Vrij Nederland Straaljagers boven Aleppo
Goran Tomasevic/Reuters
Straaljagers boven Aleppo
Een ontmoeting met regeringsmilitairen net buiten Aleppo loopt met een sisser af. Het echte gevaar komt uit de lucht.
Een ontmoeting met regeringsmilitairen net buiten Aleppo loopt met een sisser af. Het echte gevaar komt uit de lucht.
Plotseling staan ze daar, net buiten Aleppo, en wij rijden recht op hen af. Drie regeringsmilitairen. Op een plek waar volgens de rebellen nooit meer soldaten te zien zijn, al is het voor de deur van een opleidingscentrum van het leger van Assad.
‘Die militairen durven de poort niet uit, hebben zichzelf daar opgesloten,’ beweerde iedereen, maar dat was wishful thinking.
We naderen de militairen. Ze hebben semi-automatische wapens in de hand en staan naast hun legertruck, midden op de andere rijbaan. Voor een afweging wat te doen, is het te laat. Als we nu keren, worden we zeker achtervolgd of meteen beschoten. Er is geen andere oplossing dan gewoon doorrijden.Terwijl chauffeur Allahedine zo neutraal mogelijk kijkt, duik ik diep weg in het vrijwel lege minibusje. Als we de Assad-militairen passeren, kan ik nog net zien waarom ze hier staan: hun truck heeft pech. Een militair kijkt onder de motorkap. Wellicht zijn zij ook bang.
In plaats van gespannen, rijden we nu ineens opgelucht Aleppo weer binnen. Al wachten daar meteen andere gevaren. Boven de wijk Hananu hangen straaljagers die een flatgebouw hebben getroffen, precies aan de weg waar we onlangs de stad uit reden. Grote brokstukken liggen over de straat, net als de koepel van een door de rebellen buitgemaakte tank. Hananu is op de grond in handen van het Vrije Syrische Leger, maar in het luchtruim heeft Assad de vrije hand.
Omdat ik Syrië illegaal bezoek, moet ik niet alleen uitkijken voor het oorlogsgeweld maar ook voor de geheime diensten en de militairen van Assad. De rebellen-douanier die een stempel in mijn paspoort zette, mag mij dan ‘welkom in Syrië’ hebben geheten: datzelfde stempel zou bij aanhouding door de Assad-militairen met motorpech een ticket regelrecht naar een cel betekenen. Erg onduidelijk is hoe snel je dan weer thuis bent. Een officieel visum is mij nog steeds niet verstrekt.
Een illegale reis biedt wel tal van voordelen. Je kunt zo lang blijven als je wilt. Je kunt zelfstandig reizen, zonder ‘minder’, een regeringsbegeleider. Maar het nadeel is dat je eigenlijk alleen gebied kunt bezoeken dat in handen is van het Vrije Syrische Leger. De wijken van Aleppo ingaan, is onmogelijk. Die staan volledig onder controle van het nationale leger. Uiteraard wonen er ook Assad-aanhangers in de wijken en dorpen waar het Vrije Syrische Leger de baas is. Maar ze zijn niet zomaar te vinden. Of ze zeggen niks over hun voorkeur omdat ze bang zijn dat ze problemen krijgen. De chauffeur of tolk van een journalist moet immers wel bij de rebellen horen of in ieder geval anti-Assad zijn. En dat is vaak waar. Chauffeur Allahedine heeft gevochten in de slag om de grensplaats Azzaz, maar rijdt nu weer in zijn taxibusje. Een poging om in contact te komen met de pro-Assad buren van mijn slaapplek net buiten Aleppo verliep dramatisch. De buurman zweeg. Keek naar zijn schoenen. Precies toen ik dacht dat hij die zou uittrekken en voor mijn gezicht zou houden (ongeveer de ergst denkbare belediging in de Arabische wereld) liep hij scheldend weg.
Regeringsmilitairen verwonden zichzelf om niet te hoeven vechten
Wie wel inkijkjes geven in ‘de andere kant’, zijn de deserteurs die naar rebellengebied zijn gevlucht. Velen vechten nu mee met de rebellen. Anderen willen wel, maar kunnen niet, zoals Mohammed Hussain. In een dorp buiten Aleppo tilt hij zijn shirt omhoog en draait zich om. ‘Kijk, ziet er slecht uit, hè. Het doet ook nog steeds erg veel pijn.’ Wie de verwondingen op zijn rug ziet, denkt dat hij van achteren is neergeschoten, of dat hij is geraakt door granaatscherven. Maar Mohammed (20) heeft dit zichzelf aangedaan. Ook op andere plekken heeft hij littekens, hij loopt moeilijk en hij mist een rij boventanden.
In de schaduw van een olijfboomgaard doet hij zijn verhaal. ‘Ik zat in het leger van Assad en wilde deserteren, maar dat was in mijn geval niet makkelijk. Dat kwam doordat ik er al voor had gezorgd dat ik niet hoefde te vechten. Daarvoor moest ik de hoogste officier 10.000 Syrische pond betalen. Dan houden ze je op de basis.’ Dat bedrag, ongeveer 120 euro, zamelde zijn familie voor hem in en is voor Syrische begrippen veel geld. ‘Ik kreeg maar 500 pond als maandelijkse legertoelage,’ zegt Mohammed.
In de maanden die volgden, deed hij niet zoveel. Zijn vriend Khaled ging wel op missie, naar Hama. Mohammed heeft geen enkel idee wat er met Khaled is gebeurd. ‘Intussen mocht ik nooit een keer even naar huis, terwijl de alawitische militairen elke maand wel een weekend met verlof mogen.’ Mohammed schetst een beeld dat overeenkomt met wat anderen vertellen. Syriërs met hetzelfde geloof als Assad worden in het leger veel beter behandeld. Toen de burgeroorlog verergerde, wilde Mohammeds familie dat hij naar huis kwam. Maar zomaar de poort uit lopen, kon hij niet. Deserteren tijdens een missie, wat meestal makkelijker is, zat er niet meer in. Hij had zich daarvan juist vrijgekocht. Dus verzon hij iets anders: ‘Op een dag reed ik in de laadbak van een pick-up mee over de basis. Ik zat op de rand en liet me plotseling van de wagen vallen. We reden misschien wel veertig of vijftig kilometer per uur.’
Mohammed raakte gewond en waar hij op hoopte, gebeurde: hij werd naar een ziekenhuis in Damascus gebracht. ‘De geheime dienst heeft mij wel ondervraagd over mijn ‘ongeluk’ omdat ze het verdacht vonden, maar ik hield vol dat ik gewoon mijn evenwicht verloor.’ Na een paar dagen wist Mohammed uit het ziekenhuis te ontsnappen en werd hij opgepikt door iemand van het Vrije Syrische Leger. ‘Nu wil ik heel graag met hen mee vechten, maar ik moet eerst genezen.’
Op de zwarte markt is de prijs van benzine vier keer hoger dan voor de revolutie
Tijdens het gesprek passeert een legerhelikopter. Een huis vijftig meter verderop is de afgelopen nacht geraakt door een projectiel dat door zo’n helikopter is afgeschoten. Er viel één gewonde. Maar nu gebeurt er niets.
Mohammed vertelt dat wel vaker regeringsmilitairen zichzelf verwonden om niet te hoeven vechten. Ook was hij niet de enige die door geld te betalen niet mee hoefde op missie. Het motivatieprobleem onder de vaak soennitische soldaten is de reden dat Assad veel eenheden niet durft in te zetten: bang dat ze met zware wapens en al overlopen. De belangrijke vraag voor de komende maanden is hoe groot dat motivatieprobleem precies is en of het kan leiden tot de ineenstorting van een groot deel van het gewone leger. En welke effecten dat weer heeft op de luchtmacht en de speciale eenheden van Assad, die veel meer alawitisch gekleurd zijn. Fawaz Zakri, lid van de Syrische Nationale Raad en even op bezoek in Aleppo en omgeving, gelooft dat de internationale gemeenschap wacht op zo’n ineenstorting. ‘Alle beloftes over geld voor de oppositie, steun en nadenken over no-fly zones, zijn allemaal vertragingstactieken, denkt hij. Niemand wil dat echt, anders waren ze die beloftes wel helemaal nagekomen en niet slechts een klein beetje.’
Zoals de oorlog nu loopt, zou volgens hem prima zijn voor het Westen. ‘Niet omdat zij de handen dan niet hoeven te branden aan een interventie. Een ineenstorting zal langzaam gaan. Dat betekent dat Syrië kapot is. En een zwak Syrië zal een vredesverdrag met Israël tekenen.’ De oorlog en de sancties die het Westen heeft opgelegd, hebben er in ieder geval toe geleid dat de Syrische economie zware klappen heeft gekregen. Volgens sommige rebellen zijn er steeds meer aanwijzingen dat het leger in de problemen zit door gebrekkig materieel en benzinetekorten. De kapotte legertruck bij Aleppo zou exemplarisch zijn voor de situatie. Anderen denken dat Rusland en Iran de voorraden wel aanvullen.
Een regeringsafvaardiging is onlangs naar Rusland gegaan om leningen en benzine te regelen. Op de zwarte markt is de prijs van benzine vier keer hoger dan voor de revolutie. Maar ook andere dagelijkse producten zijn duur.
Intussen heeft het Syrische leger wel nog genoeg bommen, mortieren en andere granaten om het Vrije Syrische Leger te kunnen blijven opjagen in en buiten Aleppo. ‘We hebben echt zwaardere wapens nodig,’ zegt Farwaz Zakri. En om te schetsen hoe ingewikkeld en weinig zwart-wit de Syrische situatie is, benadrukt hij: ‘Als alle soennieten die het regime steunen, daar morgen mee ophouden, is het meteen over en uit met Assad.’
Tot die tijd ligt de legerbasis, het ‘opleidingscentrum’ aan de rand van Aleppo, er bijna onaantastbaar bij. Portretten van Hafez al-Assad en zijn zoon Bashar die op de lange buitenmuur zijn geschilderd, zijn nog door niemand beklad. Naast de gesloten toegangspoort staat een goudkleurig standbeeld van Hafez te stralen in de zon. Maar het is vooral wanneer de zon onder is gegaan, dat de basis een gevaarlijke plek wordt. ’s Avonds laat en ’s nachts vliegen vanaf het terrein raketten en granaten in een lange boog en vlak langs mijn logeerplek naar de rebellenposities in de dorpen ten noorden van Aleppo.