Vrij Nederland ‘Nog meer snoeien is fataal’

Hans Clevers, de nieuwe president van de KNAW, kampt met een kabinet dat de wetenschap afbreekt.

Door Tomas Vanheste / Maurits Martijn

Foto: Adrie Mouthaan Foto: Adrie Mouthaan

‘Nog meer snoeien is fataal’

Hans Clevers, de nieuwe president van de KNAW, kampt met een kabinet dat de wetenschap afbreekt.

Door Tomas Vanheste / Maurits Martijn

‘We zouden gewoon wereldkampioen kunnen zijn.’ Hans Clevers is een man die de lat hoog legt. Afgelopen maandag werd officieel bekend dat de directeur van het Utrechtse Hubrecht Instituut met ingang van 1 juni de nieuwe president is van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Vol overtuiging vertelt de bioloog dat Nederland alles in huis heeft om de mondiale koppositie in de wetenschap in te nemen.

‘Ons onderwijssysteem leidt uitstekende onderzoekers op. Het biedt zoveel vrijheid en moedigt zoveel eigen initiatief aan. In bijna ieder ander land doen jonge onderzoekers alles wat de professor zegt. Elke keer als ik in het buitenland een jonge Nederlandse wetenschapper het lab zie binnenwandelen, merk ik met plezier dat ze overal de discussie durven aan te gaan, creatief zijn en ook kunnen samenwerken. Nederlandse promovendi liggen daarom erg goed in de markt. Ook vanwege het sociale aspect. Zij geven de toespraken op verjaardagen en regelen de barbecues.’

Alleen is de nieuwe president bang dat onder het huidige kabinet deze positie niet gehandhaafd kan worden. ‘Het is heel duidelijk dat we aan het kortste eind gaan trekken en dat dit binnenkort zichtbaar wordt,’ zegt Clevers. ‘Met ons aandeel van minder dan één procent bijdrage van het BBP voor research & development bungelen we internationaal gezien nu al onderaan.’ Nog meer snoeien in het hoger onderwijs en de wetenschap is fataal, vreest hij. ‘Ik merk dat veel studenten zich afvragen wat hun carrièremogelijkheden zijn. Als er opnieuw bezuinigd wordt, is voor hen geen ruimte meer en krijgen we een grote vergrijzing van de wetenschap. Dat zou desastreus zijn.’

In Den Haag snappen ze maar weinig van de waarde van de wetenschap, vindt de moleculair geneticus. ‘Ze denken dat er maar één aspect belangrijk is: door de wetenschap gegenereerde kennis die door de markt kan worden gebruikt.’ Kennis, kunde, kassa is de slogan van het innovatiebeleid van minister Verhagen. De markt moet in zijn ogen bepalen aan welke problemen de wetenschap werkt. ‘Als je de hele wetenschap die kant op richt, zal je best kortdurend een bijdrage aan de economie kunnen leveren,’ zegt Clevers. ‘Maar de echte innovatie komt daar niet vandaan.’

Hij weet waar hij het over heeft. Al jaren wordt hij getipt als Nobelprijswinnaar voor de ontdekking van de darmstamcel: ‘Een groot Nederlands bedrijf had mijn lab echt niet kunnen opdragen die te ontdekken,’ zegt hij. De innovatiefilosofie van het kabinet-Rutte staat haaks op de visie van de ervaringsdeskundige. ‘De echte vernieuwing komt uit de wetenschap voor de wetenschap. En de echt innovatieve bedrijven zoals Google en Apple zijn niet uit de markt ontstaan, maar vanuit een klein clubje wetenschappers met een goed idee. Hetzelfde gold ook voor de bedrijven waar ik zelf bij betrokken was, zoals de voorloper van het zeer succesvolle biotechnologiebedrijf Crucell. Dat is niet aan te sturen, behalve dan dat je creatieve mensen de ruimte geeft in de fundamentele wetenschap.’

Wat de opbrengst daarvan kan zijn, kan de Utrechtse onderzoeker fraai illustreren met ervaringen uit zijn eigen praktijk. Clevers verdiende begin jaren negentig zijn sporen als hoogleraar immunologie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. In zijn laboratorium was de nu wereldberoemde darmonderzoeker toen nog in het geheel niet bezig met de darm, maar met onderzoek aan witte bloedcellen. In 1996 ontdekte hij een moleculair mechanisme dat het laatste stukje was van een puzzel die ontwikkelingsbiologen al jaren probeerden te leggen. Bij toeval bleek deze vondst ook bloot te leggen welk gen aanzet tot ongeremde celdeling in de darm.

