Vrij Nederland De revolutie van Al Jazeera
Demonstranten in de weer met hun Apple MacBook laptop tijdens de protesten op het Tahrirplein, eind februari. Carsten Koall/Getty Images
De revolutie van Al Jazeera
Al Jazeera loopt voorop in de berichtgeving over de Arabische lente. Jonge Arabische bloggers komen daar waar journalisten worden geweerd.
Een kweekvijver voor nieuw talent, dat was de site Al Jazeera Talk vóór het uitbreken van de Arabische lente. Jonge mensen maakten er hun eigen nieuws en grappige filmpjes. De website was opgezet omdat Al Jazeera al vroeg inzag dat bloggers en sociale media snel belangrijk zouden worden in het Midden-Oosten. De traditionele televisiestations waren er niet meer dan doorgeefluiken van de autocratische regimes.
Nu is Al Jazeera Talk de belangrijkste website voor de Arabische wereld, met 150.000 bezoekers per dag. De bloggende jongens én meiden zijn vrijwillige en onbetaalde frontsoldaten geworden in een mediaoorlog, vaak ook de enige bron van nieuws voor Al Jazeera.
'Mubarak verbood Al Jazeera,' zegt Mahmoud, een van de jongeren op een groot forum dat Al Jazeera onlangs organiseerde in Doha, de hoofdstad van Qatar, en waar verslaggevers, bloggers en redacteuren van het station elkaar voor het eerst ontmoetten. 'Maar iederéén is een reporter! Hoe kun je nou tachtig miljoen reporters stoppen?'
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton zei onlangs dat de Amerikaanse stations een voorbeeld moeten nemen aan Al Jazeera, dat tenminste 'real news' brengt. Een hele draai: Al Jazeera is in de Verenigde Staten jarenlang verdacht gemaakt omdat ze verklaringen van Osama bin Laden uitzonden. Maar nu is er dus lof. En geen wonder. Al Jazeera was er bij toen de Tunesische Jasmijn-revolutie losbrak. Het voorlopige hoogtepunt vormden de rechtstreekse uitzendingen vanaf het Tahrirplein in Caïro. Toen de inmiddels onder druk van demonstranten teruggetreden president Hosni Mubarak probeerde Al Jazeera het zwijgen op te leggen, smeekten de betogers op het plein de televisiezender om te blijven. De camera's waren hun bescherming. En ze bleven. Zoals ze ook verslag blijven doen van de burgeroorlog in Libië, de voortdurende demonstraties in Jemen, de bloedig neergeslagen opstand in Bahrein.
Dat het Midden-Oosten op zijn kop staat, is goed te merken aan de onderwerpen die tijdens het Al Jazeera Forum in Qatar behandeld worden. Ging het in eerdere jaren vooral over onderdrukking en vernedering van de volkeren van het Midden-Oosten, nu gaat het over hoop, over toekomst, over change kortom. Barack Obama wordt te pas en te onpas geciteerd.
- We zeggen: riskeer je leven niet. Maar je kunt de jeugd niet tegenhouden
Burgerjournalistiek
In een zaal op de begane grond van het Sheraton Hotel in Doha verzamelen zich de deelnemers voor een van de werkgroepen. Het onderwerp is wel heel breed geformuleerd: 'Veranderingen in de regio'. Op het podium de bejaarde Rachid Ghanouchi, vaak afgeschilderd als de hoop van Tunesië, onlangs na veertig jaar teruggekeerd uit ballingschap. Verder wetenschappers en een presidentieel adviseur. Het gesprek verloopt kabbelend, en het overwegend jonge publiek zit na verloop van tijd voorovergebogen op mobieltjes te tikken. De tweets vliegen heen en weer. 'Waarom zit die gast op het podium? En waarom zegt hij nog dezelfde shit als veertig jaar geleden?' twittert een jongen. Wat opvalt, is dat de sprekers de jongeren enorm prijzen voor hun rol in de opstanden van de afgelopen maanden, maar dat die jongeren zelf nauwelijks aan het woord komen. Verder valt op dat vrouwen, die in Tunis, Caïro en Bahrein vooraan stonden, hier steeds als aparte groep worden genoemd. Héél bijzonder, dat vrouwelijk leiderschap, klinkt het steeds. Een meisje facebookt geïrriteerd: 'Hoezo vrouwelijk leiderschap? Het was leiderschap. Punt.' Het levert haar meteen 29 likes op van haar volgers.
