Vrij Nederland Pinokkio Romney

Rick Friedman/Corbis Rick Friedman/Corbis

Pinokkio Romney

Van draaikont tot leugenaar: Mitt Romney heeft een problematische relatie met de waarheid.

Door Freke Vuijst

Van draaikont tot leugenaar: Mitt Romney heeft een problematische relatie met de waarheid.

Door Freke Vuijst

Het wordt vaak gebracht als een waarheid als een koe: alle politici liegen. Nou nee. Politici spinnen, ze overdrijven, omzeilen en ontwijken, ze draaien om iets heen, laten bewust onwelgevallige zaken weg en verkopen soms halve waarheden. Maar de aperte leugen, de 'alsof het gedrukt staat'-variant, is vrij zeldzaam.

Het valt op als een politicus, en zeker een serieuze kandidaat voor het presidentschap, een recidivejokkebrok blijkt te zijn.

De Amerikaanse pers beschrijft Mitt Romney met regelmaat als een leugenaar. Een greep. 'Hij liegt. Vaak.' (Eugene Robinson, columnist The Washington Post). 'Een vermetele leugenaar' (Jonanthan Chait, New York Magazine). 'Het is buitengewoon vermoeiend om bijna elke dag elke belachelijke verdraaiing of aperte onwaarheid stuk voor stuk te weerleggen.' (David Firestone, redacteur opinie van The New York Times). Frappant is het hoofdartikel in The New York Times waarin Romneys campagne wordt gekenschetst als 'geheel gebaseerd op korte soundbites die totaal onwaar zijn.' De krant gaat een stap verder en durft zelfs het woord 'leugen' te gebruiken. Hoe bijzonder dat is, onthulde columnist Paul Krugman onlangs. The New York Times verbood hem het 'L-woord' te gebruiken toen hij in 2000 over de onwaarheden van presidentskandidaat George W. Bush schreef. Vergeleken met Bush, concludeert Krugman, voert Romney een dermate leugenachtige campagne dat Bush' campagne achteraf beschouwd een 'model of truthtelling' was.

Vergeleken met Romney was Bush' campagne een 'model of truthtelling'

Waarover liegt Mitt Romney? Over van alles, van kleine feiten tot grote kwesties. Opmerkelijk is ook de eindeloze herhaling van dezelfde leugen. Een eenmalige onwaarheid kan een politicus vergeven worden, het kan een verspreking zijn, een slecht uitgevallen spin, een foutje, maar de zich herhalende onwaarheid is een leugen. Een voorbeeld van de repeterende leugen is de 'Obama excuus tour', een geliefd thema in Romneys speeches. Volgens Romney trok Obama in zijn eerste ambtsjaar de wereld over om zijn excuses aan te bieden voor het gedrag van de VS. De onafhankelijke fact checker PolitiFact (gelieerd aan Tampa Bay Times) veroordeelde de bewering als een pants on fire-leugen, een speelse inkorting van de liar, liar, pants on fire-schimpscheut waarmee kinderen een jokkebrok nawijzen. Op Romney heeft het geen invloed, de 'excuus tour' duikt nog steeds op in zijn toespraken.

Soms lijkt het of Romney moedwillig doof is. Kort na een speech over Iran waarin Obama zegt dat de militaire optie 'op tafel ligt', beschuldigt Romney hem ervan niet over de 'militaire optie' te willen praten. Ook beweert Romney dat Obama in zijn State of the Union-toespraak de woorden 'schuld' en 'overheidstekort' niet heeft genoemd, terwijl Obama die fantoomwoorden in zijn speech zes keer over z'n lippen wist te krijgen. Andere leugens zijn met een minuutje googelen te ontkrachten. Deze bijvoorbeeld. Romney: 'Weet u hoeveel handelsverdragen de president heeft onderhandeld? Nul.' Daar zullen Zuid-Korea, Panama en Colombia, allemaal landen die een handelsverdrag met de VS sloten, van opkijken.

Luke Sharret/New York Times/HH Luke Sharret/New York Times/HH

Geconfronteerd met een onwaarheid is Romneys eerste reflex om te liegen over de leugen. David Corn, de politieke redacteur van het tijdschrift Mother Jones, deed hiervan verslag met een absurdistische anekdote. Corn was aanwezig op een Romney-campagnebijeenkomst eerder dit jaar in New Hampshire. In zijn speech analyseerde Romney de sociale voorzieningen van Europese landen. 'Ze klinken goed,' zei Romney. 'Ze creëren meer gelijkheid, maar ook meer armoede.' Corn wist dat dit nergens op sloeg. Amerika scoort buitengewoon hoog op de armoede-index. Er is meer armoede in Amerika dan in Polen, Portugal of Spanje.

