Libië: waarom lukte nu wel, wat in vier en een halve maand steeds maar niet lukte?

23 augustus 2011
Leestijd:

Het is wel zeker dat de snelle opmars van de rebellen naar Tripoli vooral dankzij een extra inspanning van de Navo is gelukt. Die intensievere rol kondigde zich begin van deze zomer al aan. Nadat de Amerikanen na een maand vechten niet meer meededen aan de bombardementen met bemande vliegtuigen, om hun zichtbaarheid in deze oorlog te verkleinen, kwam de Navo in een halve crisis: wie moest de klus nu klaren?

Eerst werd geprobeerd om de Amerikanen tot inkeer te brengen. De Warthog- en A-10 vliegtuigen van de VS, laagvliegende pantsers die zijn bewapend met zware boordartillerie zodat ze veel genmakkelijker tanks van Kadaffi konden uitschakelen, bleven wel dreigend in de buurt maar ze deden niet langer mee aan de airstrikes. Een relatief grote rol werd verricht door landen waarvan je het niet zo zou verwachten: Noorwegen, België, Denemarken. De tanks bleven een moeilijk te raken doel. Dat was reden waarom half mei geluiden opgingen om dan maar de militaire infrastruktuur van de Kadaffitroepen aan te vallen: stilstaande doelen, vrij gemakkelijk van grote hoogte uit te schakelen. Wie een brug of kazerne bombardeert voorkomt immers ook dat tanks kunnen opereren.

Viel dat nog te verkopen als ‘bescherming burgerbevolking’, het logo van de VN-resolutie 1973 die in maart tot de interventie had gemachtigd? Ja, volgens de Navo. Het oprekken van resolutie 1973 was een feit. En zo ging het verder. Begin juni zette de Navo ook bewapende helicopters in die lager en langzamer kunnen vliegen dan straaljagers en daarmee ook weer geschikter zijn voor het uitschakelen van individuele, bewegende doelen op de grond. In de zomer raakte de Navo door de munitie heen, iets wat de Amerikanen zeer ergerde en de vertrekkende minister Robert Gates tot schimpscheuten tijdens zijn afscheidsrede in Brussel verleidde. Slecht voor het imago van de Navo, hoe kon dat imposante bondgenootschap zo’n oorlogje tegen een derderangstegenstander nu zo lang laten duren?

Of het de Amerikanen toch weer tot een vorm van meedoen heeft gedwongen weten we niet helemaal zeker, maar feit is dat ze onbemande vliegtuigjes gingen inzetten, de beruchte Predator drones die ook in Afghanistan en Pakistan op jacht gaan naar terroristen en een ‘onzichtbare’ oorlog voeren. Ze hebben bij het opruimen van Libische doelen een grote rol gespeeld, ook in de rol van vliegende verkenners. Een andere ‘onzichtbare’ component, de special forces, hebben ook een belangrijke rol gespeeld. Ze vielen nog net binnen het mandaat van resolutie 1973, zou je althans kunnen beweren, want die resolutie verbiedt geen inzet van grondtroepen maar van ‘bezettingstroepen’. Special Forces zijn een soort mobiele eenheid, die snel dodelijke acties of andere ‘nuttige operaties’ kunnen uitvoeren maar ze hebben geen bezettingsfunctie. Ze hebben vrijwel zeker een aansturende rol gespeeld, de verdeelde rebellenoperaties beter gecoördineerd, doelen aangewezen voor de drones en bemande Navo-vliegtuigen, die ondertussen gemiddeld zo’n 40-50 strikes per dag bleven uitvoeren.

