Vrij Nederland Multimediaproductie: ‘Er vloeit Afrikaner bloed in mij’

Afbeelding bij Multimediaproductie: ‘Er vloeit Afrikaner bloed in mij’

Multimediaproductie: ‘Er vloeit Afrikaner bloed in mij’

Een rechts-extremistische organisatie zet blanke Zuid-Afrikaanse jongeren op tegen Mandela’s multiculturele regenboognatie.

Door Elles van Gelder / Ilvy Njiokiktjien

Een rechts-extremistische organisatie zet blanke Zuid-Afrikaanse jongeren op tegen Mandela’s multiculturele regenboognatie.

Door Elles van Gelder / Ilvy Njiokiktjien

Dikke dieselrook verdringt de schone plattelandslucht. Als de stank is opgetrokken, komen uit de laadbak van een roestige vrachtwagen Zuid-Afrikaanse tieners gerold. De tocht van stad naar platteland was lang in het oude barrel. De jongeren tillen tassen met legerkleding uit de truck.

De puisterige tieners van dertien tot negentien jaar verblijven de komende negen dagen in een legertent bij een vervallen vakantieboerderij, zo'n drie uur rijden ten oosten van de hoofdstad Johannesburg.

De multimediaproductie van Ilvy Njiokiktjien en Elles van Gelder over het trainingskamp van het Kommandokorps.

Het zijn allemaal Afrikaners, blanken met Nederlandse, Duitse of Franse wortels. Deze jongeren zijn deel van de zogenoemde born free-generatie, die na 1990 is geboren en de apartheid niet heeft meegemaakt. 'Ik weet niet wat apartheid is,' zegt de dertienjarige Jano. 'Maar lang geleden heeft Nelson Mandela alle rechten gelijk gemaakt.'

Als eerste generatie blanken in het nieuwe Zuid-Afrika is het een interessante groep. Ze moeten mede voor eenheid zorgen, maar zijn volgens communicatiewetenschapper Eliria Bornman op zoek naar hun plaats in het nieuwe Zuid-Afrika. 'Ze hebben een sterke Afrikaner identiteit en worstelen met hun positie in Zuid-Afrika,' vertelt ze. 'Er is ook veel woede. Ze weten dat ze anders zijn dan de rest van de bevolking.' Die woede komt mede voort uit de positieve discriminatie van de zwarte bevolking, waardoor ze als blanke jongeren moeilijker een baan kunnen vinden. Ze voelen zich ongewenst en zijn op zoek naar leiderschap. 'Iedere leider kan die frustratie in negatieve banen leiden.'

Met angstige gezichten rennen de jongens van de legertent naar de gemeenschappelijke ruimte. Voor hen, onder het tl-licht, staat de 57-jarige Franz Jooste. Legeronderscheidingen blinken op zijn uniform. Het lijkt op een rollenspel om het verleden te laten herleven. De uniformen met kogelgaten en bloedvlekken die de jongens dragen, komen uit de apartheidstijd. Maar voor leider Jooste is dit geen toneelstuk.

Jooste is leider van het Kommandokorps, een kleine extreem-rechtse organisatie die naar eigen zeggen de afgelopen elf jaar tussen de vijftienhonderd en achttienhonderd jonge Afrikaners in schoolvakanties heeft getraind. Het Kommandokorps beschrijft zichzelf als 'eliteorganisatie', nodig om in het geval van een aanval 'de eigen mensen te beschermen' omdat de politie en het leger niet snel genoeg hulp kunnen bieden. Hoewel de criminaliteitsstatistieken omlaag gaan, worden Zuid-Afrikanen steeds banger. Het is vooral het excessieve geweld dat voor die angst zorgt: per jaar worden er bijna zestienduizend moorden gepleegd. Veel jonge Afrikaners komen uit plattelandsgemeenschappen en criminoloog Chris Bezuidenhout schat dat er jaarlijks zo'n vijfenzeventig boeren worden vermoord. 'We moeten 's avonds altijd onze deuren op slot doen,' zegt Nicolas (18). 'Dit kamp leert me hoe ik mijn vader en moeder en broertje en zusje kan beschermen.' Maar het doel van leider Jooste reikt veel verder.