In de pauze tref ik op de vrouwen-wc de Amerikaanse blogger Zeynep Tufekci. Ook zij heeft de tweets in de zaal gevolgd en deelt de algemene verontwaardiging onder de jongeren. 'Niemand realiseert zich hoe goed de jongeren zich hebben voorbereid op wat er nu aan het gebeuren is,' zegt ze. 'Ze hebben de afgelopen jaren een eigen infrastructuur opgebouwd. Ze weten hoe ze de censuur moeten ontwijken. Hoe ze burgerjournalistiek moeten bedrijven.' Het niet vertelde verhaal is volgens Tufekci dat deze generatie er klaar voor was. 'Het is gevaarlijk, er vallen doden, maar dit is hún tijd. Zij schrijven nu geschiedenis.'
Wikipedia-achtig ding
Jarenlange voorbereiding? Door wie dan precies? Ik besluit de sessies met de oude mannen te laten voor wat ze zijn en ga op zoek naar jonge bloggers. Ze hangen rond in een gang en zijn bezig elkaar te interviewen met de cameraatjes in hun mobiele telefoons. Ik pak zelf ook mijn iPhone, stap filmend op een groepje af en vraag: 'Klopt het dat er al vijf jaar aan de voorbereiding van de revoluties wordt gewerkt?'
Een van hen draait zich om en zegt: 'Minstens.' Hij stelt zich voor als Ramsey George (26) uit Jordanië. Een rustige jongen met bril, fleecetrui, tweedagenbaard.
Het begon volgens George een jaar of tien geleden met een groep computertechnici die bezig waren met het Arabiseren van software. Die technici kwamen na verloop van tijd in contact met politieke activisten die democratie, persvrijheid en respect voor mensenrechten nastreefden. 'In het begin verliepen de contacten allemaal online,' zegt George. 'Maar vijf jaar geleden begonnen we elkaar in het echt te ontmoeten. We spraken bijvoorbeeld af in Beiroet. Daar kwamen dan ook ballingen die in Parijs of Londen woonden en van daaruit bezig waren met het bewerkstelligen van veranderingen. We spraken over tactieken en technieken die nodig waren om onze doelen te bereiken. Niet alleen virtueel en op het internet, maar ook in de straten en op de pleinen.'
Een van de Arabische revolutionairen: Amira al Hosseini. Foto: Maartje Nevejan.
Tactical Technology Collective heet de organisatie waar George onder meer voor werkt. Zij geven boeken, dvd's en folders uit waarmee burgers die in actie willen komen, kunnen leren hoe je 'informatie omzet in actie'. Grote en kleine vragen worden beantwoord. Hoe maak je beveiligde websites? Hoe zet je een blog op? Hoe voorkom je dat autoriteiten de identiteit van jou en je vrienden ontdekken? Hoe vernietig je de informatie die je hebt opgebouwd? Hoe wapen je je tegen fysiek geweld? George: 'Er zijn geen leiders. Ik ben onderdeel van een soort naamloos wikipedia-achtig ding, waaraan iedereen iets toevoegt en alle beetjes samen het netwerk vormen.' En dat moet voorlopig maar zo blijven, vindt hij. Institutionaliseren? Dat is de dood in de pot. 'Als de beweging een naam krijgt, gecentraliseerd wordt, dan verlies je creativiteit en flexibiliteit.'
Ramsey George en de anderen krijgen al jarenlang financiële bijstand, ook uit Nederland, van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Hivos. Ook andere initiatieven die een belangrijke rol spelen in de revoluties, zoals Globalvoicesonline.org (een netwerk van bloggers over de hele wereld), Opennet.net of Frontline worden vanuit het Westen gefinancierd. Naast overheden en ngo's speelden de afgelopen jaren ook de universiteiten van Oxford, Harvard en die in het Indiase Bangalore een belangrijke rol.