- Nu is het de opgave om de eindoverwinning te behalen en de eenheid na de zege te bewaren

Wie de dagrapporten van de Navo goed bijhoudt kan zien dat de geslaagde strike-acties steevast plaatsvonden voor of tijdens rebellenacties op de grond, en de laatste twee weken was dat zeker het geval bij Tripoli, Ziltan en Zawijah. Keken we maandenlang naar de heen en weer gaande gevechten aan het 'oostelijk front’, dat eigenlijk al verdeeld was over verschillende plaatsen zoals Misrata, Brega, Ziltan (en aanvankelijk Bengazi), de doorbraak kwam op het laatst dan toch uit het westen en zuiden. In de vlak onder Tripoli gelegen bergen werd de plaats Gharyan ingenomen, in het westen Zawijah, zodat Tripoli van drie kanten werd afgeknepen. In het oosten toen Ziltan viel, in het westen en zuiden van de aanvoer uit Tunesië toen Zawijah en Gharyan vielen, en de Navo deed de rest: de zeelijnen naar de haven van Tripoli blokkeren met oorlogsschepen die naleving van het ‘wapenembargo’ controleerden. Eigenlijk weer een ruime uitleg van resolutie 1973, want er gingen intussen wel wapens naar de opstandelingen, en zelfs werden over zee strijders van het oostelijk front naar Tripoli doorgelaten – als we de rebellenleiders mogen geloven. Deze verrasten de wachtende Kadaffistrijders in Tripoli, die op dat moment nog 'de kogel van ‘links’ (uit de richting Zawijah) verwachten. Die kwam ook, maar de strijd in Tripoli zelf brak dus op verschillende plaatsten uit.

De conclusie moet zijn dat de Navo –die twee weken geleden nog bang was dat de rebellen in verdeeldheid uiteen zouden vallen nog voor Tripoli bereikt zou worden- een grote rol heeft gespeeld om de boel bij elkaar te houden. De opstand heeft Tripoli wel bereikt, maar nu is het de opgave om de eindoverwinning te behalen en de eenheid na de zege te bewaren. Anders dreigen toestanden à la Bagdad-2003, waar iedereen zich in het gezagsvacuüm meester maakte van achtergelaten en uitgedeelde wapens, en die bewaarde voor oude afrekeningen, roofacties en wraakoefeningen en simpel misdaad. Alleen al de verlaten basis van de Khamisbrifade, die de ijzeren gordel rond de stad had moeten vormen, viel de opstandelingen in de schoot en levert ze handenvol wapens en munitie. Ook is de Navo bang dat veel schouderraketten van het type SA-7 ‘opgelost’ zijn.

Er zal –zodra het vertrek van Kadaffi een feit is- snel een nieuwe resolutie aangenomen moeten worden die strak regelt hoe de orde en veiligheid in Libië georganiseerd zal worden. Resolutie 1973 was gebaseerd op de nieuwe ‘Responsibility to Protect’ doctrine, een niet onomstreden doctrine die de in ternatinale gemeenschap het recht geeft om desnoods militair in te grijpen als een dictator zijn eigen bevolking niet beschermt. In het verlengde van die doctrine ligt ook de ‘responsibility to rebuild’, de Libische samenleving weer op poten te zetten. Daar hebben veel, landen meestal niet zoveel zin in, of geld voor over, maar met Irak in het achterhoofd is dat een kortzichtige opvatting.

Over Ko Colijn

Ko Colijn (1951) werkt sinds 1978 bij Vrij Nederland en is directeur van Instituut Clingendael. Hij schrijft over alles wat met internationale politiek te maken heeft: conflicten en oplossingen, falende staten en supermachten, internationale organisaties en ngo’s, schurken en helden.

Blog

Freke Vuijst

John McCain, 'the man who never met a war he didn’t like’

'De Russian Agression Prevention Act is geen 'laughing matter'

Bladwijzer

Harm Ede Botje

Waar stond de BUK?

Online onderzoek: Vanaf welke locatie werd de raket precies afgevuurd?

Bladwijzer

Harm Ede Botje

Een schandalige misdaad

New Yorker hoofdredacteur David Remnick snapt niet hoe de Nederlandse politici nog ambivalent kunnen zijn

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal