaties als CFO leden daar zwaar onder, blijkt uit het curatorenrapport. In plaats van verbeteringen aan te brengen ging de uitholling van de winstgevendheid en vermogenspositie van DSB onder Zalm gestaag door en namen de financiële risico’s toe. Precies het tegenovergestelde van wat DNB beoogde. Of zoals een oud-bestuurslid het zegt: ‘Gerrit zat er en dacht waarschijnlijk dat zijn aanwezigheid voldoende zou kunnen zijn om het tij te keren. Maar mannen als Dirk en Hans hebben juist een zeer directe aanpak nodig, anders verandert er he-le-maal niets’.
Zalm trapte niet op de rem, integendeel, wijst het curatorenrapport uit
Hobby’s
Boven aan de kerstboom van bedrijven in het Scheringa-imperium stond DSB Beheer. DSB Beheer was zowel de eigenaar van Scheringa’s hobby’s (de kunstcollectie, het museum, de voetbalclub, de schaatsploeg), als van het bank- en verzekeringsbedrijf. De hobby-activiteiten van DSB Beheer kostten geld of leverden na de streep niets op. De enige winstgevende activiteiten waren de bank en de verzekeraars. De winst die deze bedrijven uitkeerden, gebruikte DSB Beheer om de hobby’s van Scheringa te bekostigen. De verhouding van DSB Bank tot DSB Beheer was een grote zorg voor DNB. Zalm was daarvan op de hoogte.
Nadat in 2007 en 2008 bleek dat er geen winst meer kon worden uitgekeerd, begon DSB Bank leningen te verstrekken aan DSB Beheer. Eind 2006 had de bank nog 22 miljoen euro aan leningen uitstaan bij Beheer. Bij het aantreden van Zalm was dat 39,5 miljoen euro. Zalm trapte niet op de rem, integendeel, wijst het curatorenrapport uit. In de periode dat hij verantwoordelijk was voor de financiën en het risicobeheer, groeide de leensom naar 74,6 miljoen euro. Zonder dat daar – les één voor iedere bankier – degelijk onderpand tegenover stond. De curatoren stellen dat ze ‘in de administratie van DSB Bank geen bewijs van verpanding van de [aandelen van de door Beheer aangekochte bedrijven] hebben aangetroffen.’
Bij het aantreden van Zalm als bestuurder werd hem onmiddellijk duidelijk dat DSB Beheer geldproblemen had. Al op 12 december 2007 ontving Zalm een verzoek van Rudy Douma, financieel directeur van DSB Beheer, om een dividenduitkering van negen miljoen euro. Dividend bleef uit, maar er werden wel leningen verstrekt aan het moederbedrijf. DSB Bank haalde een handigheidje uit, paste een kort daarvoor afgesloten kredietovereenkomst voor een overname aan en verhoogde de lening met 5,5 miljoen euro. ‘De verhoogde kredietfaciliteit werd daarna voor circa 3,7 miljoen euro aangewend voor andere (dan de in de kredietovereenkomst overeengekomen) doeleinden,’ stellen de curatoren vast. Van dit bedrag ging 3,4 miljoen euro naar de voetbalclub AZ.
Onder het toeziend oog van Zalm vonden er meer wonderlijke transacties plaats met DSB Beheer. Om aan de wens van DNB te voldoen, besloot de raad van bestuur dat DSB Beheer een aantal internetbedrijven van DSB Bank ging overnemen. ‘De overdracht van deze vennootschappen aan DSB Beheer wordt met name gedreven door het belang van DSB Bank, meer in het bijzonder binnen het kader van het verbeteren van de solvabiliteit (het eigen vermogen, red.) van DSB Bank,’ schrijven de curatoren. In eerste instantie probeerde DSB Beheer nog bij andere banken financiering te krijgen. Externe financiers wilden echter inzage hebben in de financiële positie van DSB Beheer alvorens ze met het bedrijf in zee gingen, waardoor deze weg onbegaanbaar bleek. De koopsom en een additionele lening van tezamen 32 miljoen euro werden uiteindelijk geheel gefinancierd door DSB Bank. Vreemd genoeg werd er echter geen nieuw onderpand verstrekt op de lening. Het was een staaltje pure windowdressing.