Het is half vijf in de ochtend op dag één. Op hun legerkistjes rennen de jongens op een plattelandsweg vol kuilen 2,4 kilometer. E.C. (16) loopt ergens in het midden. Hij is niet een van de jongsten maar wel een van de kleinsten. Een kinderlijke tiener die vooral opgewonden is dat hij in het kamp met zijn paintballgeweer mag schieten. 'Ik doe dit om me te beschermen tegen criminaliteit en voor mijn paintballcarrière,' zegt hij met een guitige blik.

Riaan (18) is wat zelfverzekerder. Zijn spierwitte huid is herstellende van de jeugdpuisten. 'Ik wil leren hoe ik me kan camoufleren in het veld.' Ook voor hem lijkt het vooral om een jongensdroom te gaan van kamperen en soldaatje spelen.

Ze geloven allebei in Zuid-Afrika's multiculturele regenboognatie. 'Mensen kunnen over het algemeen redelijk goed met elkaar overweg,' zegt Riaan. 'We moeten racisme bevechten.' En E.C. heeft twee zwarte vrienden, Thabang en Tshepo. 'Ik hou niet van racisme.' Toch zou hij nooit met een zwarte vrouw willen trouwen, zegt hij.

Leider Jooste zit met zijn bril op zijn neus in de gemeenschapszaal en kijkt naar het programma voor de volgende dag. Er hangen schilderijtjes van buffels, olifanten en neushoorns aan de muur. Jooste is een trotse veteraan. Hij vocht aan de grenzen met Zimbabwe en Mozambique en is getekend door wat hij verraad noemt. Terwijl hij streed voor het blanke regime, tekenden zijn leiders de vrede met Nelson Mandela. 'Behalve de Aboriginals van Australië is de zwarte van Afrika de meest onderontwikkelde barbaarse soort van het menselijk ras op aarde,' zegt hij tegen de jongens.

In een referendum in 1992 stemde de helft van de Afrikaners voor de onderhandelingen met het ANC van Mandela. De meerderheid steunt het nieuwe Zuid-Afrika nog steeds, een zeer klein deel vecht zoals Jooste voor de overleving van rechts. Historicus Hermann Giliomee, gespecialiseerd in Afrikaners, schat dat het om een kern van zo'n duizend man gaat. In totaal zijn er naar schatting 4,6 miljoen blanken in Zuid-Afrika van verschillende afkomst op een bevolking van vijftig miljoen.
Bij de groep rechts-extremisten zie je de twee bronnen van apartheid terug die Giliomee noemt: angst en een gevoel van superioriteit. De angst draait om het verloren gaan van de Afrikaner taal en cultuur. Daarom wil Jooste een nieuwe generatie kweken die niet gelooft in een Zuid-Afrikaanse identiteit.

'Wie is mijn vijand in Zuid-Afrika? Wie moordt, rooft en verkracht?' Jooste houdt een lezing in de gemeenschapsruimte. Zijn cadetten zitten in kleermakerszit op de grond. 'Wie zijn die wezens?' vraagt hij. 'Zwarten!' Jooste gebruikt de angst voor criminaliteit om raciale haat aan te wakkeren. Omdat er nu eenmaal meer zwarte Zuid-Afrikanen zijn en omdat een groot deel van hen arm is, vormen ze de grootste dadergroep. Criminaliteit heeft de racistische angst voor zwarten daarom mede in leven gehouden.

'Geef me een uur en ik verander de gedachten van zo'n jongere volledig,' vertelt Jooste trots. 'Dan weet zo iemand dat hij geen deel is van de regenboognatie, maar van een andere natie met een trotse geschiedenis.' Hij pakt de Zuid-Afrikaanse vlag en legt hem als deurmat voor de gemeenschapszaal. De jongens vegen er hun smerige legerkistjes aan af. Ze lachen verlegen als ze de moddersporen zien op wat ze tot voor kort als hun eigen vlag beschouwden.

De cadetten op het kamp leren dat ze niet terug moeten willen naar de apartheid, maar dat ze moeten streven naar een eigen land. Zoals de groep Afrikaners die in februari 1996 een aparte Afrikaner provincie voorstelde binnen een federaal Zuid-Afrika. Het ANC wees dit af en zei nooit te zullen instemmen met een afgescheiden Afrikaner grondwettelijke entiteit.

