Vrij Nederland De beste in zijn vak: architect Herman Hertzberger
Zijn collega’s kozen Herman Hertzberger (79) tot de beste in hun vak. De architect van de menselijke maat blikt terug en kijkt vooruit. ‘Dit vak is een verslaving – en ik ben zwaar verslaafd.’
Foto: Eddo Hartmann
De beste in zijn vak: architect Herman Hertzberger
Zijn collega’s kozen Herman Hertzberger (79) tot de beste in hun vak. De architect van de menselijke maat blikt terug en kijkt vooruit. ‘Dit vak is een verslaving – en ik ben zwaar verslaafd.’
Al wordt hij over twee weken tachtig jaar, Herman Hertzberger is nog behoorlijk onmisbaar voor de veertig medewerkers en de twee partners van zijn architectuurstudio. Hij staat op het punt om samen met zijn vrouw Hansje voor een korte vakantie naar hun huisje in Noord-Italië te rijden.
Maar eerst nog even langs Apeldoorn om te overleggen over een nieuwe bestemming voor zijn beroemde Centraal Beheergebouw uit 1972 in die stad. En dan nog langs Gent voor zakelijk overleg over de bouw van een school. In de Mini behalve te veel te volgestouwde koffers ook De man zonder ziekte, de nieuwe roman van Arnon Grunberg met als hoofdpersoon Samarendra Ambani, de architect die zichzelf ziet als 'de grote, anonieme beïnvloeder van andermans geluk'. 'Ik verheug me erop om Grunberg - die trouwens op een basisschool zat die ik heb ontworpen - te lezen,' zegt Hertzberger in zijn kantoor, omringd door de maquettes van zijn verzameld werk. 'Ik houd ervan als een schrijver het heeft over een onderwerp waar ik iets vanaf weet, zo krijg ik een kijkje in de keuken.' Het boek lijkt hem tot nu toe goed gedocumenteerd. Collega Rem Koolhaas zal wel een inspiratiebron zijn geweest, vermoedt Hertzberger. 'Grunberg schreef een paar maanden geleden in zijn Voetnoot dat hij Koolhaas had gesproken in verband met zijn research.'
Starchitect
Hertzbergers uitverkiezing tot 'beste architect' door zijn collega's volgt kort op de Gold Medal van het Royal Institute of British Architects. 'Dat mijn weinig sexy architectuur zo'n prestigieuze prijs kon opleveren, gaf me een enorme kick.' Behalve Herman Hertzberger noemden de architecten op de vraag van VN naar de beste in hun vak ook Rem Koolhaas - die zich wenste te onthouden van commentaar. Ooit was Koolhaas minder zuinig met zijn meningen en zette hij zich krachtig af tegen de al te 'menselijke' architectuur van Hertzberger.
In de door hem samengestelde bijlage van NRC Handelsblad vertelde Koolhaas onlangs dat hij was teruggekomen op dat kritische oordeel: 'Nu ben ik enthousiast over Hertzbergers werk: de pogingen om zorgzaamheid te vertalen in geometrie.' Het Centraal Beheergebouw van Hertzberger noemde hij in hetzelfde interview een 'fantastisch' gebouw. Laten we er dus maar van uitgaan dat Rem Koolhaas het hartgrondig eens is met de uitverkiezing van Herman Hertzberger als beste Nederlandse architect. En omgekeerd is Hertzberger trouwens 'starchitect' Koolhaas ook meer gaan waarderen.
U zag Koolhaas in de jaren negentig als een typisch voorbeeld van een ster-architect die de menselijke maat uit het oog was verloren.
'Ik was destijds kritischer over hem dan nu - en voor hem geldt kennelijk hetzelfde. Rem Koolhaas is de meest uitgesproken exponent van de jaren van enorme rijkdom in de architectuur, het tijdperk van het succes van de markt, dat heeft geduurd van ongeveer 1990 tot 2007. Hij heeft royaal gebruikgemaakt van de kansen die dat bood, hij heeft zeer overtuigend laten zien wat er allemaal mogelijk is. Ik was laatst in de beroemde villa in Floriac bij Bordeaux die Koolhaas eind jaren negentig bouwde voor een door een auto-ongeluk invalide geraakte uitgever. In dat huis komt alles samen wat hem bijzonder maakt. Ik was erg onder de indruk en ik moest toegeven: hij kan het toch wel. Er is zeker ook verwantschap tussen ons, je bent vaak het meest kritisch ten opzichte van de mensen die dicht bij je staan. Ik wil me niet vergelijken met Mondriaan of Van Doesburg, maar een leek ziet het verschil tussen hun werk niet eens en zij lagen met elkaar in de clinch over details.'