Alarmbellen
De door Scheringa geïnitieerde acties ondermijnden de vermogenspositie van de bank. Dat besefte de voorganger van Zalm, Jaap van Dijk, en ook bestuurslid Reggie de Jong zag dat. De Jong, verantwoordelijk voor de automatisering, vertelde later dat haar relatie met Scheringa onder meer aanzienlijk verslechterde door het feit dat de raad van bestuur niet werd betrokken bij de besluitvorming omtrent de leningen aan DSB Beheer. De curatoren constateren dat er in de eerste helft van 2008 in de raad van bestuur niet eens is gesproken over de risico’s van de leningen aan DSB Beheer. Dit terwijl de hele raad van bestuur daar wel verantwoordelijk voor was. De Jong zag in Zalm niet de persoon die veranderingen teweeg kon brengen, trok in april 2008 haar conclusies en stapte op.
Enkele maanden later constateerde DNB dat de leningen aan DSB Beheer aan geen enkel beleidskader werden getoetst. De toezichthouder vroeg aan DSB om zo spoedig mogelijk een beleidskader op te stellen voor leningen aan DSB Beheer. Zalm nam daarop het dossier DSB Beheer in handen, alle zaken die DSB Beheer aangingen vielen voortaan onder zijn verantwoordelijkheid. Hij ging ook het nieuwe beleidskader opstellen.
Op 2 juli mailde Rudy Douma aan Zalm dat DSB Beheer in de komende maanden weer een beroep moest doen op DSB Bank. De voetbalclub AZ had opnieuw geld nodig. Elke verdere kredietverstrekking was op dat moment echter in strijd met de regels van DNB. Om kredietruimte te creëren voor DSB Beheer besloot DSB tot een vreemde transactie. DSB Bank verstrekte een lening van 5,7 miljoen euro met een uitzonderlijk lage rente aan het bedrijf Global Corporate Jets, dat vervolgens een oud zakenvliegtuig van DSB Beheer kocht. Helaas, het bleek een slechte lening. Ondanks de lage rente bleek een jaar later dat Global Corporate Jets de lening niet kon dragen, waarna DSB Bank een verlies van 2,5 miljoen op de lening moest nemen.
Zalm constateerde vervolgens in oktober dat de situatie van DSB Beheer ‘ronduit zorgelijk’ was. Er was sprake van een gat van veertig miljoen euro in de begroting voor 2009, dat moest worden opgevuld door winstuitkeringen van DSB Bank (twintig miljoen) en de verkoop van AZ-spelers (tien miljoen). Zalm stelde ook voor om spelers en activiteiten van DSB Beheer te verkopen om het gat te dichten. ‘Er is een spanning tussen het ambitieniveau van DSB Bank en het ambitieniveau van DSB Beheer,’ stelde Zalm diplomatiek vast. ‘Hier zal de aandeelhouder keuzen moeten maken.’ De keuze die Zalm niettemin faciliteerde, hield in dat eind november via een krediet nog eens 4,25 miljoen euro aan DSB Beheer beschikbaar werd gesteld.
Bij een van Zalms laatste vergaderingen begin december ging de raad van bestuur akkoord met zijn beleidskader. Hij had toen al sinds september gewerkt aan het document, een memorandum van anderhalf kantje. Toen DNB het beleidskader in januari 2009 ontving, zei ze dat de maatregelen in het beleidskader volstrekt onvoldoende waren. ‘Zalm was betrokken bij het opstellen van de eerste versie van dit document, maar deze werd door DNB – mede in het licht van het feit dat DSB Bank enkele maanden was gegund om dit document op te stellen – in januari 2009 volstrekt onvoldoende geacht,’ stellen de curatoren vast.
De cijfers spreken dezelfde taal. Uit het curatorenverslag blijkt hoe twijfelachtig de kredietverlening door DSB Bank aan haar moeder DSB Beheer is geweest. Op de leningen, die bij het faillissement circa tachtig miljoen euro bedroegen, hebben de curatoren inmiddels zestig miljoen afgeboekt.
2006: minister Zalm met Dirk Scheringa bij AZ. Foto: Rene Bouwman/HH
Een halve waarheid
Een onderwerp dat beide toezichthouders (zowel DNB als de AFM) bezighield, was de wijze waarop DSB zijn geld verdiende: via koppelverkoop en daaraan gepaarde verzekeringen met torenhoge provisies. Zalm drong er in april 2008 bij zijn medebestuursleden op aan de verhouding met de toezichthouders te normaliseren. Het verdienmodel was volgens de toezichthouders niet duurzaam. ‘Zij zien tal van zaken die hetzij riskant zijn (DNB) hetzij te zeer gedreven zijn door eigen profijt en niet het consumentenbelang (AFM),’ schreef Zalm aan Scheringa en medebestuurder Van Goor. ‘Nu houdt mijn aanwezigheid ze nog wel even af (het voordeel van het Minister zijn geweest) maar dat blijft niet zo.’