In één klap was het ontstaan van darmkanker begrepen. Voor deze doorbraak ontving Clevers in 2001 de Spinozapremie. Hij vindt de ontdekking een toonbeeld van ‘serendipiteit’, een verschijnsel dat door de wetenschapper Pek van Andel treffend is omschreven als het zoeken naar een speld in een hooiberg en eruit rollen met een boerenmeid. ‘Als je het verhaal wilt verkopen dat je vooral niet moet willen voorschrijven wat onderzoekers moeten ontdekken, maar ze gewoon hun gang moet laten gaan, dan is onze ontrafeling van het mechanisme van darmkanker een prachtig voorbeeld,’ zegt de nieuwe KNAW-president.

Na deze grote vondst nu vijftien jaar geleden, besloot hij zijn laboratorium om te toveren van wittebloedcellenlab naar een lab voor darmonderzoek. Opnieuw deed hij een keuze die bewijst dat de op direct resultaat gerichte route niet altijd de hoogste opbrengst heeft. Heel veel geld gaat naar klinisch onderzoek gefocust op de genezing van ziekte, maar naar de gezonde darm kijken maar weinigen. Dat besloot de Utrechtse wetenschapper wél te doen. Het leidde tot zijn tweede grote klapstuk: in 2007 vond hij de stamcellen van de darm, de oercellen die het darmweefsel produceren. ‘Daar vloeit na vijf jaar nog de ene na de andere toppublicatie uit voort,’ zegt hij op kalme toon, maar niet zonder trots. ‘Je gooit een raam open en ineens kan je duizend dingen.’

En wat hij kan, is spectaculair. Clevers kweekte een ‘kunstdarm’, een volledig in het laboratorium gemaakt stuk darmweefsel, dat op de cover van Nature prijkte. Ook zijn dertig medewerkers op het Hubrecht Instituut hebben een voor Nederland ongekende productiviteit. ‘Er is niemand van de dertig mensen op ons lab die niet op goud zit. Als je op zo’n golf surft, denk je: het is een makkelijk vak. Maar dan loopt die golf af, en dan moet je weer met je knieën in de modder en eindeloos dingen proberen en hopen dat je nog een keer op zoiets stuit.’

Nu steekt zijn Hubrecht Instituut ‘met kop en schouders boven de concurrentie uit’, vindt Clevers. Samen met zijn mede-directeur van het eerste uur Ronald Plasterk, die het instituut in 2007 verliet om minister te worden, legde hij de fundamenten van dit succes. ‘We hebben een heel platte, directe organisatie gemaakt, met op elke post alleen maar heel gemotiveerde mensen met een beetje extra talent. Die maak je onmiddellijk volledig onafhankelijk.’ Op het Hubrecht Instituut hebben de achttien onderzoeksleiders elk hun eigen laboratorium en ze zijn volledig verantwoordelijk voor hun eigen beleid en het binnenhalen van hun eigen geld.

Een prachtig model dat hij straks ook als KNAW-president gaat bepleiten, vertelt hij. ‘Het wetenschapsbeleid in Nederland moet talentgericht zijn. We moeten af van het systeem waarin mensen binnen afdelingen makkelijk doorpromoveren. Bij elk besluit over een aanstelling moet heel zwaar meewegen of het de beste kandidaat is op deze plek en niet iemand die toevallig in de buurt is.’

De moleculair geneticus is dan ook enthousiast over het besluit van toenmalig minister Plasterk om geld over te hevelen van de universiteiten naar NWO, waar onderzoekers in pittige subsidierondes strijden om de centen. Clevers begrijpt wel waarom deze beslissing op de universiteiten toen veel weerstand opriep. ‘Zo’n competitie creëert veel stress en niet alle onderzoekers voelen zich daar prettig bij. Maar het leidt wel tot het vroeg herkennen en benutten van talent. De mensen die de beurzen krijgen, klagen er niet over. Dat doen mensen die het wel fijn vonden dat ze niet hoefden concurreren om het geld.’








Foto: Adrie Mouthaan Foto: Adrie Mouthaan

Zijn grote missie als directeur van het Hubrecht Instituut was talent uit de hele wereld naar Utrecht te lokken. ‘Hier zit de crème de la crème, mensen die heel graag op een aantrekkelijke plek hun beste jaren aan de wetenschap willen geven.’ Zijn laatste grote vangst is de Nederlander Alexander van Oudenaarden (1970), die op zijn achtendertigste al hoogleraar natuurkunde en biologie was aan de Ameri­kaanse topuniversiteit Massachusetts Institute of Technology (MIT) en de ene na de andere prijs heeft gewonnen. ‘Een superster, een geweldige catch,’ zegt Clevers die Van Oudenaarden mededirecteur maakte. ‘Ik heb wel geïrriteerde telefoontjes van MIT gekregen dat het niet volgens de regels van de kunst was gegaan. Maar Amerikanen zijn zelf nog veel agressiever.’

Van Oudenaarden zal nu sneller dan verwacht volledig het roer overnemen. Lastig vindt Clevers dat niet. ‘Het instituut is nu een geoliede machine waar ik best wat meer afstand van kan nemen.’ Helemaal weg gaat hij overigens niet. Hij legt zijn directeurschap neer maar behoudt wel zijn eigen lab. ‘Dat wordt wel een uitdaging. Maar ik ben niet iemand die 36 uur werkt. Ik reis op dit moment veel. Dat zal ik vrijwel stilleggen. Ik concentreer mij volledig op de KNAW en het labwerk. Zo’n presidentschap duurt vier jaar. Straks ben ik acht-, negenenvijftig en ik ben niet van plan dan met pensioen te gaan. Dan wil ik ook weer terug naar een lab dat draait.’ Bang dat zijn ster intussen daalt aan het wetenschappelijke firmament is hij niet. ‘Ik weet wat ik kan en zit al jaren op dit niveau. Ik durf nu wel een paar tandjes minder te schakelen. Dat niveau houd ik wel vast.’ Sommige medewerkers zijn wat ongerust of het instituut zijn toppositie kan behouden. 
‘Ik ben hier natuurlijk wel de motor,’ zegt hij zonder valse bescheidenheid. Toch reageerden zijn collega’s vooral enthousiast. ‘Ze vinden het een eer dat er – na een minister – nu een president uit dit instituut voortkomt.’

Twee weken geleden werd bekend dat Clevers in september de Heinekenprijs voor de geneeskunde krijgt. Deze wetenschappelijke onderscheiding heeft de naam het voorportaal van de Nobelprijs te zijn. Waarom kiest een wetenschapper er op de top van zijn kunnen voor zijn tijd te laten opslokken door vergaderingen met politici en ambtenaren en het in jip-en-janneketaal uitleggen van wetenschap bij DWDD? ‘Ik heb er lang over nagedacht,’ bekent Clevers. ‘Wil ik dit op dit moment van mijn carrière als wetenschapper doen? Maar het is een bevoorrechte positie. Het is eigenlijk de enige plek waar je als wetenschapper echt de stem van de wetenschap kunt laten horen. En die stem wordt op dit moment niet genoeg gehoord.’

Het eerste doel dat de nieuwe president zich heeft gesteld is te zorgen dat de afbraak van de wetenschap een halt wordt toegeroepen. ‘Qua financiering zitten we in de wereld in de laagste regionen. We moeten in elk geval zorgen dat er genoeg middelen beschikbaar blijven om de huidige situatie te handhaven en we niet nog meer kwijtraken.’ En wat er aan geld is, moet beter verdeeld worden. ‘Het belang van toegepaste wetenschap is altijd goed uit te leggen. Maar het fundamentele onderzoek wordt op dit moment niet voldoende verdedigd.’

Ook wil Clevers vaker in Den Haag aan tafel zitten. ‘Mijn voorganger Robbert Dijkgraaf heeft dat al ingezet. De KNAW spreekt nu met grote regelmaat met vertegenwoordigers van de regering. Maar ik denk dat we dat nog beter vorm kunnen geven. Dat zie je in Engeland met de Royal Academy en het Institut de France in Frank rijk. Die drukken een zware stempel op het regeringsbeleid.’

Zijn derde missie is om voor de buitenwereld het gezicht van de Nederlandse wetenschap te zijn en voor het voetlicht te brengen hoe mooi en spannend de wetenschap is. ‘Heel erg belangrijk, maar afhankelijk van de persoon. Robbert Dijkgraaf heeft dat natuurlijk erg goed gedaan. We zullen zien hoe mij dat afgaat.’