Foto: Eddo Hartmann
U pleit voor meer maatschappelijke verantwoordelijkheid bij architecten.
'De mega-architectuur is achterhaald, mensen moeten zelf veel meer te zeggen krijgen over hun eigen omgeving. Misschien lastig voor architecten, maar het is wel onze belangrijkste opgave. Er heeft zich in de gouden jaren een elite van architecten ontwikkeld die overal overbodige luchtkastelen heeft neergeplempt en zeepbellen heeft geblazen. Het extreemste voorbeeld is het duurste huis ter wereld, 27 verdiepingen, met parkeergelegenheid voor 168 auto's, middenin de armoede van Mumbai.'
Droomt u na zoveel jaren ontwerpen ook over gebouwen en steden?
'Zeker, ik maak 's nachts regelmatig zwerftochten door een stad waarin ik verdwaald en verloren raak - geen nachtmerries hoor, uiteindelijk vind ik de weg wel terug. Ken je het geniale kinderboek Paultje en het paarse krijtje? Daarin tekent een jongetje met een krijtje zijn eigen wereld - zonder hem is er niets en hij kan maken wat hij wil. Als hij moe is van het scheppen, tekent hij een flatgebouw met zijn eigen raam - dan is hij thuis. Blader door dat boekje en je ziet waar het bij mij om draait, in mijn architectuur maar ook in mijn dromen. In die dromen bouwen mijn hersenen soms ook echt nieuwe dingen. Laatst heb ik, toen ik wakker werd, een schets gemaakt van een gebouw dat ik in mijn droom had gezien. Een geweldige ruimte met veel glas.' Hertzberger bladert even door een klein tekenblokje, vol teksten en tekeningen. 'Ik heb het schetsje in dit boekje staan, maar ik geef het u niet. Daarvoor is het te slecht. Het is alleen voor mijzelf interessant, vanwege de beelden die het oproept.'
Alles wat u observeert en bedenkt kom in zo'n aantekenboekje terecht?
'Alles. Ik heb het altijd op zak. Lullige aantekeningen, schetsjes en "belangrijke inzichten" staan door elkaar. Vroeger was het helemaal gevuld met tekeningetjes, tegenwoordig schrijf ik meer. Mijn tekeningetjes gebruik ik nu vooral om een passage of een gedachte terug te kunnen vinden, als een soort boekenlegger voor mijn geest. Als ik nu dit boekje doorblader, kijk maar naar dat stadsgezicht, dan zie ik meteen weer waar ik was in Praag, vorige week. Tsja, anderen hebben hun smartphone voor hun foto's en aantekeningen, ik heb nu eenmaal liever een ongelinieerd boekje en een stomp potloodje. Het is een soort dagboek, maar over mijn werk. Ik ben niet zo'n dagdromer, ik heb geen frustraties, er is niets wat ik eigenlijk anders zou willen doen: ik maak wat ik denk. Ik schrijf in mijn dagboek niet over mijn hoogstpersoonlijke roerselen, al is er de laatste tijd veel gebeurd in mijn leven.'
Alweer een aantal jaren geleden werd Hertzbergers vrouw Hansje, die als adviseur en klankbord een belangrijke rol speelt in zijn werk, op straat voor hun huis aangereden. Ze raakte in coma en de kans op overleven leek gering, vertelt Hertzberger. '"Het mooie leven is voorbij," zei ik al tegen mijn kinderen, maar dat bleek voorbarig. We stonden oog in oog met de dood, ze werd van het beademingsapparaat gehaald en de doktoren zeiden: we moeten maar kijken of ze zelf gaat ademen. Als dat niet gebeurt, is het afgelopen. Dat was een vreselijk dieptepunt, maar wonderbaarlijk genoeg is ze weer opgekrabbeld. Hansje is heel belangrijk voor me, ze heeft een geweldige intuïtie voor hoe je met heel weinig een essentie weet te treffen. En dan maakt het helemaal niets uit dat ze soms woorden vergeet en dat ze niet goed meer met het begrip tijd kan omgaan.'
Het ongeluk van zijn vrouw noch zijn naderende tachtigste verjaardag hebben Hertzberger kunnen stoppen, zegt hij. 'Dit vak is een verslaving, en ik ben zwaar verslaafd.'
Ligt er nog dus ook altijd een schets van uw hand aan de basis van elk ontwerp?