Zoals gebruikelijk bij een Romney-campagnerally gaf de presidentskandidaat na afloop van de bijeenkomst geen persconferentie. Corn wist zich echter naar voren te dringen in de rij van mensen die Romneys hand wilden schudden en stelde hem een vraag. 'Gelooft u dat er meer armoede is in Europa dan in Amerika?' 'Voor of na een uitkering van de staat,' vroeg Romney. 'Hoe u het ook wil definiëren,' antwoordde Corn. 'Daar moet ik over nadenken,' zei Romney terwijl hij zich omdraaide. 'Maar u zei net dat het Europese model armoede creëert,' riep Corn hem na. 'Nee, dat zei ik niet,' antwoordde Romney, 'ik zei: kijk naar Cuba, Noord-Korea, en de voormalige Sovjet-Unie.' Corn kon zijn oren niet geloven en zei nogmaals dat Romney echt 'Europa' had gezegd. 'Nee,' zei Romney opnieuw, 'ik had het over Cuba, Noord-Korea en de voormalige Sovjet-Unie.'

De huidige presidentsverkiezing staat in het teken van de economie en de hoge werkloosheid. Op dit thema zet Mitt Romney zwaar geschut in: de president zou geen plan hebben om werkloze Amerikanen aan een baan te helpen. Blijkbaar rekent Romney de Recovery Act uit 2009 niet mee als een banenplan. Misschien omdat het woord 'job' niet in de naam voorkomt. Dat is wel het geval bij de American Jobs Act die Obama in 2011 naar het Congres stuurde. Romney kan er kritiek op hebben, hij kan Obama verwijten dat de president de politieke bedrevenheid mist om het plan door het Republikeinse Huis van Afgevaardigden te loodsen, maar hij kan niet beweren dat er geen plan is. 'Geen plan' is een leugen.

Geen politicus die zo vaak en zo drastisch van mening is veranderd als Romney

Wellicht is Romneys leugenachtigheid het natuurlijke gevolg van zijn draaikonterigheid. Romney heeft een reputatie als flip flopper extraordinaire. Geen politicus die zo vaak en zo drastisch van mening is veranderd. Eens was Romney voor het recht op abortus, voor homo-emancipatie, voor wapenwetten, en was hij overtuigd van klimaatsverandering. Van al deze in Republikeinse ogen ketterse denkbeelden heeft Romney afstand genomen. Niet met een mea culpa maar door met een stalen gezicht te beweren dat hij er nooit in heeft geloofd. In hun onlangs verschenen biografie The Real Romney schrijven Boston Globe-journalisten Michael Kranish en Scott Helman over Romneys flip floppen als een business model toegepast op de politiek. Een succesvolle zakenman past zijn positie aan al naar gelang de veranderingen in de markt. Zo nodig vindt hij zichzelf opnieuw uit. Wie het electoraat ziet als een markt die veroverd moet worden, conformeert zich aan de publieke opinies van die markt.

Alleen wat in het marktdenken succes heeft, heeft in de politiek negatieve consequenties. Of zou dat moeten hebben als de pers wist hoe ze moet reageren op een presidentskandidaat voor wie de leugen een campagnestrategie is. Maar de media zitten gevangen in de cultus van wat journalist James Fallows false equivalency heeft gedoopt. Beide partijen verdienen evenveel ruimte en geloofwaardigheid, ook als twee contrasterende argumenten niet hetzelfde gewicht hebben doordat de ene bewering feitelijk juist is en de andere onwaar. In die 'he says she says' journalistieke cultuur kan eigenlijk alleen de publicatie van documenten een leugenaar ontmaskeren.

Daarmee zijn we beland in de saga van de 'schaduwjaren' van Romney, de periode tussen februari 1999 toen hij de directeursfunctie van zijn private-equityfirma Bain Capital opgaf om de Olympische Spelen in Salt Lake City te redden en 2002 toen hij officieel met pensioen ging omdat hij zich kandideerde voor het gouverneurschap van Massachusetts. Die lang vervlogen jaren zouden irrelevant zijn als Mitt Romney van zijn zakenverleden als job creator niet de raison d'être van zijn campagne had gemaakt.

Wie beweert de economie vlot te kunnen trekken op basis van een succesvolle carrière in de private sector, kan verwachten dat hij wordt afgerekend op de negatieve aspecten van een private-equityfirma als Bain Capital: het leegzuigen van bedrijven, de massaontslagen en het outsourcen van banen naar lagelonenlanden. De Obama-campagne doet dit dan ook met verve. Ten onrechte, vindt Romney. Wat president Obama op het conto van Bain schrijft, vond plaats na februari 1999 en kan Romney niet worden aangerekend, hij was toen al weg bij Bain Capital.

