Vrij Nederland De advocate van Timosjenko

De advocate van Timosjenko

Valentyna Telychenko verdedigt tegenstanders van het Oekraïense regime. ‘Me vermoorden is alleen uitstel.’

Door Tatiana Scheltema

Valentyna Telychenko verdedigt tegenstanders van het Oekraïense regime. ‘Me vermoorden is alleen uitstel.’

Door Tatiana Scheltema

Valentyna Telychenko (43) draait overuren deze weken. Overdag zit ze bij de getuigenverhoren in de zaak tegen Oleksiy Pukach, die terechtstaat voor de moord op onderzoeksjournalist Georgiy Gongadze. ’s Avonds schrijft ze stukken voor haar cliënten bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens; daar verdedigt ze onder anderen oud-premier Julia Timosjenko.

Als advocaat van Gongadzes weduwe Miroslava woont ze de verhoren van Pukach dagelijks bij. ‘Het is heel vermoeiend,’ zegt ze aan de telefoon. ‘Ik krijg het gevoel dat ze de zittingen zo lang mogelijk rekken om me van mijn werk in Timosjenko’s zaak af te houden.’

Ondanks protest van Telychenko wordt Pukach achter gesloten deuren gehoord, officieel omdat de aanklager niet wil dat ‘de getuigenis van Pukach een eigen leven gaat leiden’. ‘Of omdat de rechter geen openbaarheid wil,’ zegt Telychenko. ‘Rechters zijn bang te worden gezien door pers en publiek. Ze willen niet betrapt worden op fouten of onregelmatigheden in de rechtszaal. En ze willen ook niet dat we Koetsjma, de voormalige president die ook is aangeklaagd, publiekelijk verhoren.’

De zaak ligt extreem gevoelig in Oekraïne. Pukach, voormalig hoofdrechercheur van de criminele opsporingsdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken, heeft bekend, maar later heeft hij zijn verklaring weer gewijzigd. ‘Hij spreekt zichzelf voortdurend tegen, bijvoorbeeld door te zeggen dat hij Gongadze niet wilde vermoorden, “het overkwam hem”. Maar uit alle bewijsmiddelen blijkt dat hij de moord nauwkeurig heeft voorbereid.’

Op 16 september 2000 verdween de alom gerespecteerde onderzoeksjournalist Gongadze 
spoorloos. Drie weken later vonden vrienden zijn onthoofde lichaam in een bos, honderdvijftig kilometer buiten zijn woonplaats Kiev. Twaalf jaar later is de zaak nog steeds niet opgelost.

Verkeerszaken en kruimeldieven

Haar bemoeienis met de Gongadze-zaak bracht Telychenko nationale bekendheid. In de afgelopen jaren groeide ze uit tot advocaat van de belangrijkste politieke tegenstanders van president Viktor Janoekovitsj: oud-premier Julia Timosjenko en, oud-minister van Binnenlandse Zaken Joeri Loetsenko en oud-onderminister van Defensie Valeriy Ivashchenko. Mensen die haar kennen roemen Telychenko’s expertise, analytisch vermogen, en onafhankelijkheid – een zeldzame eigenschap in Oekraïne, een land dat tot op het bot gepolitiseerd en verdeeld is.

Het grootste probleem is de positie van de rechterlijke macht, zegt de advocate. ‘Rechters waren al nooit erg onafhankelijk in Oekraïne. Maar het is nu erger dan ooit. Want de president en zijn partij hebben inmiddels de meerderheid van stemmen in de Hoge Raad voor de Rechtspraak. Dit orgaan kan rechters benoemen, ontslaan, of een onderzoek naar hen opstarten, naar aanleiding van een klacht over hun functioneren. Geen rechter heeft graag zo’n onderzoek aan z’n broek.’

'Natuurlijk is het soms gevaarlijk wat ik doe'

De Hoge Raad voor de Rechtspraak heeft ook de hand in de toewijzing van zaken aan bepaalde rechters, ook al zegt de wet dat de toewijzing van zaken volgens een neutraal systeem moet plaatsvinden. Zo kon het gebeuren dat de strafzaak tegen oud-premier Julia Timosjenko wegens ambtsmisbruik werd behandeld door een rechter die pas in het derde jaar van de opleiding zat, en tot dan toe niet veel anders dan verkeerszaken en kruimeldieven voor zijn bankje had gehad.

De zaak draaide om het conflict tussen Rusland en Oekraïne over de gasprijs in de strenge winter van 2009. Rusland weigerde nog langer gas te leveren tegen de bodemprijzen uit de Sovjetperiode en draaide de kraan dicht. Daarmee kwam ook de rest van Europa zonder gas te zitten – tachtig procent van het Europese gas loopt door Oekraïense leidingen. Oekraïne zelf had een voorraad voor enkele weken, maar veel Oost-Europese landen kwamen al na een paar dagen in de problemen, en Slovenië riep na een week de noodtoestand uit. Toenmalig premier Timosjenko gaf het Oekraïense staatsbedrijf Naftogaz opdracht om de hogere prijs te accepteren. ‘Dat wordt haar strafrechtelijk verweten, maar het was een politieke beslissing waarvoor ze ook politiek zou moeten worden gestraft en niet via de rechter,’ zegt Telychenko. ‘Er is ook niet aangetoond hoe Timosjenko er zelf beter van zou zijn geworden. De rechter had de zaak niet-ontvankelijk moeten verklaren.’

Dat gebeurde niet. Timosjenko werd op 11 oktober vorig jaar veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf. De Europese Unie, de VS en zelfs Vladimir Poetin spraken hun afschuw uit over dit in hun ogen politiek gemotiveerde vonnis.

Ook Timosjenko’s oud-minister van Binnenlandse Zaken Joeri Loetsenko zit de komende vier jaar gevangen. Op 27 februari werd hij schuldig verklaard aan het plegen van ambtsmisbruik en verduistering van overheidsgeld. Loetsenko had zijn chauffeur aan een baantje bij de politie geholpen, en te veel geld uitgegeven aan de viering van de Nationale Dag van de Milities. Dat Loetsenko moet boeten, zou zomaar te maken kunnen hebben met zijn pogingen het door en door corrupte politieapparaat te hervormen. ‘Ook in deze zaak was de rechter niet bevoegd te oordelen,’ zegt Telychenko. ‘Hij wist dat, want we merkten dat hij met de stukken rommelde. Wij gingen in beroep en de rechter zou het beroep afleveren bij het gerechtshof. Maar dat heeft hij nooit gedaan.’

De ramp bij Tsjernobyl

Valentyna Telychenko groeide op in Chornukhy, een dorp in het Russisch georiënteerde oosten van Oekraïne. Op school blonk ze uit in natuurkunde, ze won prijzen en werd toegelaten tot een exclusieve school voor bijzonder begaafde kinderen. Van daaruit mocht ze naar de Staatsuniversiteit in Kiev om natuurkunde te studeren.

Het was de tijd dat de Sovjet-Unie uiteenviel. ‘Met een groepje studenten discussieerden we over de politieke situatie, over sociale problemen, over onze Oekraïense identiteit. We maakten ons zorgen over de manier waarop de Sovjets met het milieu omgingen – de ramp bij Tsjernobyl was een paar jaar ervoor, en we hadden gezien hoe de Russen hadden geprobeerd de rampzalige gevolgen voor de Oekraïense en Wit-Russische bevolking verborgen te houden. Ik ontmoette ook Sovjetdissidenten, die gevangenisstraffen van vijf tot tien jaar hadden uitgezeten. Van hen heb ik veel geleerd. De overheid zag ons als gevaarlijk, we werden in de gaten gehouden door de KGB, ik ben een paar keer gearresteerd. Uiteindelijk ben ik samen met een paar andere studenten van de universiteit gestuurd. Ze vonden onze ideeën onacceptabel.’

Een kruis op de plaats waar het onthoofde lichaam van de Oekraïense journalist Georgiy Gongandze werd gevonden. Telychenko is de advocaat van zijn weduwe. Een kruis op de plaats waar het onthoofde lichaam van de Oekraïense journalist Georgiy Gongandze werd gevonden. Telychenko is de advocaat van zijn weduwe.

Met haar studiegenoten had ze een blad gemaakt en die ervaring kwam nu goed van pas. Ze ging aan de slag als journalist bij Slovo (‘Het woord’), een van de eerste onafhankelijke – illegale – weekbladen van Oekraïne. Ze werd correspondent voor Radio Free Europe en werkte bij verschillende non-gouvernementele organisaties die hervormingen probeerden door te voeren. ‘We hielpen andere ngo’s zichzelf te organiseren. Het was een geweldige tijd. Ik deed wat ik leuk vond en werd er nog voor betaald ook. Wel merkte ik toen hoe handig het kon zijn om kennis van de wet te hebben, dus ging ik rechten studeren.’

Wekenlang rond door Kiev

Ze had haar studie nog niet afgerond, toen Georgiy Gongadze werd vermoord. Telychenko was vanaf het prille begin bij de zaak betrokken. Ze kende Gongadze persoonlijk. ‘We zijn even oud. Hij was een bekende journalist die naam had gemaakt met televisiereportages over ontvoeringen in Oekraïne en over fraude bij een referendum in april 2000. Zijn vrouw Miroslava werkte in hetzelfde gebouw als ik. Georgiy had wel eens gezegd dat hij merkte dat hij werd gevolgd, hij dacht dat het politiemensen waren. Hij vroeg me wat hij moest doen, dus ik waarschuwde hem: wees voorzichtig. Maar ik had nooit gedacht dat ze hem zouden vermoorden.’

In juni 2000, drie maanden voor zijn verdwijning, schreef Gongadze een open brief aan de hoofdofficier van justitie, waarin hij klaagde dat hij en zijn medewerkers werden lastiggevallen door de geheime politie. Hij kreeg geen reactie, vertelt Telychenko. ‘Toen hij vermist werd, kwam Miroslava meteen naar me toe. Ze kon mijn kennis van het recht goed gebruiken. En ik had een klein oud autootje, dus we konden ons onafhankelijk bewegen. De autoriteiten staken geen vinger uit, dus probeerden we ons eigen onderzoek te doen. We reden wekenlang rond door Kiev, bezochten tientallen instanties, officieren van justitie, politici, vrienden uit Georgië. Iemand moest toch íéts weten, dachten we. Miroslava probeerde zo veel mogelijk internationale aandacht voor de zaak te krijgen. We begrepen heel goed dat de politie en hooggeplaatste functionarissen erbij betrokken konden zijn, en dat we de waarheid nooit boven tafel zouden krijgen zonder druk van buitenaf.’

'Rechters waren hier al nooit erg onafhankelijk. Maar nu is het erger dan ooit'

Die druk kwam van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. In 2003 diende Telychenko samen met een Parijse advocaat uit naam van Miroslava Gongadze een klacht in tegen Oekraïne wegens het niet-instellen van een onderzoek naar de zaak. ‘Het Europese Hof bepaalde dat er sprake was van foltering omdat Miroslava nooit opheldering heeft gekregen over het lichaam van haar man en dat is onmenselijk. Ook veroordeelde het Hof de staat Oekraïne op grond van artikel 2, het recht op leven. ‘Toen Georgiy zijn open brief aan de hoofdofficier van Justitie schreef, had die hem tegen het gevaar moeten beschermen. Maar ze deden geen enkele moeite om zijn leven te redden.’

Op het hoogste niveau beraamd

De moord op Gongadze zette de tegenstellingen in Oekraïne op scherp. In november 2000 publiceerde Alexander Moroz, parlementslid van de Socialistische Partij, een serie tapes waarop te horen zou zijn dat president Leonid Koetsjma persoonlijk betrokken was bij het plannen van de moord. ‘Er moet iets met Gongadze gebeuren,’ zou te horen zijn op de tape, opgenomen door een van de presidentiële bodyguards. In opeenvolgende jaren deed de regering halfslachtige pogingen de onrust de kop in te drukken. Maar geruchten dat de moord op het hoogste niveau was beraamd, bleven dooretteren. Tot twee keer toe claimde de regering de daders te hebben gevonden.

Tijdens de verkiezingsstrijd in 2004 tussen de hervormingsgezinde Viktor Joesjtsjenko en Julia Timosjenko enerzijds en de oligarchenpartijen van de zittende president Koetsjma en premier Viktor Janoekovitsj anderzijds, bezwoer oppositiekandidaat Joesjtsjenko dat hij, als hij eenmaal president was, de zaak op zou lossen. Maar Janoekovitsj stal de verkiezingen met grootscheepse fraude. De protesten die daarop volgden staan bekend als de Oranje Revolutie, en brachten uiteindelijk toch Joesjtsjenko aan de macht. Een jaar later werden drie agenten gearresteerd en veroordeeld tot gevangenisstraffen van twaalf en dertien jaar voor de moord op Gongadze. Dat ze betrokken waren, stond vast, zegt Telychenko. ‘Maar dat ze het zelf hadden bedacht? Nee.’

Het was niet alléén de dood van Gongadze die leidde tot de Oranje Revolutie, zegt Telychenko. ‘We wisten al langer dat Janoekovitsj en zijn aanhangers andere waarden aanhangen dan wij. Sommigen van hen hebben een criminele achtergrond. Janoekovitsj’ eigen achtergrond is ook niet erg hoopgevend: hij is twee keer veroordeeld wegens geweldpleging. Hij is niet iemand met ideeën over de ontwikkeling van het land, of van de rechtsstaat. Hij is alleen uit op invloed en geldelijk gewin voor zichzelf en zijn vrienden.’

Opdracht voor moord

Inmiddels ligt de gaszaak van Timosjenko bij de Hoge Raad van Oekraïne. Die kan volgens Telychenko niets anders doen dan haar vrij spreken. De behandeling van de zaak stond gepland op 15 mei, maar werd uitgesteld tot 26 juni, volgens de rechtbank omdat Timosjenko vanwege haar slechte medische toestand niet aanwezig kan zijn – zij lijdt aan rugklachten, vermoedelijk een hernia, en misschien ook een vorm van kanker. Een verzoek om de zaak zonder haar te behandelen werd afgewezen.

Ondertussen is Timosjenko opnieuw aangeklaagd. Een vijftien jaar oud onderzoek dat in 2005 werd afgesloten wegens gebrek aan bewijs, is opnieuw geopend. Begin mei gaf de Oekraïense plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Renat Kuzmin tijdens een werkbezoek in Brussel een persconferentie. Timosjenko, verklaarde hij, had zich tussen 1995 en 1997 als directeur van energiebedrijf United Energy Systems of Ukraine schuldig gemaakt aan witwassen, belastingontduiking en machtsmisbruik. Ook, beweerde hij stellig, had Timosjenko opdracht gegeven voor de moord op parlementariër Jevgen Sjerban in 1996. Een dag later beschuldigde Kuzmin de voormalig premier in een interview van drugsgebruik.

Deze nieuw strafzaak maakt de kans dat Timosjenko op tijd vrijkomt om mee te kunnen doen aan de parlementsverkiezingen op 28 oktober vrij klein. De inschrijving sluit op 13 augustus en alleen kandidaten zonder strafblad mogen zich inschrijven.

Ook oud-minister van Binnenlandse Zaken Loetsenko lijkt voorlopig uitgeschakeld. Tijdens de eerste rechtszitting in zijn zaak werd duidelijk dat iedereen die met hem te maken had, werd geobserveerd door de politie. Dus ook zijn advocate Telychenko. ‘Ik heb daar geen probleem mee,’ zegt ze. ‘Zolang niemand maar mijn appartement inkomt als ik er niet ben. Natuurlijk is het soms gevaarlijk wat ik doe. Gongadze werd ook vermoord nadat hij door de politie was geschaduwd. Maar als iemand de behoefte voelt om me om te brengen kan ik daar weinig aan doen. Het kan op allerlei manieren: een verkeersongeluk, neergestoken worden op straat door een kleine crimineel. Ik ken mensen met bodyguards, maar het heeft hen niet gered. Het enige wat ik kan doen is zo veel mogelijk aandacht trekken. En als het misgaat, hoop ik dat mijn vrienden veel herrie zullen maken. Mijn werk zou niet ophouden. Het wordt alleen uitgesteld.’

Op 20 juni komt Telychenko op uitnodiging van de organisatie Lawyers for Lawyers naar Nederland om een seminar te geven aan collega-advocaten en te spreken met Tweede Kamerleden en Europarlementariërs.

15-06-2012