Gezamenlijke belangen
De Tunesische blogger Walid Haddouk (23) ontmoet ik 's avonds in het café van het Sheraton Hotel bij een glas bier - hotels zijn de enige plaatsen in Qatar waar alcohol mag worden gedronken. Haddouk studeerde economie en politicologie in Parijs, waar hij ook vijf jaar lang werkte voor de Arabische Mensenrechten Commissie. Vanuit zijn woonplaats was hij dagelijks actief op Facebook en Twitter. 'Die sociale media hebben gezorgd voor een enorme groei van het politieke bewustzijn in de Arabische wereld,' zegt hij. Zelf gaf hij aan gewone burgers voorlichting over basale dingen als 'wat is democratie', 'hoe voorkom je corruptie', 'hoe werken belastingen', 'wat is goed leiderschap'. Als Facebook voor één ding heeft gezorgd, is het dat mensen uit de hele Arabische wereld met elkaar in gesprek zijn geraakt en ook de straat op zijn gegaan. 'Het gordijn van de angst is door Facebook gevallen.'
Net als de meeste van zijn generatiegenoten op het forum is ook Haddouk ervan overtuigd dat het Midden-Oosten één economisch blok moet gaan vormen, naar het voorbeeld van de Europese Unie. Zijn grote held is dan ook Jean Monnet, oprichter van de voorloper van de EU. 'Met kleine stapjes en door de economie,' was diens motto en daar kan Haddouk zich in vinden. 'Elk land heeft zijn eigenheid, maar we hebben ook gezamenlijke belangen. Libië heeft de olie, Egypte de centrale ligging, Tunesië de intellectuelen. Als we allemaal samenwerken, kunnen we een economisch wonder tot stand brengen en ons voegen in het rijtje van opkomende economieën als India en Brazilië.'
Maar wat voor staatsvorm heeft Walid dan voor ogen, vraag ik hem. Democratie, dat vooral, zegt hij. Waar iedereen mag zeggen wat hij of zij wil. Een strikte scheiding van kerk en staat? Nee, zegt hij beslist. Dat niet. Want ook de islamitische politici moeten deel kunnen uitmaken van de verandering. 'Iedereen hoort erbij,' zegt Haddouk. 'In de Arabische wereld hebben we orthodoxe moslims, dat is gewoon zo. En dat maakt niet uit, zolang ze maar geloven in democratie en vrijheid van expressie. We moeten ze bij het proces van verandering betrekken en dat is een zware missie. Maar het is ons wel aan het lukken.' Islam en democratie gaan samen, weet Walid zeker. Het Westen moet daar niet zo moeilijk over doen. Zolang je wetgeving maar niet "seculier" noemt. 'Want iets seculier noemen in de Arabische wereld, daar houden de mensen niet van.'
- Walid Haddouk, blogger: 'het gordijn van de angst is door Facebook gevallen'
Wel geinig
'Ken je hem?' stoot een jonge vrouw me aan. Ze wijst naar een onopvallende, al wat kalende twintiger die even verderop staat. 'Dat is Ahmed Maher, hij is een van de voormannen van de Egyptische revolutie!' Het is niet eenvoudig hem te spreken te krijgen. Tussen de sessies door wordt Maher permanent door andere bloggers aangeschoten.
Maher is een van de oprichters van de nu al legendarische 6-aprilbeweging, die de demonstraties op het Tahrirplein organiseerde, maar al in 2008 voor het eerst van zich liet horen. In de jaren daarvoor studeerde Maher planning en design aan de universiteit van Caïro. Maar hij raakte, net als veel van zijn generatiegenoten, gefrustreerd. Hij wilde dingen veranderen, maar die ambitie werd gesmoord door de allesverstikkende bureaucratie en de corruptie, vertelt hij als hij ik hem eindelijk te spreken krijg. 'Ik leerde hoe je steden kan opzetten die werken, hoe je verkeer kan laten circuleren. Maar ik wist dat ik dat in mijn eigen land nooit zou kunnen realiseren.' Maher werd politiek actief. Hij sloot zich aan bij een jeugdbeweging en deed in 2006 mee aan acties om te voorkomen dat Mubarak herkozen zou worden. 'De politie arresteerde me tijdens een demonstratie en ik zat twee maanden in de gevangenis. Daarna begon ik te bloggen omdat we niet meer op straat onze standpunten mochten verkondigen.' Mahers vrienden waarschuwden hem. 'Denk aan Mubarak,' zeiden ze. 'Je moet niet aan politiek doen.' Maar Maher trok zich er niets van aan. Hij schreef blog na blog, over de politiek in Egypte, over de slinkende watervoorraad in het land, maar ook romantische, alledaagse observaties. Maher groeide in kleine kring uit tot een opiniemaker.
Alles veranderde in het voorjaar van 2008. Toen schreef hij vol enthousiasme een blog over arbeiders in de industriestad Al Mahalla El Kubra die een staking wilden organiseren op zes april. Andere bloggers namen het stuk massaal over en al snel kwamen ze samen op het idee om een algemene staking te organiseren in heel Egypte met als doel: einde aan de corruptie, einde aan de regering, hogere salarissen en beter onderwijs. 'We verspreidden onze aankondiging aanvankelijk op flyers en via de mobiele telefoon. Toen ontdekte ik een nieuwe website, die Facebook heette. Je kon er foto's op zetten. Leek me wel geinig om te gebruiken.'
De rest is geschiedenis. Binnen een week had de Facebook-pagina vijftigduizend leden. De staking kreeg veel aandacht maar werd met geweld beëindigd. Maher kreeg de politie achter zich aan, moest vluchten, sliep dagen in zijn auto in de woestijn. Mede-bloggers werden gearresteerd, Maher ook. Hij werd twee dagen gemarteld. 'Na mijn vrijlating heb ik meteen een persconferentie georganiseerd,' zegt hij. 'Ik had blauwe plekken over mijn hele lichaam en een bloedende hoofdwond. Dat heb ik laten zien. Er is een filmpje van op YouTube gezet.'
Niet meer bang
In plaats van in zijn schulp te kruipen na deze heftige ervaring, verloor Maher juist zijn angst voor het regime. Hij zette zijn telefoonnummer op Facebook, met de oproep dat hij gebeld kon worden door iedereen die zich wilde aansluiten bij het protest. En hij zette de stap van de virtuele naar de echte wereld. Hij ging zijn Facebook-vrienden opzoeken in Caïro, in Alexandrië, en in andere steden. 'Ik ontmoette mensen die net als ik niet meer bang waren. Niet bang voor de gevangenis, niet voor martelingen. We bleven demonstreren, elke dag werd er wel iemand gearresteerd.'
Ze riepen 25 januari, in Egypte de 'dag van de politie', uit tot landelijke demonstratiedag. In 2009 en in 2010 waren er al grote bijeenkomsten waarbij doden vielen, maar die in 2011 beloofde nog groter te worden. 'Dit jaar meldden zich meer mensen aan dan ooit,' zegt Maher. 'De vonk was Tunesië. Wat ze daar konden, konden wij ook. Op Facebook verspreidde het bericht van de demonstratie zich razendsnel, door middel van een logo met daarop the answer is Tunesia.'
De demonstratie op het Tahrirplein en op andere pleinen in andere steden vormden het begin van wekenlange protesten tegen het Egyptische regime die ten slotte leidden tot de val van president Mubarak. Inmiddels is Maher weer gewoon aan het werk als ingenieur - er moet wel brood op de plank komen. Tussen de middag en na vijf uur is hij nog steeds volop bezig met de revolutie. Vergadert hij, geeft hij interviews, onderhandelt hij met de autoriteiten. 'Ik slaap maar drie uur per dag.'
De arrestatie van Mahmoud Jabari (19) op de Westelijke Jordaanoever. Foto's op facebook wekten bezorging. Foto: Privé-Archief Mahmoud Jabari
Protesteren is haram
Het Al Jazeera-forum is één grote verzameling van hoop op verandering. Ik ga erin mee, stop het cynisme weg dat ik af en toe in mezelf voel opwellen. Maar als ik de beelden zie, hoe er steeds meer geweld wordt gebruikt tegen demonstranten, houd ik mijn hart vast. Tijdens mijn verblijf in Qatar wordt een cameraman van Al Jazeera vermoord in Benghazi. En het Parelplein in Bahrein wordt met veel geweld ontruimd door Saoedische troepen die op verzoek van de sjeik van Bahrein waren opgerukt.
Amira al Hussaini is een flamboyante Bahreinse. Zij ziet het enthousiasme van haar medebloggers met scepsis en misschien ook wel enigszins jaloers aan. Ze werkt voor bloggersnetwerk Global Voices, waar ze de bloggers uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika coördineert. 'We willen allemaal hetzelfde,' zegt ze. 'Vrijheid, democratie, grondwetherzieningen, eerlijkere verdeling van macht en geld, een einde aan de discriminatie van vrouwen. Dat wil je nou eenmaal als je onder een autoritair regime leeft. Maar voor mij als Bahreinse betekenen al die begrippen niets.'
Ze vertelt dat er al in 2002 hoop was in Bahrein, toen er een referendum werd gehouden en het erop leek dat er een constitutionele monarchie zou komen. Maar dat liep op niets uit. 'Als ik nu kritiek heb, word ik meteen bestempeld als "anti-regering". Dan krijg ik te horen dat ik het niet verdien om in Bahrein te wonen. Ik krijg tweets die zeggen: als je het hier niet leuk vindt, ga dan maar weg.'
Hét grote obstakel voor veranderingen in Bahrein is de overtuiging dat de koninklijke familie rechtstreeks van de profeet zou afstammen. Protesteren tegen het koningshuis is dus haram, ketters, heeft de regering laten weten. En wat kun je daar nou tegenin brengen? Al Hussaini hoopt daarom op kleine veranderingen, net als in Jordanië, Marokko, Oman. 'We willen geen bloedbad. Een regeringswissel, een grondwetsherziening, dat zou al prachtig zijn. Ik wil blijven geloven in de dialoog.'
- Sommigen werken via internet, anderen maken gebruik van Al Jazeera om hun boodschap te verspreiden
Kwetsbaar
Er zijn veel heldenverhalen te horen op het forum. Zoals over een tiener die, toen Mubarak het internet en de landlijnen had afgesloten, via een put in een buis onder het Tahrirplein kroop om daar in de kluwen van kabels met zeer simpele middelen verbinding te leggen met de newsroom in Doha. Maar heldendom heeft ook zijn grenzen. Dat ondervond de Palestijn Mahmoud Jabari (19). Drie weken eerder filmde hij met een klein cameraatje een demonstratie van Palestijnen tegen de Israëlische aanwezigheid in Hebron op de Westelijke Jordaanoever. Opeens werd hij tegen de grond geslagen en in een jeep gegooid. 'Mijn rug doet er nog steeds pijn van. Ik riep dat ik van Al Jazeera Talk was, maar de Israëli's geloofde niet dat ik een journalist was.' Jabari verdween zes dagen in de gevangenis. Een vriend zette foto's van zijn arrestatie op Facebook, waarop veel reacties verschenen.
'Mijn verhaal schudde Al Jazeera wakker,' zegt Jabari. Al Jazeera kwam in actie - zij het pas op de dag voor zijn vrijlating - en regelde een advocaat. Ze hebben beterschap beloofd. Er is nu een potje voor juridische bijstand aan de reporters van Al Jazeera Talk. Daarnaast hebben de reporters zelf een hulplijn geopend die vierentwintig uur bemand is. 'Bij Al Jazeera realiseerden ze zich pas na mijn incident hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn.' Zelf kreeg Jabari behalve juridische bijstand ook een ticket om naar het forum te komen. Hij loopt hier trots rond en laat aan iedereen de foto's van zijn arrestatie zien. Toch is de jonge Palestijn na zijn traumatische ervaring klaar met de frontverslaggeving. 'Vanaf nu ga ik opiniestukken schrijven,' zegt hij zonder een greintje ironie. 'Op die manier kan ik ook dingen teweeg brengen.'
Riyaad Minty (26) is de chef van de afdeling nieuwe en sociale media bij Al Jazeera. Zijn reporters lopen gevaren waarvan vóór de opstanden nauwelijks sprake was, maar toch laat Al Jazeera ze hun gang gaan. Ik vraag aan Minty of het wel ethisch verantwoord is om jonge mensen verslag te laten doen van zaken waar echte journalisten geweerd worden, of niet ter plekke zijn. 'We zeggen altijd: riskeer je leven niet. Maar je kunt de jeugd niet tegenhouden. Onze regeringen kwamen met zoveel weg voordat burgers een stem kregen. Voordat hun foto's en filmpjes ons gingen vertellen wat er aan de hand was.' Reporter Yomna kan dat alleen maar beamen: 'Wij zijn geen echte journalisten en dat willen we ook niet zijn. We zijn vrij om te doen wat we willen. Het is gevaarlijk, maar hé, wat deed jij toen je negentien was? Dan wíl je gevaarlijke dingen doen.'
Chef Minty is doodmoe. Al twee maanden lang werkt hij non-stop. Er is in de vijf jaar dat zijn afdeling bestaat nog nooit zoveel nieuws geweest en de filmpjes van de burgers blijven binnenstromen. 'Ik ben ervan overtuigd dat het allemaal nog veel erger zou zijn als Al Jazeera er niet was geweest. Als wij de camera's laten draaien op een plein, kunnen ze niet zomaar beginnen met een massaslachting.'
Een van de Arabische revolutionairen: Ahmed Maher. Foto: Maartje Nevejan.
Wakker blijven
Jabari, Mahmoud, Yomna, Amira, Maher, George, Minty, Walid: allemaal maken ze deel uit van één groot netwerk. Sommigen werken via internet, anderen maken gebruik van Al Jazeera om hun boodschap te verspreiden. En die is steeds dezelfde: democratie, vrijheid van meningsuiting, einde aan de corruptie. Ze zijn goed opgeleid, met elkaar verbonden, ze geloven niet langer in de leugens waarmee ze de afgelopen decennia onder de duim zijn gehouden. Ze noemen zichzelf geen journalisten maar waarheidszoekers. Ze hebben de droom dat ze aan het begin staan van de ontwikkeling van het pan-Arabische humanisme. En wie weet lukt het ze. Als dit soort netwerken zonder echte leiders er in slagen om oude dictatoriale regimes te laten vallen, kunnen er misschien nog meer wonderen tot stand worden gebracht.
De Egyptische 6-april-activist Maher is niet zonder zorgen, ondanks het vertrek van Mubarak. 'De forces of evil zijn er nog. De mensen van de veiligheidsdiensten, van Mubaraks elite. Zij proberen onze revolutie te vernietigen. We moeten wakker blijven en alles in de gaten houden, en vooral verenigd blijven. We hebben geduld, geef ons nog een paar jaar. Maar ik ben ervan overtuigd dat we gaan winnen.'
Het forum in Qatar loopt ten einde. In de lobby staan de bloggers het laatste nieuws te lezen op hun mobiele telefoons en iPads. Is het veilig om terug te keren naar Jemen, Bahrein, Syrië? Ze gaan. Eenlingen verbonden door een virtueel netwerk, dat hier op het forum even tot leven kwam. Zal het ze gaan lukken hun droom van een andere, betere wereld werkelijkheid te maken? De groep lijkt opeens heel jong en kwetsbaar. De een na de ander stapt in een lichtblauwe taxi op weg naar het vliegveld.
Al Jazeera Forum
AL JAZEERA is verreweg het best bekeken station in het Midden-Oosten. Tot de komst van het satellietstation hadden de autocratische leiders een monopolie op de informatievoorziening en konden ze burgers wijsmaken wat ze wilden. Dat was met de komst van Al Jazeera verleden tijd. Al Jazeera ('het eiland') begon in 1996 als satellietzender met geld van de verlichte emir van Qatar: sjeik Hamad Bin Khalifa Al Thani. Tegelijkertijd sloot de BBC zijn Arabische zender en stapten veel BBC-journalisten over naar Al Jazeera. Motto van de zender is: 'The Opinion and the Other Opinion'. Na tien jaar, in 2006, begon Al Jazeera English. Al Jazeera heeft vijfenzestig redacties over de hele wereld - de meeste op het zuidelijk halfrond. Er werken drieduizend mensen in zestig landen, inclusief vierhonderd journalisten. 220 miljoen huishoudens kijken dagelijks naar Al Jazeera in meer dan honderd landen. Naast het 24/7 nieuwskanaal is er onder meer Al Jazeera Sports, Al Jazeera Documentary, Al Jazeera mobile, Al Jazeera Study Center en mediatraining-centrum en de website Al Jazeera.net.
MAARTJE NEVEJAN regisseerde in 2006 voor Al Jazeera English een internationale versie van haar BNN-serie Couscous & Cola. Naar aanleiding van de wereldwijde reacties op de serie maakte Nevejan in 2009 een website voor jongeren: couscousglobal.com. In maart 2011 werd Nevejan door de directeur van de zender, Wadah Khanfar, uitgenodigd om naar het jaarlijkse Al Jazeera Forum in Qatar te komen, vanwaaruit dit artikel is geschreven.