Boston Globe/Getty Images Boston Globe/Getty Images

Onafhankelijke fact checkers stelden Romney in het gelijk. Het Obama-campagnespotje waarin Romney werd weggezet als een 'corporate raider' die 'banen verplaatste naar China en Mexico', werd door zowel PolitiFact als factcheck.org (onderdeel van het Annenberg Public Policy Center), als door Glenn Kessler (fact checker van de The Washington Post) beoordeeld als op z'n minst misleidend. Kessler gaf het spotje zelfs zijn top-score van vier Pinokkio's ook al was het gebaseerd op een onthullend artikel in zijn eigen krant over Bain Capitals outsourcing. Volgens Kessler had de Obama-campagne, net als Romneys Republikeinse tegenstanders tijdens de voorverkiezingen, niet hard gemaakt dat Romney persoonlijk verantwoordelijk was voor de outsourcing van banen. Toen Bain in outsourcingbedrijven investeerde, was Romney immers al vertrokken

Maar dan publiceert The Boston Globe documenten die een ander verhaal vertellen. Ze zijn door Bain ingeleverd bij de Securities and Exchange Commission (SEC), de beurswaakhond, en beslaan de drie jaar na Romneys vertrek bij Bain naar Salt Lake City. Hierin staat zwart op wit dat Romney ook in die periode de CEO, de voorzitter van de raad van bestuur en de enige aandeelhouder van Bain Capital was. The Globe spoorde bovendien de documenten op die Romney bij de staat Massachusetts had ingediend. Als Bain-'executive' ontving Romney in 2001 en 2002 een salaris van ten minste honderdduizend dollar. Voor werk dat hij niet deed? De documenten spreken niet alleen Romneys eigen woorden tegen, ze botsen ook met een ander document, gedeponeerd bij de federale overheid in 2011 toen Romney zich kandidaat stelde voor het presidentschap. Hierin verklaart Romney sinds 11 februari 1999 op geen enkele manier betrokken te zijn geweest bij welke 'Bain Capital entity' dan ook.

Romney volhardt halsstarrig in zijn weigering openheid van zaken te geven

Volgens de wetten van de logica zijn de verschillende documenten niet met elkaar te rijmen. De conclusie lijkt duidelijk: Romney heeft gelogen, of tegen de kiezer en de federale overheid, of tegen de SEC. Wellicht is hij ook schuldig aan valsheid in geschrifte. De media stortten zich en masse op de kwestie en eisten nadere uitleg van Romney. Die gaf hij in een reeks televisie-interviews. De SEC-documenten waren slechts een juridische formaliteit, of zoals Romney het voor de camera zei: 'Ik was de eigenaar van een entiteit die een management entiteit was. Die entiteit, daar was ik de eigenaar van tot de tijd dat de pensioenregeling werd vastgesteld. Maar ik had op geen enkele manier de verantwoordelijkheid voor het management of eigenaarschap - management, beter gezegd, van Bain Capital.' Maak daar maar eens chocola van.

Gejoel alom. Was dit niet de juridische equivalent van dansende engelen op de punt van een naald? De fact checkers die steeds vaker de rol van scheidsrechter op zich nemen, vonden van niet. Glenn Kessler bagatelliseerde de SEC-documenten zelfs. Hij was niet onder de indruk van het feit dat het indienen van valse documenten bij de SEC strafbaar is. Strikt genomen hadden de fact checkers gelijk. De Obama-campagne had niet bewezen dat Romney persoonlijk het outsourcen van banen had goedgekeurd. Maar met hun legalistische interpretatie leken de fact checkers partij te trekken voor dezelfde scherpslijpersverdediging die Romney had geponeerd. Inmiddels heeft Kessler zijn positie bijgesteld. Bij nader inzien vond hij ook Romneys positie niet verdedigbaar. Romney had onvoldoende bewijs geleverd voor zijn verklaring uit 2011 waarin hij beweerde in de betwiste jaren 'geen enkele rol' te hebben gehad bij Bain. 'We hebben een impasse bereikt,' schrijft Kessler. 'Door de ambiguïteit is er aanzienlijke ruimte voor de feiten zoals we ze tot nu kennen.' Kessler zal in het vervolg geen Pinokkio's meer uitdelen over de kwestie.

Heeft de liegende politicus vrij spel als zelfs documenten en fact checkers een leugenaar niet kunnen ontmaskeren? Niet in het geval van Mitt Romney en de controverse over zijn verleden als CEO van Bain Capital. Toen door Romney geselecteerde en ontboden televisiejournalisten hem vroegen of hij zijn belastingaangiften zou vrijgeven om een eind aan de controverse te maken, antwoordde hij met een duidelijk 'nee'. Hij had zijn aangifte van 2010 al openbaar gemaakt en zou later dit jaar 2011 vrijgeven, dat was meer dan genoeg. Hierop volgde vernietigende reacties, ook uit Republikeinse hoek. Romney gedroeg zich arrogant. Waarom nam hij geen voorbeeld aan zijn vader George, die in 1969 als eerste presidentskandidaat zijn belastingaangiften over twaalf jaar had vrijgegeven? De conservatieve commentator George Will wees er fijntjes op dat Romney als zakenman blijkbaar een kosten-batenanalyse had gemaakt. En dat je je dus moest afvragen wat er in die belastingformulieren stond. De wildste speculaties doen nu de ronde. Wie weet heeft de fabelachtig rijke Romney een of meer jaren helemaal geen belasting betaald. We zullen het waarschijnlijk nooit weten, want Romney volhardt halsstarrig in zijn weigering om openheid van zaken te geven. Waarmee hij zich een nieuwe reputatie op de hals haalt. Behalve een flip flopper en een leugenaar, is hij nu ook een man die iets te verbergen heeft.

25-07-2012