Jooste leert zijn pupillen liefde voor de oude Zuid-Afrikaanse vlag en het oude volkslied 'Die stem'. 'Dit is van mij, dit is mijn land, mijn vlag en ik zal daarvoor vechten,' zal Riaan op de laatste dag van het kamp zeggen. Alleen met eigen geografische grenzen zijn de Afrikaners geen minderheid meer en kunnen ze hun taal en cultuur behouden, menen de nationalisten.

'Vasbyt, jy moet leer om vas te byt,' schreeuwt Jooste. De cadetten tijgeren over de grond met in hun armen een houten balk geklemd. Gehuil klinkt op uit de achterste gelederen. Bloed komt uit witte knokkels. Met hun mobiele telefoons maken Joostes assistenten grijnzend foto's van de kermende jongens. De kleine E.C. heeft het zwaar. De balken wegen zo'n derde van zijn lichaamsgewicht. En de nachten vallen hem tegen. 'We slapen op de grond en onze slaapzakken worden nat. In drie nachten heb ik zes uur geslapen. Elke dag denk ik aan opgeven.' Hij heeft nog iets anders om over na te denken: Thabang en Tshepo. 'Ik weet niet of ik nog vrienden met hen kan zijn,' zegt hij vertwijfeld.

De extreem-rechtse beweging in Zuid-Afrika is ook een reactie op zwart nationalisme, zegt Frans Cronje, directeur van het Institute of Race Relations in Johannesburg. Vooral de jeugdleider van het ANC Julius Malema ageert tegen blanke Zuid-Afrikanen. Hij roept dat de blanken criminelen zijn en land hebben gestolen van de zwarte Zuid-Afrikanen. Ook zingt hij het oud-strijdlied 'Shoot the Boer'; Boer staat ook wel synoniem voor Afrikaners. Deze maand bepaalde een rechter dat het lied niet meer gezongen mag worden omdat het haatspraak is.

De woorden jagen blanke rechts-extremisten angst aan: ooit zal er misschien wraak wordt genomen voor de apartheid. De dood van Mandela wordt wel als startsein genoemd van dat zwarte scenario. 'Ik denk dat we in Zuid-Afrika op een tijdbom leven,' zegt Jooste. 'Het is onvermijdelijk dat er iets gaat gebeuren in dit land, want er is verdeeldheid.' Aan die verdeeldheid draagt niet alleen Malema bij, maar ook Jooste zelf.

In zijn volgende les aan de cadetten stelt hij dat de hersenschors van zwarte mensen honderdtwintig gram minder weegt dat die van blanken en dat ze daarom geen initiatief kunnen nemen of regeren. De jongens luisteren gedwee.

Cronje van het Institute of Race Relations is niet bang voor massale aanvallen op blanken in Zuid-Afrika. 'Over het algemeen zijn relaties tussen blank en zwart redelijk.' Maar hij ziet wel risico's in het kamp van Jooste. 'Als je kinderen ervan overtuigt dat zwarten de vijand zijn, kan iemand een geweer pakken, in een bus vol zwarte schoolkinderen stappen en er twintig doodschieten. Dat is een reëel gevaar.'

De jonge gezichten krijgen elke dag hardere trekken van vermoeidheid. Toch lijken ze aan het eind van het trainingskamp ook zekerder van hun zaak. Jochies die nog enig geloof hadden in een eenheid in Zuid-Afrika, voelen zich na negen dagen stoere mannen met racistische ideeën.
Jooste wil de jongeren niet in een bepaalde richting dwingen, zegt hij. 'We willen niet dat ze haten, maar dat ze liefde koesteren voor hun eigen cultuur, tradities en symbolen. En dat ze strijden voor onafhankelijkheid en vrijheid.' Maar de jongens hebben iets anders van de training opgestoken. 'Het heeft me geleerd dat je zwarte mensen moet haten,' zegt E.C. 'Ze vermoorden iedereen die op hun pad komt. Ik zal afscheid moeten nemen van Thabang en Tshepo.' Ook Riaan herhaalt bijna letterlijk wat hij in negen dagen heeft geleerd. 'Er is een oorlog gaande tussen zwarten en blanken. Er gaat in de toekomst nog veel bloed vloeien. Ik ga vechten voor het Afrikaner volk. Ik wil geen Zuid-Afrikaan meer zijn of mezelf met de regenboognatie associëren. Er vloeit Afrikaner bloed in mij.'

13-10-2011 / Buitenland