'Vaak wel. Zo'n eerste schets is trouwens intuïtief, die kan er helemaal naast zitten. Tijdens het maken van de foto bij dit interview heb ik nog op de ouderwetse manier zitten schetsen, ik moest iets doen waar de fotograaf een beetje aardigheid in had. Ik vond al poserend een oplossing voor een probleem waar ik het zo meteen met een opdrachtgever over ga hebben. Er zijn tegenwoordig ook wel projecten waarmee ik me niet bemoei - uit puur lijfsbehoud. Maar ik zou niet weten wat ik zonder mijn vak zou moeten - of misschien dat ik me dan in de muziek zou storten.'
Foto: Eddo Hartmann
U stelt de muziek boven de architectuur, die u 'lomp' noemt.
'In muziek heb je bouwstenen waarmee je kunt maken wat je wil - al zal een componist dat vast tegenspreken. Maar als architect heb ik te maken met grondverzakkingen en bouwvoorschriften en milieutoestanden en beton dat net niet terechtkomt waar jij het wilt hebben en overstekken die niet kunnen. Als architect ben je eerder te vergelijken met een dirigent. Dat is een held, al doet hij zelf niks en hoeft hij geen instrument te beheersen. Hij ziet kans, althans dat denkt-ie, met zijn lichaamstaal een heel orkest te bespelen. Dat is een aantrekkelijk beeld. Vroeger zat ik tot een uur 's nachts op A3-schetsvellen precies te tekenen wat ik wilde dat er gebeurde. Die vellen kwamen dan overdekt met al mijn aanwijzingen op het bureau van mijn medewerkers. Tegenwoordig teken ik minder en probeer ik meer onder woorden te brengen. En dan blijkt dat je mensen kunt inspireren, niet door te zeggen hoe het moet, maar door hen op te wekken om er zelf over na te denken hoe het zou moeten. Als je een goede bezetting hebt, kun je ze met een half woord aanzetten tot fantastische prestaties, precies wat een dirigent met goeie musici ook doet.'
Hoe belangrijk is het dat een ontwerp ook echt gerealiseerd wordt?
'Er zijn een hoop bedenksels waarvan je achteraf ziet: maar goed dat het niet is doorgegaan. Maar soms ontdek je iets nieuws en dan krijg je een enorme drang om dat gebouwd te zien. Als je zolang bezig bent met dit vak, ben je niet meer echt geïnteresseerd in alles wat je al eens hebt gedaan, je wilt je energie richten op wat werkelijk nieuw is. Daarmee leg je de lat hoog. Een achttienjarige nieuwsgierige persoon ontdekt op iedere straathoek iets anders. Als tachtigjarige heb je zo veel straathoeken gezien dat het minder vaak voorkomt dat je denkt: wow, dit is nieuw, hier heb ik wat in handen.'
Russische roulette
De crisis raakt ook het bureau van Hertzberger, zegt hij. 'Laat ik vooropstellen dat ik vind dat mensen niet moeten zeuren. Het leven is een paradijs, dat is mijn stellige overtuiging. En het woord "crisis" wordt in deze tijd ernstig misbruikt. Bovendien zijn architecten lang arrogant geweest, het kan geen kwaad om een toontje lager te zingen. Veel architecten hebben met grenzeloos optimisme hun bureau uitgebreid en moesten vervolgens al die mensen weer ontslaan. Dat is niet goed voor de jonge generatie die zich er net enthousiast voor opmaakte om de wereld te verbeteren en die nu niet meer aan de slag komt. De economische tegenslag zorgt bovendien voor een zware competitie met je beste collega's: wie durft het laagste honorarium in te zetten? Het is een soort Russische roulette, met als gevolg dat we straks worden omringd door afgeraffelde gebouwen. We zouden ons als architecten sterk moeten maken voor vaste tarieven.'
Hertzberger schrijft een boek - 'voorlopig zonder plaatjes, want dat werkt gemakzucht in de hand' - met als werktitel De architectuur van verandering. 'Een onderzoek naar een begrip, verandering, dat op mijn leeftijd nogal gaat knellen. Dan wil je de dingen juist bij het oude houden.' Dát zou hij nog wel willen uitvinden: hoe je een gebouw zo kunt ontwerpen dat het andere functies toestaat. 'Die zeveneneenhalf miljoen vierkante meter leegstaande kantoren is een schande. Ik ben op zoek naar een vorm van bouwen waarin je net zo goed woningen kwijt kunt als kantoren of een ziekenhuis. Er is het beroemde voorbeeld van de Lingotto autofabriek in Turijn die door Renzo Piano is verbouwd: het is nu een winkelcentrum met een hotel en allerlei congresruimtes - een hele stad. En dat gebouw staat dat toe!'