Clevers treedt aan in een tijd dat gezag van de wetenschap klap na klap te verduren krijgt, met de affaire-Stapel als voorlopig dieptepunt. ‘Wij handelen in waarheid,’ zegt hij. ‘Als je als wetenschapper pretendeert de waarheid te ontdekken, moet je natuurlijk wel betrouwbaar zijn. Iedereen zou moeten denken: een wetenschapper zegt het, dus het zal wel kloppen. Eén Diederik Stapel maakt meer kapot dan honderdduizend wetenschappers hebben opgebouwd. Er zijn denk ik weinig beroepsgroepen met zo weinig rotte appels ertussen, maar het is er wel één te veel.’ Of je dat echt helemaal kan voorkomen, betwijfelt de bioloog. ‘Maar er was wel wat mis met de cultuur in Stapels vakgebied. In de bètawetenschappen en geneeskunde zijn wij verplicht om onze primaire data te openbaren. In de sociale psychologie is het mogelijk te publiceren zonder dat je de onderliggende gegevens beschikbaar stelt. Dat is niet hoe je moderne wetenschap bedrijft.’

Regelrechte fraude mag dan een zeldzaamheid zijn, aan het oppoetsen van resultaten bezondigt menig wetenschapper zich, weet Clevers. ‘Dat is aan de orde van de dag. Hoe ver ga je in het zo etaleren van je ontdekking dat die in Nature komt? In hoeverre doe je daarvoor de waarheid geweld aan? Want om in zo’n blad te komen, moet je het vaak toch een beetje mooier maken dan het is.’

Kan de nieuwe voorman van de Nederlandse wetenschap daar nog een remedie voor vinden? ‘Nee, nou ja, dat is gewoon het spel. Wetenschappers worden niet gedreven door geld, maar door erkenning. Het doen van de eerste ontdekking. The winner takes all. Als je tweede wordt, krijg je helemaal niks. Dat leidt in een gezonde situatie tot een snelle voortgang van de wetenschap. Maar er kunnen ook excessen uit voortkomen. De affaire-Stapel kun je daar ook onder scharen.’

Hans Clevers staat voor een hels karwei. Hoe gevoelig zijn nieuwe positie is, ontdekte hij al een dag na zijn benoeming. NRC Handelsblad berichtte over onrust binnen de KNAW en schreef dat veel geesteswetenschappers bevreesd zijn dat de bètaman hun positie niet goed kan verdedigen in een tijd dat universiteiten talenstudies schrappen. Zelf zegt hij dat hij zich ook voor de geesteswetenschappen sterk wil maken en zal strijden voor de bescherming van met uitsterven bedreigde talen.

‘Ik heb er altijd al voor gepleit dat universiteiten niet alle vakken aanbieden. Het grote gevaar is alleen dat je blinde vlekken creëert. Het is heel onverstandig helemaal geen kennis over het Portugees in Nederland te hebben. Ik denk dat het belangrijk is om die kleine vakken minimaal op één plek intact te houden.’

De onrust binnen de muren van de Akademie is niet het enige wat Clevers moet overwinnen. Hij wordt het gezicht van de wetenschap in een tijd dat haar reputatie wankelt. Hij volgt een man op die alom geliefd is. Hij moet opboksen tegen een kabinet dat met een botte bijl op het hoger onderwijs inhakt en die de wetenschap als dienstknecht van de economie ziet. Én hij wil zelf zijn wereldberoemde lab draaiende houden. Maar hij is vol goede moed. 
‘Ik ben nog nooit bang geweest voor grote uitdagingen.’



Hans Clevers

1957 geboren in Eindhoven
1982 doctoraal Biologie
1983 doctoraal Geneeskunde
1984 artsexamen
1985 promotie Immunologie
1986 postdoc Harvard: Dana-Farber Cancer Institute
1989 onderzoeker Academisch Ziekenhuis Utrecht1991 hoogleraar Immunologie UU
2000 lid KNAW
2001 Spinozapremie
2002 hoogleraar Moleculaire 
genetica UU
2002 directeur Hubrecht Instituut
2012 Heinekenprijs voor Geneeskunde
2012 vanaf 1 juni president van de KNAW

28-03-2012 / binnenland


Over Tomas Vanheste

Tomas Vanheste (1968) werkt sinds 2001 als freelancer en vanaf 2004 als vaste redacteur bij Vrij Nederland. Hij schrijft over kwesties op het gebied van wetenschap, milieu en ruimtelijke ordening en interviewt grote denkers.

Over Maurits Martijn

Maurits Martijn (1981) is sinds oktober 2007 redacteur van Vrij Nederland. Daarvoor coördineerde hij de succesvolle debatreeks ‘Vrij Nederland in debat’.

Meer van Tomas Vanheste, Maurits Martijn

Meest gelezen artikelen

Meer Over binnenland

Volg ons