Zalm drong er op aan het verdienmodel te veranderen. Met de mond, want feitelijk gebeurde er in het jaar dat Zalm bij DSB zat niets. Het curatorenrapport stelt vast dat de provisies en tekencommissies op koopsompolissen in de periode Zalm zelfs stegen. In 2007 bedroeg de gemiddelde provisie 59 procent, een jaar later was dat 63 procent.
In Pauw & Witteman vertelde Zalm nadien dat ‘de provisieopbrengsten in die periode wel dertig procent af zijn genomen’. Het was een halve waarheid, wijst het curatorenrapport uit. De afname werd vooral veroorzaakt doordat DSB vanwege de crisis minder leningen verstrekte, niet doordat door een gewijzigd verdienmodel provisies lager werden.
De dalende provisieopbrengsten kwamen zelfs als een verrassing voor het bestuur van DSB. In juni 2008 constateerde de raad van bestuur dat het aantal verzekeringsaanvragen sterk aan het dalen was. De RvB stelde voor om onderzoek te doen naar de oorzaken hiervan.
Ondertussen werden er geen plannen gemaakt om het verdienmodel aan te passen. Ondanks het herhaalde aandringen van zowel DNB en AFM. Ook bij de persoon Zalm zelf. Bij DSB kwamen ze desondanks tot een andere conclusie. In het beleidsplan 2009-2010 van de Afdeling Marketing en Profitcenter, opgesteld in augustus 2008, werd aangegeven dat ‘de cross-sell op bestaande klanten verhoogd moet worden, de onverzekerde consumptief krediet-portefeuille moet halveren en het aantal klanten met drie verzekeringsproducten moet verdubbelen’. Eind 2008 werd de koppelverkoop bij persoonlijke leningen opgeschroefd. In de laatste maanden van 2008 verdubbelde het aantal meeverkochte koopsompolissen bij persoonlijke leningen zelfs.
Op 13 maart 2008 ontving de raad van bestuur een memo over nieuwe koopsompolissen. De auteurs stelden voor om van de oude koopsompolis over te stappen op de krediet- en hypotheekprotector van financieel adviseur GEMA. Een koopsompolis ‘met hoge provisie (90 procent) en hoge cross-sell (koppelverkoop, red.)’. De verkoop van oude koopsompolissen werd stopgezet en per 21 juli begon DSB met de verkoop van de krediet- en hypotheekprotector. De AFM constateerde later in een onderzoek dat de koopsompolissen van GEMA de hoogste provisies kenden van alle aanbieders.
Er werden tijdens de periode Zalm geen veranderingen doorgevoerd
Zalm had in 2010 een andere perceptie van wat er gebeurde. ‘Ik wist dat er hoge provisies werden gevraagd,’ zei hij bij Pauw & Witteman. ‘Dat was ook een model waarvan ik van meet af aan heb aangegeven dat we daar vanaf moesten.’ Onder zijn leiding waren er dan ook flinke veranderingen doorgevoerd, beweerde hij. ‘We zijn toen uiteindelijk gekomen tot een model waarin de provisies helemaal zouden worden afgeschaft en er gewoon een [vaste vergoeding] voor het advies wordt gevraagd.’
De feiten in het curatorenrapport vertellen een ander verhaal. Er werden tijdens de periode Zalm geen veranderingen doorgevoerd. In het financieel jaarplan 2009 dat Zalm in november 2008, vlak voor zijn vertrek, presenteerde aan de raad van commissarissen werd slechts gesproken over een proef met vaste vergoedingen. De provisieopbrengsten voor 2009-2010 werden ook in het financieel jaarplan, waar Zalm aan meewerkte, nog begroot op respectievelijk 70,8 miljoen en 76 miljoen euro (in 2008: 71,8 miljoen euro).
Zalms opvolger en voormalig collega Frank de Grave vertelde de curatoren dat het in het financieel jaarplan dat Zalm in november presenteerde, gewoon ‘business as usual’ was. ‘Ook in dit jaarplan werd niet ingegaan op een nieuw verdienmodel,’ aldus De Grave.
Nog een voorbeeld van de vertragingstactieken en niet nagekomen toezeggingen is de gang van zaken rond de compensatie van woekerpolissen. Al in maart 2008 sprak de raad van bestuur met de AFM over een onderzoek naar door DSB geadviseerde beleggingsverzekeringen. Volgens de AFM had DSB haar klanten ‘benadeeld’ en waren de bevindingen van haar onderzoek ‘ernstig tot zeer ernstig’. DSB zegde in de besprekingen toe klanten te compenseren en hiervoor spoedig een plan van aanpak op te stellen.
Er werd in de daaropvolgende maanden veel heen en weer gepingpongd over de compensatieplannen van DSB, die de AFM telkens onvoldoende achtte. Op 20 juni belde Theodor Kockelkoren van de AFM zelfs met Zalm, waarbij hij aangaf dat DSB nog steeds ‘onvoldoende concreet aangeeft hoe zij met het verleden wil omgaan’. Drie maanden later was DSB nog steeds niet begonnen met compenseren.
In werkelijkheid lijkt DSB helemaal niet van plan te zijn geweest alle klanten te compenseren. De curatoren constateerden dat ‘toezeggingen aan de AFM, zoals de aangekondigde compensatieregeling van klanten, slechts deels of vertraagd werden nagekomen.’ DSB berichtte in maart 2009 – Zalm was toen al vier maanden weg – dat ze pas dertien van de vierduizend potentieel gedupeerden had gecompenseerd.
Biezen pakken
Over Zalms functioneren bij DSB wil curator Rutger Schimmelpenninck niet veel zeggen. ‘Wij hebben in ons verslag primair geprobeerd de feiten weer te geven zodat iedereen weet wat er zich heeft afgespeeld,’ aldus Schimmelpenninck. ‘Met de beoordeling van die feiten zijn wij nog bezig en daarna zullen we contact met betrokkenen hebben.’
Volgens hoogleraar economie Harry Verbon heeft Zalm bij DSB vooral zijn zwakte bewezen. ‘Zalm heeft wel iets geprobeerd, maar niet doorgezet. Hij wist precies wat er aan de hand was. Een betrouwbaar en verantwoordelijk bestuurder stapt in zo’n geval op. Dat heeft hij niet gedaan. Zalm bleef zitten totdat Bos hem kwam redden.’
Zeker is in elk geval dat een situatie zoals die zich in maart 2010 voordeed, in Nederland nooit meer kan plaatsvinden. Een aanpassing in de Wet Financieel Toezicht die sinds 1 juli van kracht is, staat dat toezichthouders desgevraagd een ‘bindende aanbeveling’ móéten geven. Het tegenovergestelde van wat Scheltema en ook Jan Kees de Jager in maart 2010 meenden, is bewaarheid geworden. Bovendien geldt dat iedere toezichthouder een vetorecht heeft. Zalm had bij de huidige wetgeving zijn biezen moeten pakken, of het veto van de AFM bij de rechter als onzorgvuldig of onjuist moeten bestrijden, zo erkent ook Michiel Scheltema tegenover Vrij Nederland. Een late maar zoete overwinning voor de AFM.
‘Mijn opdracht was niet een oordeel te geven over de deskundigheid van de heer Zalm,’ zegt Scheltema die bij zijn oordeel van 2010 blijft. ‘Ik moest toetsen of de beoordeling door de toezichthouders op een zorgvuldig en redelijke manier tot stand was gekomen. Ik meende dat dit bij de AFM onvoldoende het geval was. Dat standpunt lijkt mij nog steeds juist. Een rechter – mijn toetsingsmaatstaven leken sterk op die van een rechter – zou hebben gezegd: doe de beoordeling over. Maar dat kon ik niet doen.’
De AFM, DNB en ABN Amro kregen het bovenstaande feitenverslag toegestuurd. De AFM wenst niet nader op de inhoud in te gaan. ‘Zoals we in 2010 ook al zeiden; we respecteren het eindoordeel van DNB ten volle, overigens zonder onze eigen aanbeveling te herzien’. De woordvoerder van ABN Amro liet weten dat het artikel een poging lijkt om de bestuursvoorzitter van ABN ‘nodeloos te beschadigen’. ‘De heer Zalm heeft geen behoefte erop te reageren.’
DNB onthield zich van commentaar.