Een deel van uw levenswerk heeft u alweer zien verdwijnen.
'Buitengewoon triest is dat, dat voelt als een groot verlies. Van een van mijn eerste grote ontwerpen, het studentenhuis aan de Amsterdamse Weesperstraat, is eigenlijk alleen het karkas over. Ooit was dat van binnen een hele stad op zich: daar heb ik het vak geleerd, elke hoek van dat gebouw is een ontdekking voor me geweest. De buitenkant staat er nog, maar de ziel is eruit. Alsof het een opgezet dier is, ja. Maar je kunt het ook positiever bekijken: het staat er nog en het heeft zich aangepast aan de tijd. '
Het beroemde verzorgingshuis De Drie Hoven staat op de nominatie om te worden gesloopt.
'Misschien dat de crisis dat gebouw nog kan redden, ik durf er niet meer te gaan kijken. Ik ben vooral heel trots op een detail in dat gebouw: de deuren van de kamers bestaan uit twee helften, de bewoners kunnen de bovenste helft openlaten zodat ze in contact blijven met hun medebewoners. Het idee van die tegelijk open en dichte deur is afgekeken van de staldeuren van paarden. De vormgeving van sociale ruimte, dat is mijn specialiteit. Iedere architect - en ieder mens trouwens - zal terugkijkend op zijn leven concluderen: een paar dingen die ik heb gedaan zijn essentieel geweest. En het klinkt raar, maar voor mij is een van die dingen die halve deur. Ja, ik dacht wel dat u nu naar mijn verdere lijst zou vragen, maar daar moet ik eerst over nadenken.'
Harry Mulisch
Hij schrijft in zijn aantekeningenboekje: 'Lijst: wat heeft ertoe gedaan'. En vertelt over zijn recente reis naar Tsjechië, waar hij twee beroemde woonhuizen uit 1930 bezocht, het Tugendhathaus van Mies van der Rohe in Brno en het Müllerhaus van Adolf Loos in Praag. 'Die huizen zijn perfect gerestaureerd en trekken veel publiek. Van het eeuwigheidsidee heb ik wel een beetje afscheid genomen, maar uit elke periode zouden een paar cruciale bouwwerken overeind moeten blijven. Lastig, want anders dan schilderijen die je in een geconditioneerde ruimte in een museum kunt hangen, wil je gebouwen altijd in hun context zien. Wat overblijft, zijn meestal privéhuizen, zoals die van Loos en Mies van der Rohe en bij ons bijvoorbeeld het Rietveldhuis. Maar ik zou het jammer vinden als het burgerweeshuis van Aldo van Eyck niet zou blijven staan. En mijn Centraal Beheergebouw moet ook gespaard blijven - van binnen mogen ze het voor mijn part aanpassen aan de veranderde tijden.'
Ooit vroeg Harry Mulisch hem om advies voor een novelle, vertelt Hertzberger. 'Mulisch wist helemaal niets van bouwen, of over wat zich op een bouwplaats afspeelt.' De schrijver paste op Hertzbergers aanwijzingen zijn beschrijving aan. 'Ik merkte weer eens hoe snel je door de mand valt als je ergens geen verstand van hebt en denkt: ik lul gewoon maar wat.' In het verhaal, Voorval, moest een ontwerper van Office for Prospective Architecture (OPA, een verwijzing naar Koolhaas' bedrijf OMA) door een storm van de vijfenvijftigste verdieping van zijn eigen schepping worden geblazen. Maar de schrijver wilde wel dat zijn hoofdpersoon die val zou overleven en was blij met Hertzbergers tip: laat hem neerkomen op een hoge stapel isolatiemateriaal. Hertzberger: 'Tijdens die val zag Mulisch's architect zijn hele leven voorbij flitsen. Ik hoop nog wat meer tijd te krijgen voor het antwoord op de vraag: wat is nu echt belangrijk geweest.'
In de serie ‘De beste in zijn vak’ neemt Vrij Nederland een beroepsgroep onder de loep, beurtelings geportretteerd door Mischa Cohen en Coen Verbraak. In VN #25 zijn de architecten aan de beurt. Wat kenmerkt een goede architect in deze crisistijd? Negen architecten vertellen over hun metier.
Over Mischa Cohen
Mischa Cohen (1957) werkt sinds 1988 bij Vrij Nederland, daarvoor enige tijd als freelancer. Hij was achtereenvolgens eindredacteur van de kleurenbijlage, chef Kunst en Cultuur, chef eindredactie en is nu schrijvend redacteur. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam.